Uitgevers hebben de boot jaren geleden al gemist

Geruime tijd geleden werden er websites ontwikkeld waarop je hotelkamers kon boeken. Hoteliers dachten aanvankelijk dat het zo’n vaart niet zou lopen, en dat verreweg de meeste boekingen direct via hen zouden worden afgehandeld. Maar tegenwoordig kost het vaak veel moeite om de eigen site van een hotel te vinden, omdat de klant meteen naar boekingsites wordt geleid. De hotelier wordt geconfronteerd met het feit dat hij op de betreffende site met prijsverlagingen moet concurreren. Bovendien moet hij voor elke boeking commissie betalen aan de site. Daar gaat je winst!

Zo’n zelfde vorm van misplaatst optimisme als van de hoteliers is kenmerkend voor de bijdrage van Mizzi van der Pluijm, directeur-uitgever van Atlas Contact, in haar reactie op het stuk van Charles den Tex over het e-book als bom onder het uitgeefvak. Ze schrijft heel lief dat grote internetwinkels als Amazon invloedrijk zijn, maar dat zijn volgens haar ‘Libris, AKO, DWDD, Pauw & Witteman, NRC Handelsblad en De Telegraaf ook’. Volgens mij ben ik de aangewezen persoon om te zeggen dat hier appels met peren worden vergeleken. Sinds wanneer vragen of eisen partijen als Pauw & Witteman en De Telegraaf 40 procent van de kostprijs (minus btw) van een e-book?

Jaren geleden hebben uitgevers en boekhandelaren de boot al gemist. Het gezamenlijke boekenbedrijf had zelf een internetwinkel of -platform moeten oprichten, om de winsten in het boekenbedrijf binnenboord te houden en niet aan de Googles van deze wereld over te dragen, maar dat leek ze niet nodig, want het zou allemaal wel meevallen. Dat de belangen in de boekenwereld niet altijd gelijklopen, wordt ook duidelijk uit het stuk van Charles den Tex. Volgens Den Tex is er behoefte aan een e-uitgever, die niet op licentie-, maar op dienstenbasis werkt. De schrijver blijft volledig eigenaar van zijn boek en koopt diensten in bij de e-uitgever, bijvoorbeeld ten behoeve van de redactie en promotie. De schrijver wordt daarmee een klein baasje met de volledige eindverantwoordelijkheid voor de hele keten, terwijl de meeste schrijvers maar één ding willen: schrijven. Leve de arbeidsdeling, zullen veel auteurs me nazeggen.

Ten slotte blijft de positie van het vertaalde boek (en dus van de vertaler) zowel bij Den Tex als bij Van der Pluijm onbesproken, terwijl ongeveer de helft van de boeken die hier verschijnen, vertaald zijn. Wie krijgt een licentie om een boek te vertalen, wie neemt het risico een vertaler in te huren die deze klus professioneel verricht? Of wordt de vertaler ook ‘baas in eigen boek’ door met een buitenlandse auteur te onderhandelen over de vertaalrechten? Of met een buitenlandse uitgever? Ook dergelijke vragen moeten worden beantwoord in een sterk gewijzigde boekenwereld met andere rollen voor uitgevers, schrijvers en vertalers. Mooi weer spelen op basis van het credo dat we er ‘samen’ wel uit zullen komen, belooft weinig voor de toekomst.

René Appel is misdaadauteur