Oorlog in Syrië wint van de diplomatie

Internationaal bemiddelaar Kofi Annan geeft zijn vredesmissie in Syrië op. Niemand werkte mee, zegt hij: noch het regime, noch de rebellen of de buitenwereld.

De vraag was niet of maar wanneer internationaal bemiddelaar Kofi Annan zijn vredesmissie in Syrië zou opgeven. De oorlog had het allang gewonnen van de diplomatie. Gisteren kondigde oud-VN-secretaris-generaal Annan (74) aan dat hij na vijf maanden hard werken aan het eind van de maand vertrekt.

„Ik heb mijn best gedaan”, zei een soms emotionele Annan op een persconferentie in Genève. Maar zijn missie was gestuit, zei hij, op de tegenwerking van het Syrische regime, de groeiende gewelddadigheid van de rebellen en de structurele verdeeldheid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waar Rusland en China recht tegenover westerse landen staan.

Het was van het begin af aan een onmogelijke missie. Annans zes punten tellende vredesplan eiste een staakt-het-vuren, terugtrekking van de zware wapens van het regeringsleger uit woongebieden en onderhandelingen tussen alle partijen over een overgang naar een democratisch bewind. Alle partijen en de internationale gemeenschap steunden het plan verbaal, maar niemand maakte ook maar een begin met uitvoering ervan. De 300 VN-waarnemers die op de naleving van het staakt-het-vuren moesten toezien, volgden in plaats daarvan de escalerende gevechten.

„Het bloedvergieten gaat door, boven alles door de tegenwerking van de Syrische regering [...] en ook wegens de escalerende militaire campagne van de oppositie – en alles wordt verergerd door de verdeeldheid van de internationale gemeenschap”, schreef Annan vandaag in de Financial Times. „Wanneer we actie nodig hebben – wanneer het Syrische volk wanhopig actie nodig heeft – wordt er in de Veiligheidsraad met de vinger gewezen en gescholden.”

Om Annans gelijk te bewijzen, gaven de Verenigde Staten en andere westerse landen enerzijds en Rusland en China anderzijds elkaar gisteren en vandaag de schuld van de mislukking van Annans missie. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton wees naar de landen die „de Veiligheidsraad verhinderden hem de werktuigen te geven om zijn inspanningen te steunen”. Een duidelijke verwijzing naar de herhaalde veto’s van Rusland en China over sancties tegen Syrië. De voorzitter van de buitenlandcommissie in het Russische parlement, Aleksei Poesjkov, wees beschuldigend naar de eenzijdige steun voor de Syrische oppositie van „de zogenaamde Vrienden van Syrië onder aanvoering van de Verenigde Staten”.

„Mijn advies bij mijn vertrek hoe de wereld Syrië nog kan redden”, luidde de kop boven Annans artikel vandaag in de Financial Times. Rusland en China en Assads naaste bondgenoot Iran moeten een gezamenlijke inspanning doen om de Syrische leiders te overreden een politieke transitie te accepteren. Zij hebben immers alle legitimiteit verloren. De VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar moeten de oppositie dwingen een „volledig inclusief politiek proces” te accepteren, inclusief dus de gemeenschappen en instanties die met het regime worden geassocieerd. En president Bashar al-Assad moet weg.

„Syrië kan nog worden behoed voor de ergste ramp”, schreef Annan. Maar er is voorlopig geen enkele aanwijzing dat de buitenwereld of de Syrische partijen zijn advies gaan opvolgen.

De Britse regering kondigde vanochtend juist meer materiële steun (niet wapens) aan de rebellen aan, hoewel ze zei de diplomatie niet op te geven. Het Syrische regime en de rebellen op hun beurt vochten door. Beide partijen bleven versterkingen aanvoeren naar Aleppo, de economische hoofdstad van het land, waar de rebellen bijna twee weken geleden in het offensief gingen. De rebellen beschikken daar nu ook over enkele veroverde tanks terwijl het regime tanks, helikopters en gevechtsvliegtuigen inzet.

In het nieuws: pagina 4-5

Geef die Syrische rebellen wapens: Opinie, pagina 13