Fransen: sluit Institut niet

Franse prominenten en media kapittelen Nederland over het stopzetten van de subsidie voor het Institut Néerlandais. „Waarom ziet Nederland het belang er niet van in?”

Het gebeurt niet vaak dat Nederland de voorpagina van Le Monde haalt. Maar deze week was het zover. Aanleiding was de aangekondigde stopzetting van de subsidie van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan het Institut Néerlandais, de Nederlandse culturele voorpost in Parijs. „Wat is uw culturele rendement?” kopte de gezaghebbende krant boven een artikel dat vraagtekens plaatste bij wat zij omschreef als „een notie uit het Haagse bureaucratische jargon”.

De bijtende kop van Le Monde verbaast niet in een land waar cultuur als iets vanzelfsprekends wordt beschouwd. Ook andere Franse media pikten het nieuws van de dreigende sluiting op, zoals Les Echos, Frankrijk grootste zakenkrant. Dagblad Libération concludeerde dat het Institut Néerlandais, met zijn exposities, filmclub, concerten, literaire avonden en theater- en dansvoorstellingen, tot „een van de actiefste van de ruim veertig buitenlandse culturele instellingen” in de hoofdstad gerekend moest worden.

Nadat Buitenlandse Zaken het stopzetten van de subsidie op 13 juli bekend had gemaakt, zijn de medewerkers een handtekeningenactie aan koningin Beatrix gestart. Ruim duizend steunbetuigingen kwamen intussen binnen, waaronder tal van prominente Fransen. „Het Institut is de plaats waar de Nederlandse cultuur in Frankrijk schittert”, schreef Jean Mattern van het beroemde uitgevershuis Gallimard. „Hoe kan het dat de Nederlandse regering daar het belang niet van inziet?”

Het ministerie stelde eerder de culturele activiteiten te willen overhevelen naar de ambassade, zoals in Londen en Berlijn. Dat moet een besparing opleveren op de vaste lasten, zoals de 470.000 euro die het Institut Néerlandais jaarlijks aan huur betaalt voor het monumentale pand in het statige 7de arrondissement.

„Alle opties zijn nog open”, klinkt het nu in ambassadekringen. Zelfs een doorstart op een locatie elders in de stad wordt niet uitgesloten. „Een rookgordijn”, volgens Marieke Wiegel, hoofd tentoonstellingen bij het Institut. „Stel dat ze naar een wijk als de Marais willen verhuizen. Dan komen ze erachter dat je daar minstens evenveel betaalt.”

Het pand in de rue de Lille is eigendom van de Fondation Custodia, de stichting die de wereldvermaarde kunstverzameling van Frits Lugt (1884-1970) beheert. In samenwerking met de Nederlandse Staat richtte Lugt in 1957 het Institut Néerlandais op, als vitrine voor zijn eigen collectie en om de Nederlandse cultuur in Frankrijk uit te dragen.

Pierre Nijnens, voorzitter van het stichtingsbestuur van Custodia, zegt „begrip” te hebben voor de wens van het ministerie om de vaste lasten van het Institut omlaag te brengen, al wijst hij erop dat de huur slechts tweederde van de geschatte marktwaarde bedraagt. „Dat is uiteraard een groot bedrag, maar daar krijgt het Institut veel voor terug. Zoals een goed onderhouden pand op een toplocatie.” Nog altijd is de Franse populariteit van het Institut voor een belangrijk deel gebaseerd op de exposities die Custodia organiseert in het Institut.

Sinds een jaar staat de verhouding tussen ministerie en Custodia onder de druk. Bij Buitenlandse Zaken klaagt men over „starheid” van het stichtingsbestuur; Nijnens zegt tevergeefs te hebben gewacht op een concreet voorstel en werd begin deze maand volkomen verrast door het besluit de subsidie stop te zetten.

Woensdag spraken beide partijen elkaar voor het eerst sinds maanden weer. „Het was een constructief gesprek”, zegt Nijnens, die graag ziet dat het Institut in de huidige vorm blijft bestaan. „Maar het besluit tot beëindiging van de subsidie ligt nog steeds op tafel.”