Terreur van het minikerkhof

Het is een aanklacht tegen de vroege dood in het verkeer: het bermmonument. Maar wat moeten anderen met al die verlepte bloemen en groen uitgeslagen knuffels?

In Ugchelen (gemeente Apeldoorn) staat op een zwerfkei: ‘Daan ‘Kip’. Hier stond je voor het laatst in die donkere nacht. Vergeten zullen we het nooit. Mama Stevie. Al je vrienden.’

Hier verongelukte een jongen. Zijn vrienden legden er van alles neer. Vlaggen, fakkels, breezerflesjes, een levensgroot knuffeldier, een kruis en de zwerfkei maakten deel uit van een groeiende verzameling. Wekelijks kwamen zijn vrienden er samen. Rust en eerbied verdwenen. Er werd gedronken. Er kwamen klachten, bij de moeder en bij de gemeente Apeldoorn. Wanneer dat ‘kippenhok’ eindelijk wegging. De gemeente heeft de plek nu deels opgeruimd. Grafschennis, volgens de moeder.

Volgens schattingen zijn er in Nederland minstens vijfhonderd permanente van deze ‘bermmonumenten’. Een paar jaar geleden maakten onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen een inventarisatie. De ‘spontane’ monumenten bestaan uit een bloemenzee en knuffels, neergelegd door vrienden. Familieleden plaatsen er daarna vaak een kruis of steen bij, waarmee het ‘permanent’ wordt. Eén van de oudste gedenktekens is uit 1875 en staat in Olst. Jonkheer E. Teding van Berkhout viel daar toen van zijn paard en overleed aan zijn verwondingen.

Voor veel nabestaanden is de exacte plek waar het slachtoffer voor het laatst in leven was van groot belang: daar was de overledene voor het laatst zichzelf. „Maar mensen moeten niet doen alsof de plek waar ze hun dierbare hebben verloren hun eigendom is”, zegt Charles ten Hengel, D66-raadslid in Terneuzen. Zelf raakte hij ooit met zijn auto van de weg, toen hij een groot beest zag opduiken. Het bleek een teddybeer die was neergezet bij een bermmonument. Het liep goed af.

Er staat van alles langs de weg. Brokken natuursteen, kruisen, lantaarntjes, knuffels, waxinelichtjes, bloemen, foto’s, een tegen een boom gespijkerd hart. „Maar niet iedereen wil constant worden geconfronteerd met het verlies van anderen”, zegt Ten Hengel. Hij vertelt over een stijlvol appartementencomplex in het centrum van Axel (gemeente Terneuzen). De makelaar raakt de woningen wel kwijt, maar het gemeenteraadslid hoorde dat belangstellenden ervanaf zagen vanwege het uitzicht op een minikerkhof. „Er branden daar altijd elektrische kaarsen en op bijzondere dagen, zoals de geboorte- en de sterfdag van de verongelukte jongen, verzamelen nabestaanden zich er”, zegt Ten Hengel. In 2010 pleitte Ten Hengel in de gemeenteraad van Terneuzen voor een verbod. Het werd een rel en hij zag ervan af. „Ik wil me er niet meer aan branden. Maar toch: waarom zo’n taboe?”

En ook niet alle nabestaanden van auto-ongelukken willen een bermmonument. „De verwerking en de herinnering is voor intimi, niet voor de openbaarheid”, zegt Hanna, die niet met haar volledige naam in de krant wil. Ze wil haar verdriet niet etaleren. „Natuurlijk denk ik aan mijn kind als ik op de weg rijd waar hij is gestorven. Maar wat moeten anderen nou toch met al die verlepte bloemen in plastic, met natte en groen uitgeslagen knuffels rond een steen? Ik vind het bermvervuiling, bermterreur zelfs.”

Wat zijn de regels? In 2004 heeft Karla Peijs, toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat, richtlijnen opgesteld voor het plaatsen van een herinneringsteken: de plek moet veilig zijn, bepaald moet worden hoelang het mag blijven staan, het mag geen belemmering vormen voor wegwerkzaamheden en de plaatsingskosten zijn in beginsel voor de nabestaanden. Verder doen wegbeheerders (provincies, gemeenten, waterschappen, natuurbeheerders) wat ze willen.

Harry Murraij, hoofd district West provinciale wegen Utrecht, wil de wildgroei aan bermmonumenten tegengaan. Daarom wijst de Utrechtse provincie zelf de plek aan waar het gedenkteken komt te staan. Ook de vorm ligt vast: een zuiltje met aan de bovenkant een plateau voor een zelfgekozen tekst met afbeeldingen. Plantjes zijn niet welkom, omdat de oorspronkelijke bermvegetatie niet mag worden aangetast. „Maar tegenover die verplichte eenheidsworst staat dat het monumentje op onze kosten wordt geplaatst”, vertelt Murraij. „En het kan voor onbepaalde tijd blijven staan.” Dat betekent dat het zuiltje alleen weggaat als de weg wordt verlegd of als de nabestaanden er zelf geen belang meer aan hechten.

Natuurlijk is niet iedereen blij met die beperkingen. „Juist omdat een verlies zo persoonlijk is, vind ik een vrij ontwerp juist heel belangrijk”, zegt Tjeerd van der Meer. In Dokkum markeren drie kruisen de plek waar zijn beide dochters in 2001 verongelukten. Een van hen was zwanger, vandaar drie kruisen. „Veel wegbeheerders hanteren een termijn van drie tot vijf jaar, soms is verlenging mogelijk”, weet de nu kinderloze vader. „Maar hoe je dingen verwerkt, daar staat geen limiet voor.”

Hij begrijpt dat wegbeheerders na een jaar of drie gaan kijken of de gedenkplek langs de weg nog zinvol is. Wanneer niemand er meer naar omkijkt, is weghalen beter. Maar nooit zonder overleg met de familie. „Onlangs reed ik weer op die weg. En besefte ineens: ik ben de kruisen voorbij, zonder ze te hebben gezien. Ik schrok er eerst van, maar het is een goed teken.”

Bij Jan Hendriks in Beemte (gemeente Apeldoorn) ligt een gedenksteen pal voor zijn huis. „Samen met mijn schoonzoon heb ik twee jongens uit het water gehaald nadat ze met hun auto in het kanaal waren beland. Een van hen zat klem en was onderkoeld, hij stierf onder mijn ogen. De bestuurder overleefde, maar hield er een hersenbeschadiging aan over.”

Een half jaar na het ongeluk is er een marmeren steen neergezet, een grafsteen welbeschouwd. Met een uitgebreide tekst erin gegraveerd: ‘Ineens was je weg, voorgoed verdwenen. Zaterdag 20 november 2004 eindigde hier het leven van onze lieve Robbie. Eens zien we elkaar weer terug. Tot die tijd ben je in ons hart en in onze gedachten.’ Met een foto van een knul met een petje erbij. Bloemstukjes ernaast, één van plastic, één verwelkt. Jan Hendriks vond het allemaal prima, op voorwaarde dat alles na vijf jaar zou worden verwijderd. „De familie wil nu verlenging van deze termijn. Maar afspraak is afspraak. Als wij vanuit onze woonkamer naar buiten kijken, zien wij die steen. Dat is al zeven jaar zo.” De gemeente is inmiddels in gesprek met Hendriks en de nabestaanden. „De zaak is zeer gevoelig”, aldus een woordvoerder van de gemeente Apeldoorn.

Het kan ook klein. In Bergen (NH) verongelukte voor de deur van Rob Groot een tienermeisje. De zee van bloemen, knuffels en kaartjes is al lang verdwenen. De letters op de twee harten in trottoirtegels, zijn afgesleten. Zijn zesjarige dochter denkt dat het omgekomen meisje eronder ligt. Zelf heeft Groot geen moeite met de gedenktegels. „Op de dag van het ongeluk zet de overbuurvrouw nog altijd een kaarsje neer. Ze heeft het zien gebeuren”, vertelt hij. Maar hij moet er niet aan denken om op iedere hoek van de straat gedenktekens tegen te komen. „Daar is het kerkhof voor.”

En soms. Soms wordt een bermmonument vernield. Nabestaande An van Wallenburg werd er tot drie keer mee geconfronteerd, het meest recent in december 2011. „Wie doet dat?” vraagt ze zich af. „Waarom doe je een ander weer zo veel verdriet?”

Aan de weg tussen Middelburg en Sint Laurens staat inmiddels een nieuw kruis.