De prijs van leven en laten leven

35 jaar negeerden gemeente en inwoners van Waalre de kampers. Sinds het afbranden van het gemeentehuis staan de verhoudingen op scherp. Waalre hangt uit het lood.

„Een vrouw kan de aanslag op het gemeentehuis niet gepleegd hebben”, zegt kroegbaas Hans Daris van de Waalrese dorpskroeg De Wolderse Wever. „Weet je waarom niet?” Hij zwijgt even. „Die auto’s stonden achteruit ingeparkeerd!”

De eerste moppen zijn daar, twee weken na de aanslag op het gemeentehuis van het Brabantse Waalre. In de nacht van 18 juli ramden twee auto’s – kont naar achter – het gemeentehuis. Het pand uit 1929 brandde af en is bijna volledig verwoest.

De daders zijn ontkomen, over hun identiteit is niets bekend. Camera’s registreerden alleen hun onherkenbare silhouetten. Veertig rechercheurs onderzoeken de zaak.

Niet alleen de moppen, ook de geruchtenstroom is na de aanslag op gang gekomen. Wie de vinger wijst, richt die op ‘het kamp’ aan de Broekweg, in het noorden van Waalre. De kampbewoners hebben toch als enige een conflict met de gemeente? Over dat bestemmingsplan dat bepaalt dat de loodsen op hun terrein moeten verdwijnen? En bovendien, zeggen Waalrenaren op voorwaarde dat ze anoniem blijven, die kampers deugen niet. Floddervolk is het. Dikke auto’s maar niemand op een loonlijst. Ra-ra-ra.

Het blijft niet bij geruchten. Vorige week toonde de politie een anonieme brief gericht aan de kampbewoners. „Iedereen in het dorp haat jullie”, stond in die brief, „jullie gaan eraan”. Na de brief surveilleert de politie extra aan de Broekweg, om de veiligheid op het kamp te garanderen.

De geruchten zijn een zorg voor burgemeester De Wijkerslooth. Al 24 uur na de aanslag zag hij zich genoodzaakt in de media inwoners op te roepen níet langer te wijzen naar het kamp. Want, zegt hij: er zijn geen bewijzen, er zijn geen verdachten.

Maar los van de schuldvraag is er een ander raadsel. Hoe kan het dat er, na de brand, prompt een gepolariseerde sfeer is ontstaan in Waalre? Burgers die kampbewoners verdenken, kampbewoners die boos ontkennen, een dreigbrief, een bezwerende burgemeester, extra politie-inzet. Vanwaar die grimmige gespletenheid in het welvarende Waalre, eind juni door Elsevier nog uitgeroepen tot de prettigste woongemeente van Noord-Brabant?

Eén ding is zeker: gespletenheid in Waalre is er al decennia, tussen burgers en kampbewoners. Het zijn twee afzonderlijke werelden. De eerste bestaat uit 16.000 inwoners van Waalre of Aalst, kerkdorpen die in 1923 zijn opgegaan in fusiegemeente Waalre, pal onder Eindhoven. Inwoners werken veelal voor Philips, het hightechbedrijf ASML of het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven. Directeuren en oud-topsporters wonen in villa’s in het groen tussen de dorpskernen. Problemen in de gemeente gaan over zaken als de te drukke N69. Of over burenrivaliteit tussen Aalst en Waalre, jaarlijks aangedikt tijdens carnaval. Niet voor niets staat – stond – het gemeentehuis, gebouwd na de fusie, exact op de grens van de twee kerkdorpen.

En dan is er die andere wereld, die van de kampbewoners. Het zijn nazaten van turfstekers en keuterboeren die in het midden van de negentiende eeuw rondtrokken om in hun onderhoud te voorzien. Totdat de Woonwagenwet, eind jaren 70, dat verbood. Provincies moesten plek inruimen voor permanente centra. Noord-Brabant koos in Waalre voor de Broekweg, een buitengebied ingeklemd tussen een recreatieplas en een bedrijventerrein. Tien woonwagens mochten daar aanvankelijk staan – in 1977. De jaren daarna kwamen er fors meer: door nieuwe bestemmingsplannen, vrijstellingsprocedures en het gemeentelijk gedogen van vergunningloos bouwen. De bewoners wonen niet langer op wielen: op slechts één bouwperceel staat een caravan. De rest is bebouwd met ruime woningen, en met loodsen en schuren van soms 300 vierkante meter. De gemeente keurde die bouw in 2005 goed, in afwachting van een nieuw bestemmingsplan. Hoe de kampbewoners hun kost verdienen, is niet precies bekend. De gemeente wil dat ‘uit privacyoverwegingen’ niet toelichten. Feit is: er is – of was – een handel in auto-onderdelen. Feit is ook dat de fiscale opsporingsdienst FIOD bij een inval in het kamp eind juni zeshonderd kilo grondstoffen voor synthetische drugs als amfetamine aantrof.

Kampbewoners vertonen zich weinig in de dorpskernen. Hans Daris, baas van de dorpskroeg: „Ze komen hier bijna nooit over de vloer.” Een 57-jarige vrouw, 28 jaar lang Waalrenaar: „Ja, in de supermarkt. Ik geloof dat ik ze in al die tijd vijf keer ben tegengekomen.” Of neem Karel Musch. Hij is 85 jaar oud, woont sinds 1958 in Waalre, was er tien jaar raadslid voor de VVD, en twee jaar wethouder. „Nooit” had hij contact met de kampbewoners. „Ik kwam ze niet tegen”, zegt hij.

Inwoners van Waalre en Aalst komen ook niet op de Broekweg. Het kamp ligt niet aan een doorgaande weg. Zelfs op het kamp lijken de bewoners ver weg. Het is stil op straat. Hoge, gesloten tuinhekken om de gazonnen, geen deurbellen, neergelaten rolluiken, donkere ramen. Burgemeester De Wijkerslooth: „Het zijn zestien gezinnen, in zestien woningen, weg van het dorp. Een afgezonderd clubje.”

De afstand tussen de twee werelden was lange tijd aanvaardbaar. Zoals de vrouw van 57 het formuleert: „Ik had geen last van ze.”

Die verdraagzaamheid staat nu onder druk. Al is er niets bekend over de daders: Waalre hangt uit het lood. Het gemeentehuis is vernietigd. Los van de vraag wie dat gedaan heeft: voor Waalre is de Broekweg niet langer een weggestopt stuk grond, maar een ‘kwestie’.

Bewoners twijfelen of ze met hun naam in de krant willen. Meestal besluiten ze van niet. „Ik ben bang voor represailles”, zegt de vrouw van 57, die inmiddels al drie jaar in het buitenland woont. Ze zijn even over. Haar man, 60, blijft ook liever anoniem. Ze praten over de inval door de FIOD. „Hoeveel drugs is daar toen gevonden?” Ze noemen het nieuwe bestemmingsplan dat de kampbewoners afwijzen. En die loodsen op hun terrein: „Wat ligt daar eigenlijk allemaal?” Zijn vrouw over de aanslag: „Zomaar een individu doet dit niet. En een terreurgroep had de aanslag allang opgeëist.”

Niet alleen ‘het kamp’ is sinds de brand onderwerp van gesprek – ook de rol van de gemeente. De vrouw van 57: „Ik las in de krant dat er geen vergunning was voor de bouw van die loodsen. De gemeente heeft dat al die jaren door de vingers gezien.” Haar man: „De gemeente heeft te lang niet ingegrepen. Als je niets doet, dan wordt de bestaande situatie vanzelf een recht dat je kunt claimen.” Kroegbaas Hans Daris kan zich „ergens” voorstellen dat de woonwagenbewoners dat bestemmingsplan nu afwijzen. „Stel, de politie staat toe dat je jarenlang 100 rijdt waar je eigenlijk 80 km per uur moet. En ineens moet je van de politie naar 80. Dan sta je toch raar te kijken?”

De nasleep van de brand pakt dus ook onaangenaam uit voor de gemeente. Plots is daar de aandacht voor het jarenlang accepteren van vrijplaats Broekweg. Een praktische gedoogconstructie is van de weeromstuit veranderd in het toestaan van rechteloosheid. Wie was dan eigenlijk wie de baas?

Burgemeester De Wijkerslooth wil, in gesprek met inwoners, „zorgvuldig omgaan met dit soort standpunten”. Dat betekent: „Uitleg geven over de pogingen van de gemeente de afgelopen vijf jaar om zaken op de Broekweg goed te regelen.” Het zogenoemde „normalisatieproces” dus, dat is uitgemond in het veelbesproken bestemmingsplan.