Gitzwarte scenario’s

Gesneefd bemiddelaar Kofi Annan denkt dat de Arabische Liga en de Verenigde Naties wel weer een nieuwe speciale afgezant voor Syrië zullen vinden. „De wereld zit vol met gekken zoals ik”, zei Annan na zijn besluit te kappen met zijn hopeloze missie om de Syrische burgeroorlog te beteugelen.

Met die kwalificatie gaf Annan blijk van (zelf)kennis. Na bijna anderhalf jaar geweld lijkt het inderdaad zot om te denken dat de oorlog in Syrië nog ten goede kan worden gekeerd.

Annan zelf denkt niettemin dat er er nog iets kan. In de Financial Times roept hij met name Barack Obama en Vladimir Poetin op om niet meer naar elkaar te wijzen, maar samen te streven naar een zo ordelijk mogelijk vertrek van president Bashar al-Assad. Want dat er hem voor geen plaats meer is, staat volgens Annan vast. Aan de orde is nu vooral het ineenstorten van Syrië te voorkomen.

Die analyse van Annan is allesbehalve gek. Een snelle doorbraak ten gunste van een van beiden kampen in Syrië is niet op handen. De troepen van het Assad-regime zijn sterker dan de propagandaoorlog doet vermoeden. In Damascus hebben de rebellen geen standgehouden. De strijd in Aleppo is pas halverwege. En elders is het bewind nog altijd in staat tot bloedige represailles.

Die patstelling kan heel lang duren. Tenminste, als Syrië niet eerder implodeert. Door de chaos weten de Koerden in het Noordoosten zich steeds verdergaande autonomie toe te eigenen. En in het kamp van de rebellen melden zich allengs meer salafisten en andere theocratische krijgers.

Zelfs als fictieve eenheidsstaat vergruizelt Syrië. Niet voor niets refereerde een kolonel van het Vrije Syrische Leger onlangs aan een Joegoslavisch scenario, iets dat hij als patriot niet zou toestaan.

In het Midden-Oosten is zo’n Joegoslavisch scenario, meer nog dan op de Balkan, een inktzwart perspectief. Alleen al door het Koerdische autonomiestreven worden vier staten geraakt: Irak, Iran, Syrië en NAVO-partner Turkije. Het onvermogen van de grote mogendheden in Syrië tot nu toe is een onrustbarend voorteken. Onbeheersbare confrontaties zijn niet uitgesloten bij een verdere internationalisering van de burgeroorlog.

Maar ook zonder Balkanisering zijn er voor de buitenwereld nog maar weinig opties beschikbaar. Het idee om de oppositie te bewapenen als die een ‘verklaring van waarden’ ondertekent, zoals een Amerikaanse hoogleraar recent opperde, is naïef. Alsof een handtekening enige garantie biedt tegen misbruik van ‘onze’ wapens. Alsof een jihadist tot inkeer komt door een bevlogen tekst over pluralisme en democratie. De ervaringen in Libië, waar de ooit verstrekte wapens nu van hand tot hand gaat, leren anders.

Er zijn experts die gokken op een coup binnen het regime: van handlangers die uit eigenbelang van Assad af willen. De kansen van zo’n staatsgreep, naar analogie van Egypte anderhalf jaar geleden, zijn onvoorspelbaar. Als er al potentiële putschisten zijn, dan wachten ze wel erg lang terwijl de tijd verstrijkt.

Annan heeft deze taxaties ook gemaakt, toen hij besloot zijn machteloze missie op te geven. Terecht heeft hij er bij Rusland, China en Iran op aangedrongen om Assad als legitieme president op te geven en te pogen een overgangsregering op poten te zetten. Even terecht heeft hij de Golfstaten, Amerika, Turkije en westerse bondgenoten opgeroepen een bijltjesdag door de rebellen te voorkomen. Implosie of explosie van Syrië: het is even gevaarlijk.

De tijd van pokeren is voorbij, ook voor Rusland en Amerika.