Curaçaose politici zijn 'kleine kinderen'

De bewoners van Curaçao zijn woedend over de val van het kabinet. Maar bijna niemand durft hardop kritiek te leveren. „Als ik iets slechts zeg, krijg ik niks meer.”

Over politiek wordt op Curaçao óf geschreeuwd óf gefluisterd.

Op het eiland lopen de discussies na de val van het kabinet vrijdag hoog op. Aan de kade in Willemstad, met uitzicht op het okergele fort waar de regering zetelt, bespreken drie vrienden luidruchtig de politieke situatie. Maar als een journaliste vraagt of ze mag meeluisteren, kijken ze schichtig om zich heen. „We kunnen hier niet hardop over praten. Alles is in de war, weet je”, legt een stevige veertiger in een oranje-geel gestreepte polo uit. Hij wil wel wat vertellen, maar onder geen beding met zijn naam in de krant. „Ik heb een organisatie die leeft van sponsors en subsidie en afhankelijk is van vergunningen van de regering. Als ik iets slechts zeg over de mensen aan de macht, krijg ik niets meer.”

De regering is demissionair, maar dat verandert niets aan de noodzaak om de ministers te vriend te houden. Deze bewoner is boos op premier Gerrit Schotte en zijn coalitie, die het volk twee jaar geleden beloofden dat alles op het eiland beter zou worden. „De enigen die beter zijn geworden zijn zijzelf, hun zaken, hun familie en hun vrienden.” Niet de benzineprijzen, niet de levensstandaard, niet de aanpak van criminaliteit, niet het onderwijs en niet de infrastructuur.

„Het is alsof ik een restaurant begin en ik zeg tegen de mensen: ik ga heel veel lekkere pasteitjes maken, met vlees, met kip, met garnalen en broccoli, en allemaal andere gerechten. En als het restaurant dan open gaat, krijgen ze alleen maar pizza.”

Toch heeft hij ook begrip voor de situatie van de jonge regering. Op 10 oktober 2010 hielden de Nederlandse Antillen op te bestaan en werd Curaçao met bijna 150.000 inwoners een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. „De politici, ze zijn nog kleine kinderen, maar ze moeten geen ruzie maken, ze moeten samen naar de peuterspeelzaal en dan naar de kleuterschool en door tot de universiteit. Een eenheid vormen en volwassen worden.”

De eenheid was vanaf het begin ver te zoeken in de driepartijencoalitie van Schotte. Het was een vechtkabinet waarvan de leden elkaar vooral in de media verbaal te lijf gingen. Daarnaast was na hun installatie gebleken dat diverse ministers, onder wie Schotte zelf, de integriteitstoets voor bewindspersonen niet hadden doorstaan, vanwege hoge schulden, eerdere veroordelingen en banden met de maffia. Die toets was doelbewust vertraagd tot de regering er al zat.

Isidro Narcisio, die in het centrum van de stad werkt als schoenenpoetser, wil wel graag hardop laten horen hoe kwaad hij is. Niet op Schotte, maar op de twee leden die zijn coalitie de afgelopen week lieten vallen. Het speeksel spettert uit zijn mond, terwijl hij foetert op de politici. Hij weet zeker dat de afvalligen zijn betaald door de oppositie. „In plaats van dat ze de minister-president zijn werk laten doen, moeten wij nu weer gaan stemmen.” Het zijn de zevende verkiezingen in zeven jaar op Curaçao.

Een 48-jarige verpleegkundige is naar de plaatselijke bibliotheek gekomen om in de kranten te lezen over de val van het kabinet. Ze komt uit Suriname en durft als immigrant de politici niet openlijk te bekritiseren. „Politiek is geen net ding, dat weten we hier allemaal. Mensen gaan erin om er zelf beter van te worden. Maar wat deze regering deed, is echt slecht voor de bevolking. Ze hebben bijvoorbeeld alle reserves van de energiemaatschappij opgemaakt en nu wordt overal een deel van de dag de stroom afgesloten.”

De vrouw heeft nog meer voorbeelden van hoe de politieke situatie haar raakt. „Ze zeiden dat het onderwijs gratis zou worden komend jaar. Gelukkig heb ik geld apart gehouden, want mijn kinderen gaan volgende week weer naar school en het is nog niet geregeld. En dan de grove taal en de bedreigingen die de politici uiten. De jeugd neemt dat over. Hoe kun je verwachten dat de bevolking zich goed gedraagt als ze wordt geregeerd door mensen die het land aan de maffia verkocht hebben?”