Zuid-Afrika is in Londen even kleurenblind

Al drie keer klonk in Londen het Zuid-Afrikaanse volkslied en al drie keer ging dat tamelijk vlekkeloos. Het tempo van de door de Britten gekozen opname is wat hoog en de diepemotionele tonen van Nkosi Sikelel’iAfrika zijn misschien niet helemaal geschikt voor een blaaskapel, maar na de gouden medailles van de zwemmers Cameron van der Burgh en Chad le Clos en gisteren die van de lichte vier zonder stuurman haalde de natie opgelucht adem: eindelijk klonk het ‘God zegene Afrika’ weer zonder politieke naschokken.

Sinds het eind van de apartheid in 1994 is het Zuid-Afrikaanse volkslied een ingenieuze versmelting van het blanke volkslied Die Stem met het strijdlied van Nelson Mandela’s ANC. De eerste paar frases zijn in de zwarte talen Xhosa, Zulu en Sesotho, gevolgd door coupletten in Afrikaans en Engels. Dat klinkt moeilijk en dat is het ook.

Toen het land in 1995 na jaren isolatie het WK rugby organiseerde, stond Mandela erop dat de overwegend witte bonken de tekst van het nieuwe volkslied uit hun hoofd leerden. Dat viel met de Xhosa-tongbrekers niet mee, maar de spelers deden wat ze gevraagd werd. Zelfs het sceptische publiek zong enthousiast mee.

Om een stabiele natie te bouwen zijn zulke nationale symbolen van levensbelang, redeneerde Mandela. Sport is een van de weinige werkelijk bindende factoren, dat had hij goed gezien. Wordt tijdens sportevenementen het volkslied verminkt, dan is het land plots opmerkelijk één.

Dat was het geval toen de in 2009 door de Franse rugbybond ingehuurde Zuid-Afrikaanse rastazanger Ras Dumisani knetterstoned het lied zó verknalde, dat geschokte politici spraken van landverraad. En vorig jaar mopperde het ganse land over zanger Ard Matthews die voorafgaand aan het WK rugby de tekst domweg vergeten leek.

Het meest recente incident had nota bene plaats in Londen zelf. Toen daar twee maanden terug de Zuid-Afrikaanse hockeysters aantraden voor een internationaal toernooi, schalde door de speakers het oude apartheidslied Die Stem.

Het lijkt lang geleden dat Mandela sprak van een ‘regenboognatie’. Maar steun voor internationaal opererende Zuid-Afrikaanse sporters is kleurenblind geworden. De baas mag in de eerste plaats een blanke zijn en de schoonmaakster is per definitie zwart; helden als Van der Burgh en Le Clos of de hardlopers Caster Semenya en Oscar Pistorius zijn bovenal Zuid-Afrikanen.

Het onverwachte succes gisteren van het gemengde roeiteam wordt gevierd als een overwinning op multiraciaal doemdenken – een radiopresentator riep vanochtend op alle baby’s die vandaag geboren worden Sizwe te noemen, naar de zwarte roeier. Het land heeft deze successen nodig om zich ondanks alles even één te voelen. En Nkosi Sikelel’iAfrika is symbool van dit ontluikend patriottisme.