Dolgelukkig tussen de middag

Thuiskok Marjoleine de Vos fantaseert over het hoogtepunt van een zomerdag: de lunch.

Toen het zomer was – ach, wat lijkt dat alweer lang geleden! – sprong als vanzelf een gedachte op: lunch.

Alles aan de zomer is heerlijk, de frisse ochtenden, de zachte avonden, de diepe schaduwen in de middag waarin je met een pot muntthee en een boek zit te doezelen, maar om een of andere reden ben ik geneigd de lunch als het hoogtepunt van de zomerdag te beschouwen.

Eetmatig dan natuurlijk.

Daarbuiten zijn er veel andere hoogtepunten mogelijk, van zwemmen in buitenwater, tot het sproeien van planten in de nog koele ochtend of de geur van drogend hooi die van het land komt. En de drankjes natuurlijk: ijskoude margarita’s, campari-soda, ja zelfs dronk ik appelwijn toen het nog zomer was („Dat is geen wijn moeder”, horen wij Frits van Egters zeggen, maar het was toch merkwaardig lekker).

De lunch dus. Die kun je op een zomerdag altijd buiten gebruiken. In de schaduw. Die schaduw moet, waarom zou je geen eisen stellen, zondoorspikkelde schaduw zijn en er moet een heel licht briesje waaien en de tafel moet gedekt zijn met een zomers kleed. Wie het helemaal goed wil doen, zet nog een bosje veldbloemen op de tafel.

Op die tafel verschijnt een karaf ijskoud water en voor elke aanzittende een glas witte wijn met zo’n lichtbeslagen waasje erover.

En dan. Daarover kun je eindeloos fantaseren. (En bij fantasie moet het met regen en wind en temperaturen onder de 20 graden helaas blijven.) (Maar het wordt vast nog wel eens een keer zomer en dan gaan we er meteen weer tegenaan.)

Laten we maar eens beginnen met een aantal beperkingen en criteria, anders komen we nergens of juist overal en dat is in dit geval hetzelfde.

• De lunch mag niet heel machtig en zwaar zijn. Geen bechamelsauzen, geen liters room, als er per se een stoofgerecht moet zijn, laat het dan een visstoofschotel zijn. Dat is heerlijk trouwens bij zo’n lunch, een beetje pittig gebakken paprika en knoflook en tomaat waarin witvis, schelpen en garnalen gestoofd zijn. Stukje brood erbij en dan maar eens kijken of die wijn wil smaken.

• Hij bestaat liefst uit een paar, lichte, gangen. Omdat je, als je eenmaal zo fijn zit te lunchen, niet meteen weer op wilt houden. Dus een kleine amuse vooraf, zoals gekookte kwarteleitjes met ansjovismayonaise, of snelle kaaskoekjes van Parmezaanse kaas gevuld met stukjes rauwe ham of fruitgelei of wat blaadjes rucola. Om die koekjes te maken hoef je niet meer te doen dan wat hoopjes geraspte Parmezaanse kaas een paar minuten in de oven te laten smelten tot een soort wafeltjes. Laat ze even afkoelen, vouw ze een beetje zo dat ze vulbaar zijn en laat ze helemaal afkoelen. Klaar is Kees.

• De lunch moet kleurig zijn. Geen grijzig vlees. Misschien sowieso geen vlees – hoewel kip en pittige worstjes beslist zijn toegestaan. En koud vlees natuurlijk: vitello tonnato is uitgevonden voor de lunch. Gegrilde paprika’s, tomaten, schotels gegarneerd met plakjes citroen of sinaasappel, een royaal gebruik van groene kruiden, dat alles maakt de lunch feestelijk. Denk bijvoorbeeld eens aan een sinaasappelsalade van vers gesneden plakken sinaasappel met zwarte olijven en radijsjes. Of sinaasappel met dadel. Of nectarine met tomaat en lente-uitjes en kumquats.

• Aardappelen mogen alleen in de vorm van aardappelsalade. En aardappelsalade is echt een héél goed lunchgerecht. Denk eraan de aardappelsalade tenminste een uur van tevoren te maken. En zet hem onder geen beding in de ijskast, dat verpest de heerlijke aardappelsmaak. En doe de aardappelen als ze nog warm zijn bij de witte wijn (azijn) en de royale plons heel goede olijfolie. Aardappelsalade met sperziebonen en een dressing van olie en azijn met verse rode peper, komijn, knoflook en gehakte koriander is gewoonweg onbetamelijk lekker.

• De lunch moet niet krankzinnig veel voorbereiding kosten, want het is jammer van de zomerochtend om die in de keuken door te brengen. Maar even in de keuken mag wel. En anders is het fijn om iets te kiezen dat in zijn geheel van tevoren gemaakt kan worden, denk aan zoiets als gebraden kip met citroen. Dat wordt beter van een nachtje staan en is heerlijk als (niet al te) koud lunchgerecht. Ik maakte het laatst nog eens, gewoon omdat ik zo’n zin had om iets zomers te maken. Eenvoudig en heel goed – kippenpoten aanbraden in olijfolie en/of boter, 2 fijngehakte sjalotjes en wat knoflook erbij, een citroen in schijfjes, wat fijngehakte citroenige kruiden – citroentijm, citroenmelisse, citroenverbena. Deksel erop, in een lauwe oven zetten (150 graden) en gaar laten worden. Peper en zout natuurlijk.

Het bijkomende voordeel is dat de jus de volgende dag gegeleerd is, en als er nu iets een zomerlunch is, is het wel koude kip in gelei.

Die kun je ook maken natuurlijk… Dat staat wel heel mooi op die zomertafel, koude citroenkip in citroengelei bijvoorbeeld.

• Tot besluit van de lunch is iets zoets wel erg heerlijk. Maar niet nog een hele cake of zoiets. Kersen opgediend in een schaal koud water zijn een prima besluit. Rijpe perziken ook. Rijpe perziken met een paar tuiles d’amande zijn zelfs perfect. En niets, ik herhaal niets, kan op tegen rood fruit met room. Aardbeien met slagroom, frambozen met mascarpone waardoorheen wat vanillesuiker en citroenrasp is geroerd – wat kun je meer doen om te proeven dat het zomer is?

Het belangrijkste ingrediënt van alles is natuurlijk het weer. En dat kun je niet gaar krijgen al breng je weken door in de keuken. Maar als het weer zo nodig alles moet verpesten en versjteren, als het weer het zo nodig beter moet weten, dan gaat het weer maar op het dak zitten. Dan hoeven wij geen weer meer. Dan dekken we gewoon binnen de tafel, luisteren alles op met kleurige zomerbloemen, draaien zwoezelzwazzelmuziek met zomerse zangstemmen en lunchen binnen. Tot we dol- en dolgelukkig zijn.