Elke dag kan de eurozone ontsporen

„Het is geen stagnatie, het is afbraak wat we nu in Europa meemaken.” En: „De euro is een bom die politici zelf hebben gelegd.” Oud-topambtenaar Stefan Lehne spreekt zich weinig diplomatiek uit over het falen van de politiek. „We raken de verworvenheden van zestig jaar Europa kwijt.”

Kun je de euro redden zonder de Europeanen te verliezen? Stefan Lehne is daar niet zo zeker van. Om de euro overeind te houden, zegt Lehne, een oud-topambtenaar uit Oostenrijk, moet er méér Europese samenwerking en integratie komen. Maar, zegt hij, „burgers zijn hier niet klaar voor. De politici zitten gevangen tussen de markten en de burgers: de ene kant eist méér Europa, de andere kant juist minder. In die onmogelijke positie proberen de politici zich staande te houden door te doen wat de markten zeggen, maar dat doen ze halfbakken, om de burgers niet helemáál tegen zich in het harnas jagen. Gevolg: beide partijen worden steeds meer gefrustreerd. Dit gaat vroeg of laat mis. Europa moet duidelijke keuzes maken, zodat het kan ophouden permanent crisismanagement te bedrijven. Anders richt het zichzelf te gronde.”

Stefan Lehne werkte 34 jaar op het Weense ministerie van Buitenlandse Zaken – met een uitstap naar Brussel. Toen kon hij dit soort dingen niet hardop zeggen, laat staan publiceren op internet. Nu hij met pensioen is, en als ‘visiting scholar’ voor de Carnegie-denktank werkt, kan dat wel. Zijn artikelen worden in Europese hoofdsteden goed gelezen.

In Brussel, waar hij een paar dagen verblijft op doorreis, legt hij met zichtbaar plezier uit hoe Europa zichzelf zo in de nesten heeft kunnen werken. Zijn taal is diplomatiek, hij glimlacht beschaafd. Maar zijn oordeel over de politici die deze crisis moeten zien op te lossen, is hard: hij vindt ze middelmatig. „Europa heeft politici uit de wind gehouden. We hebben zestig jaar voorspoed en vrede gehad, een zeldzaamheid in de Europese geschiedenis. Er was perspectief, het intellectuele politieke kader was geschapen door mensen als Monnet en Schuman [zij stonden aan de wieg van de Europese Economische Gemeenschap, red.]. Existentiële problemen rond oorlog en vrede waren er niet. Europa haalde overal de scherpe kantjes af. Met de politicus is hetzelfde gebeurd als met de burger: die is een beetje verwend geraakt.”

Alles binnen handbereik, snel klagen?

(lacht) „Exact. De generatie van nu wil vooral de komende nationale verkiezingen winnen, de rest kan ze gestolen worden. Mensen halen minder uit zichzelf als er weinig van ze wordt gevraagd.’’

Maar nu wordt er wel veel van ze gevraagd.

„Dit is een belangrijk moment in de Europese geschiedenis. Maar de meeste politici slagen er niet in om dat te verwoorden. Velen proberen zelfs niet eens om dit aan mensen uit te leggen. De Europese Unie is een antwoord op de Tweede Wereldoorlog. Het is een politiek strategisch project. Heel ambitieus. De vorm die het heeft, is economisch: één grote markt. Als politici burgers uitleggen wat ze aan Europa hebben, of wat ze in Brussel aan het doen zijn, gebruiken ze altijd alleen maar die economische logica. Europa, zeggen zij al decennialang, is goed voor onze welvaart. We worden rijker, onze bedrijven boeren er goed van.

„Burgers hebben dit argument jarenlang min of meer passief over zich heen laten komen. Zolang de welvaart steeg, vonden ze het best. Maar nu de crisis toeslaat, valt dit argument ineens weg. Juist nu politici moeten werken aan méér Europa om de euro overeind te houden, krijgen ze daar bij de burgers geen steun meer voor.”

Waarom vertellen ze het hele verhaal niet?

„Dit is een structureel probleem. Politici worden nationaal gekozen. Hoe kun je verlangen dat ze heel positief zijn over Europa? Europa en de natie staan soms op gespannen voet. Óf de één heeft macht, of de ander. Daarom is voor nationale politici de verleiding groot om Europa verantwoordelijk te stellen voor negatieve ontwikkelingen, en hun eigen land voor positieve dingen. Ze hebben de neiging altijd na een Europese top of ministerraad thuis te zeggen: ‘Ik heb als een leeuw gevochten voor ons nationale belang, en ik heb gewonnen!’, terwijl dat vaak niet of ten dele zo is.

„In Brussel draait het om compromissen. Iedereen geeft en neemt. Dit is de essentie van de Europese Unie. Maar dat ‘geven’ verzwijgen politici thuis het liefst. Ze zijn bang dat ze als zwakkeling worden gezien en de volgende verkiezingen verliezen. Om die reden hebben Nederlandse politici nooit vlammende betogen gehouden voor peace in Europe, maar zijn ze praktisch gebleven en hebben gezegd: ‘Dat is goed voor Philips.’ Maar nu de EU een existentiële crisis doormaakt, en ook Philips daar last van heeft, zit je met het probleem dat mensen niet meer begrijpen waar Europa goed voor is.’’

De euroscepsis begon toch al vóór de crisis, toen het economisch nog goed ging?

„De eerste tekenen kwamen in de jaren negentig. Voor die tijd bestond Europa voor veel burgers vooral uit technische aanpassingen: harmoniseren van voedselrichtlijnen, minder grenscontrole, enzovoort. Maar in de jaren negentig begonnen politieke projecten die dieper ingrepen in het leven van mensen: justitiesamenwerking, Europees asielbeleid en de monetaire unie. Tegelijkertijd vergrijsde de samenleving en vlakte de economische groei af. Mensen werden onzekerder over de toekomst, en dus conservatiever.

„In die jaren begonnen ze vraagtekens bij de politieke liberale koers in Europa te zetten. In Oostenrijk en Nederland werd immigratiebeperking een groot thema. Maar politici breidden de EU toch uit met tien nieuwe landen, met wéér alleen die economische uitleg. Mensen vonden dat allang niet overtuigend meer. Ze hadden vragen en kregen daar gewoon geen bevredigend antwoord op. Populisten hebben hier gebruik van gemaakt: zij geven die antwoorden wél. Dit pannetje was al tegen de kook aan toen de crisis uitbrak, in 2008.”

Hoe typeert u deze crisis?

„Ze is anders dan vorige Europese crises. Vroeger blokkeerde één land iets. Dat veroorzaakte drama. Maar na een paar maanden of jaren werd de blokkade opgeheven en ging alles weer verder. Wat we nu meemaken, is geen tijdelijke stagnatie. Het is afbraak.”

Waarom?

„We raken snel de verworvenheden van zestig jaar Europa, zestig jaar voorspoed kwijt. De enige manier om de crisis te stoppen, is meer Europese integratie. We hebben één munt, één bankenstelsel, maar alle autoriteiten zijn nationaal gebleven. De politici hadden tien jaar geleden met de euro ook Europese autoriteiten moeten opzetten. Maar ze durfden niet. Nu moet het alsnog en ik weet niet of ze daarin gaan slagen. De enige manier waarop regeringsleiders begrotingspacten en noodfondsen door hun parlementen krijgen, is door te dreigen met een catastrofe: ‘Als jullie niet voor stemmen, breekt de hel los!’

„Dat kun je een paar keer doen, maar niet elke maand opnieuw. Dit is een shotgun marriage. Je kunt toch geen politieke unie opzetten alleen omdat Standard & Poor’s [kredietbeoordelaar, red.] dat wil? Burgers krijgen daar genoeg van. Het is antidemocratisch. Bovendien ben je bezig de toekomst van Europa te bouwen op basis van angst. Je hebt positieve argumenten nodig, niet alleen dreigementen met hel en verdoemenis.”

Hadden we nooit aan de euro moeten beginnen?

„Niet op deze manier. Iedereen wist toen al: om één munt te hebben, moet je je economieën in elkaar schuiven. Maar politici wachtten in zeker zin op een crisis, die zou dwingen om dat te doen. Dat zou makkelijker zijn: dan móest je wel. Commissievoorzitter Prodi zei letterlijk in een interview in 2001: „Nu lukt het niet, maar op een dag komt er een crisis en dan kan het wel.” In die zin is de euro een bom die de politici zelf geplaatst hebben. Ze wisten: hij zou afgaan bij economische tegenwind. Dat is precies wat er nu gebeurt.”

Wat voor politici heeft Europa nodig?

„Mensen met visie op langere termijn, met meer verbeeldingskracht en meer lef. Politici die niet alleen het Europese project op een positieve manier nieuw leven durven en kunnen inblazen, maar daarvoor ook steun zoeken en krijgen bij de bevolking.

„Bondskanselier Merkel die naar de twintigste of eenentwintigste Europese top gaat met als belangrijkste agendapunt dat de spreads van Spanje en Italië te hoog zijn, dat is toch treurig? Regeringsleiders zeggen steeds dat ze ‘grote stappen’ zetten. Maar mensen zien na vier, vijf dagen relatieve rust de markten weer op en neer springen – en trekken, terecht, de conclusie dat dit helemáál geen grote stappen waren.

„Dit moet stoppen. Politici doen het minimale om de euro drijvend te houden en zaaien zo onrust: op de markten en bij de burger. Het enige resultaat is, dat burgers zich in uw land en het mijne nóg onzekerder voelen en nóg meer willen renationaliseren.’’

President Van Rompuy kwam eind juni met een plan om een bankenunie en een politieke unie op de zetten, in ieder geval met de zeventien eurolanden. Biedt dit perspectief?

„Ja. Eindelijk komt iemand met een project voor langere termijn. Maar hét gat dat we moeten dichten in Europa, is het democratische gat. Daar zegt dit plan weinig over.

„Weet u hoe oud de gemiddelde kijker van het Oostenrijkse journaal is? Iets van 65 jaar. Jongeren lezen nauwelijks kranten. Ze hebben niets met ons soort politiek, die nog altijd verticaal is georganiseerd. Zíj zijn horizontaal georganiseerd, op Facebook en dergelijke. De Oostenrijkse FPÖ, de populistische rechtse partij, experimenteert met ‘liquid feedback’: mensen doen voorstellen op tv, ook politieke voorstellen, en dan stemmen ze erover.

„We moeten uitkijken dat we burgers niet te ver van de politiek laten afdrijven. Burgers willen directe democratie en echt legitieme beslissingen. In diverse landen proberen politici het oude systeem te matchen met nieuwe dingen. Iedereen probeert van alles. Intussen jaagt de crisis met enorme snelheid door Europa. Een echte oplossing is ver weg. De kans dat er een groot ongeluk gebeurt, vandaag of morgen, is groot. Dat is mijn grote vrees.”

Wat voor ongelukken bedoelt u? Nederlandse verkiezingen? Spanje dat inzakt?

„Precies: elke dag kan er in één land iets gebeuren dat de hele eurozone laat ontsporen. Elke dag is er paniek. We blussen constant brandjes. Het is onmogelijk zo politiek te bedrijven. Ik ben bang dat dit op een dag spectaculair misgaat.”

Van Rompuy wil nationale parlementen direct betrekken bij Europese besluitvorming. Hoe, zegt hij er niet bij. Vindt u dat een goed idee?

„Dat spreekt mij aan. Denemarken doet dit al jaren: het parlement beslist overal over mee. Ook in Duitsland mag de Bundestag meebesluiten over belangrijke Europese onderwerpen. In beide landen werkt het goed. Het vertraagt de Europese besluitvorming. Maar het dwingt de regering om de zaken thuis beter en completer uit te leggen dan ze vroeger deed.

„Het trekt nationale parlementariërs eindelijk bij de les. In Kopenhagen en Berlijn is de tijd voorbij dat je als parlementslid achterover kon leunen en zeggen: ‘Ik begrijp niets van Europa’. Nu hebben ze macht en de verantwoordelijkheid. Ze zijn beter geïnformeerd dan vroeger. Zo wordt Europa eindelijk ook van hén, voor het eerst.”

Hoe moet dat dan met het Europees parlement?

„Ook Europarlementariërs zijn direct gekozen in de lidstaten. Maar zij staan ver van de burgers af. Je kunt het democratische gat dus niet dichten door alleen het Europees Parlement meer macht te geven.’’

Gaan we straks ook de voorzitter van de Commissie of de Raad direct kiezen?

„Als het helpt, moeten we dat zeker doen. Hoe meer je burgers betrekt bij Europa, hoe meer het hún Europa wordt. Dan lezen ze erover, zoeken ze informatie. Nu gebeurt dat niet. Iedereen heeft een mening over Europa, maar mensen weten er bedroevend weinig van.´´

Wanneer zag u zelf de dingen misgaan?

„Ik herinner me dat ik bij het opzetten van de euro dacht: dit is een brug te ver. Ik werkte vooral in de buitenlandse politiek: de allerzwakste schakel van de EU. Ik dacht, we moeten éérst zorgen dat eurolanden politiek meer samenwerken, en daarna pas aan een gemeenschappelijke munt beginnen. We hebben het omgekeerde gedaan. Als Oostenrijker heb ik het uiteenvallen van Joegoslavië van dichtbij meegemaakt. Dat maakte indruk: één land, één gemeenschappelijke munt, dat ging allemaal kapot.’’

Overleeft de eurozone het?

„Daar ben ik niet gerust op.’’

En de EU?

„Meer kans. De interne markt kan overleven met en zonder euro. Maar er is geen garantie dat de EU standhoudt. Nu al worden tegenstellingen tussen noord en zuid, tussen eurolanden en niet-eurolanden steeds groter. Als de eurozone uiteenvalt, komen er hevige emoties los. Landen zullen rekeningen willen vereffenen. Dat verzwakt de EU. Zonder respect voor elkaar en voor de Europese instellingen die de interne markt moeten bewaken, zie ik de EU niet floreren.

„Ik maak me ook zorgen over Centraal-Europa en de Balkan. Oude rivaliteiten en problemen met minderheden zijn daar gesmoord door de EU door deze landen langzaam in de EU in te kapselen. Maar ze zijn niet verdwenen. Zonder die stabiliserende factor kan het daar wel eens flink vervelend worden. En dus bij ons ook.’’