Rick uit Oss is geen onbekende meer in Azië

Aziaten domineren het boogschieten en dan vooral Zuid-Korea. Gisteren stuntte Rick van der Ven tegen Dong Hyun-Im, de nummer één van de plaatsingslijst. Van der Ven werd uiteindelijk vierde.

Rick van der Ven (21) wilde als tiener eigenlijk persluchtduiken, maar was nog te jong. Dan maar handboogschieten. Hij bleef plakken in de sport en werd gisteren vierde bij de Spelen. „Mijn beste wedstrijd ooit is niet genoeg voor een medaille. Vierde, ik zou niet weten wat daar slecht aan is.”

Van der Ven mocht voor zijn olympische wedstrijd naar Lord’s, de heilige cricketgrond in Londen. Het gras van The Home of Cricket was voor één keer het toneel van een schietbaan van 70 meter, vlak voor het Victoriaanse paviljoen. Voor even geen bats op Lord’s, maar bogen van titanium en carbon ter waarde van duizenden euro’s.

Aziaten domineren het boogschieten en dan vooral Zuid-Korea.

Elke keer als een van de drie Zuid-Koreaanse schutters aanlegde, verstoorde het massale geklik van fotocamera’s de stilte. Honderden meegekomen supporters vierden elke ‘10’ – de maximale score. „Boogschutters hebben in Zuid-Korea een status vergelijkbaar met de populairste sporters”, zei bondscoach Wietse van Alten, winnaar van olympisch brons in Sydney (2000). „Ik ben in Nederland de enige betaalde trainer, daar hebben ze er zo’n 350.”

Van der Ven liet dan ook de stunt van de dag noteren in de achtste finales met de uitschakeling van Dong Hyun-Im, de nummer één van de plaatsingslijst die eerder het wereldrecord brak. De Zuid-Koreaan met heel beperkt gezichtsvermogen draagt een speciale bril en geldt als de beste boogschutter ter wereld. „We zijn de jubelstemming even ontvlucht en ’s middags weer fris teruggekomen voor de kwartfinales”, zei Van Alten, die de olympische ringen op zijn lichaam liet tatoeëren.

Ook Van der Ven uit Oss merkte dat zijn overwinning telde in de sport. Hij is nu geen onbekende meer in Azië. „We hebben een trainingsveld, maar op het laatst was niemand meer aan het schieten. Iedereen stond voor de televisies te kijken.” De student werktuigbouwkunde werd niet nerveus, maar schoot zich met zelfvertrouwen langs de Taiwanees Kuo Cheng-Wei – met liefst zeven keer op rij een ‘10’.

Zo stond een koel Nederlands joch ontspannen lachend tussen drie Aziaten bij de beste vier olympische boogschutters. Hij beloonde zichzelf net niet met een medaille, na twee nederlagen in een shoot-off, waarbij één pijl beslissend is, zoals bij een strafschoppenserie.

Eerst won de Japanner Takaharu Furukawa de halve finales, waarna de Chinees Dai Xiaoxiang hem van het brons hield. De Zuid-Koreaan Oh Jin-Hyek behaalde de olympische titel – de eerste voor zijn land.

Van der Ven, een van de weinige linkshandige boogschutters, kon „best leven” met zijn vierde plaats. Vooraf hield hij rekening met een plaats bij de beste zestien, met hoop op de laatste acht. Ook Van Alten was tevreden. „Het is cru, maar Rick was werelds vandaag. Ik kan verzekeren dat niemand hier heel koel op de baan heeft gestaan. Hij heeft geen stomme fouten gemaakt en zou met een paar tienen meer zelfs een medaille hebben gewonnen.”

Van der Ven had zijn olympische debuut mede te danken aan zijn Nederlandse concurrent Rick van den Oever. De laatste haalde een olympische nominatie, maar verzuimde zich in juni bij de EK in Amsterdam bij de beste acht te scharen.

Van der Ven won de Europese titel en kreeg het startbewijs voor Londen toegewezen. Hij was in Londen een van de eenlingen tussen de boogschutters uit twaalf landen die zich in ploegverband met zijn drieën hadden geplaatst.

De vierde plaats van Van der Ven heeft volgens Van Alten alles te maken met de kwaliteit van zijn trainingsselectie op nationaal sportcentrum Papendal die na de zomer zeven boogschutters telt. Hij rekent erop dat de exposure van ‘Londen’ voldoende is de subsidies te behouden voor de sport waarover het makkelijk Robin Hood-grappen maken is. „Dit zal zeker niet in ons nadeel zijn.”

Van der Ven is een van de boogschutters die op Papendal wonen en leren. Hij heeft twee keer per dag schiettraining, aangevuld met conditie- en krachttraining. De voormalig Europees kampioen bij de junioren wil meer, net als de bondscoach. Van Alten: „We waren vandaag heel dichtbij een medaille. We haalden de laatste vier met één schutter, net zoveel als Zuid-Korea. Zullen we afspreken dat we over vier jaar een medaille halen?”