Ranomi's pudeur

Ranomi Kromowidjojo zong het Wilhelmus woord na woord na. Op een moment dat haar keel dichtgesnoerd was door zinderende emoties.

Ik zie het de yuppen van Ajax niet doen.

Ook bijzonder: Ranomi heeft geen uitgemergeld zwemlijf. Haar lichaam is gevormd naar catwalk: alles erop en eraan. Inclusief het gracieuze loopje. Inge de Bruijn gaf in de studio commentaar op het koninginnenummer, de 100 meter vrije slag. Zij nog wel een uit de rondte geslingerd spijkervrouwtje met een tabernakel van wilde haren als camouflage.

Levenslang afgepeigerd.

Meteen na de race lag Kromo alweer in de plooi om naar een studentenfeestje te gaan. Ze hoefde haar gouden medaille niet eens na te hijgen. Het was alsof ze gisteren had gezwommen. Zwemmers komen nog zelden geheel uitgewoond uit het water. Ze blijven dartel in de napijn. Misschien wordt dat straks anders in atletiek. En zien we dan weer aan stukken gereten sportlichamen wankelend over de streep komen.

Zwemmen is als ademen.

De schoonheid van Ranomi was ook haar ingehouden geluk. Pudeur als stilstaand water, bijna. Geen indianenkreten, geen wild gehuppel, nauwelijks uitzinnigheid.

De triomf beschaafd, bedeesd zelfs, verinnerlijkt.

Zo was het ook met de roeisters Heather Stanning en Helen Glover die het gastland het eerste goud bezorgden. De euforie beperkt tot wat achterwaarts gefriemel en geknuffel in het bootje op het water. Handen op de heupen en een stoeierige lach. Niets van plonzende gekte.

En toch drukken de Olympische Spelen in hun monumentalisme het alledaagse leven weg. Dat Alberto Contador zijn rentree in het peloton maakt, ook nog in Nederland, vind je nu terug in een berichtje tussen rouwadvertenties. De gooi naar Europees voetbal van Nederlandse clubs haalt de headlines niet eens.

Michael Phelps is de naam.

En het Chinese Koude Oorlogmeisje Ye Shiwen, natuurlijk. De zestienjarige tiener die een wereldrecord zwom op de 400 meter wisselslag is klaar voor de brandstapel van Amerikaanse zwembobo’s. Zij weten het zeker: doping.

Ik word stilaan zeeziek van de Amerikaanse hypocrisie. Waarom zou Ye Shiwen meer verdacht zijn dan Michael Phelps vier jaar geleden in Peking? Mag je misschien alleen in Amerika onverklaarbaar fenomenaal zijn? Uit de tijd van Carl Lewis weten we anders hoe bedreven Amerikanen zijn in de massaregie van onschuld. Onder de paraplu van Nike, uiteraard.

Allicht zal Ye Shiwen doorstaan hebben wat niet te doorstaan is voor een kind, maar dan gaat het niet eens zozeer over doping. Wel over een onmenselijk regime van training en uithongering, aan de rand van kindermishandeling. Overigens vrees ik dat de vliegende foetussen van de USA in de gymnastiekzaal niet beter af waren. De achterkant van een olympische medaille is bladgoud van bloed, zweet en tranen. En wie daar ook nog wereldpolitiek wil van maken, is even pervers als de kampioenenfokkers.

Zou de jeugd van toptennissters er zoveel vrolijker hebben uitgezien dan die van Shiwen? Hoeveel sprookjes heeft Michaëlla Krajicek gekend? Of Kim Clijsters? Ook hun kinderjaren lagen aan de meetlat van bloed, zweet en tranen. Je ziet het alleen niet meer aan ze af in hun decadente luxe. De versterving opgevuld met villa’s en nanny’s.

De comeback van Clijsters was vooral geïnspireerd door verlangen naar een olympische titel. Maria Sjarapova maakte een einde aan die illusie. Ook aan haar zie je niets meer terug van een getraliede jeugd. Zij ademt, naast machtig krachttennis, Hollywoodflair.

Maar ook mooie Maria zou Ye Shiwen makkelijk een halve nacht kunnen onderhouden over bittere oorlogsjaren die door haar kinderhoofdje zijn gelopen.