Majesteitsschennis is springlevend

Het aantal veroordelingen wegens majesteitsschennis is veel hoger dan tot nu toe werd aangenomen. „Het gaat vaak om verschoppelingen van de maatschappij.”

De 47-jarige man uit Terneuzen begreep het niet. Waarom ontvangt koningin Beatrix een vorstelijk salaris terwijl andere mensen naar de voedselbank moeten? Hij schreef haar meerdere brieven, gericht aan Paleis Noordeinde. Ook wenste hij de koninklijke familie „naar de hel”.

Vorige maand werd de Zeeuw veroordeeld tot tachtig uur werkstraf voor belediging van het staatshoofd. De rechtbank in Utrecht legde hem ook negentig dagen celstraf op, waarvan 77 voorwaardelijk. Hij is niet de enige. Uit een inventarisatie van het CBS, op verzoek van deze krant, blijkt dat van 2000 tot en met 2011 negen mensen zijn veroordeeld wegens majesteitsschennis. Statistieken van 2012 zijn niet beschikbaar, maar met de Zeeuw erbij komt dit aantal op tien.

Het OM schreef negentien zaken in wegens ‘ondermijning van de koninklijke waardigheid’. Van de negen mensen die veroordeeld werden, kregen vijf een geldboete, drie een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf en één valt in de categorie ‘overige straf’. In de jaren negentig kwam het CBS „ten minste drie” veroordelingen tegen. In geen van deze gevallen werd een celstraf opgelegd.

De laatste geruchtmakende veroordeling wegens majesteitsschennis dateert uit 1969. Dat zegt advocaat en historicus Stef Ketelaar, die onderzoek deed naar het onderwerp. Ketelaar: „Veel zaken komen niet in de openbaarheid. Als een verdachte een schikkingsvoorstel accepteert, horen wij er niets meer over. Als zaken wél bij de rechter komen, is dat de politierechter. Die doet mondeling uitspraak, het vonnis wordt niet gepubliceerd. Onderzoekers moeten de gegevens bij elkaar schrapen.” Mogelijk dat deskundigen er om die reden lang van uit gingen dat na 1969 bijna vier decennia lang niet veroordeeld werd wegens majesteitsschennis. Maar uit de CBS-cijfers blijkt nu dus dat ook in de jaren negentig boetes voor dat delict werden opgelegd.

Het CBS heeft zich bij de inventarisatie beperkt tot het uit 1881 daterende artikel 111 van het Wetboek van Strafrecht. Dat is volgens senior researcher Frits Huls „het zuiverste wetsartikel over majesteitsschennis”. ‘Opzettelijke belediging van de Koning’ wordt met een maximumgevangenisstraf van vijf jaar zwaarder bestraft dan belediging van ‘gewone’ burgers of bevolkingsgroepen (maximaal twee jaar). Ketelaar vindt het „jammer” dat het CBS zich heeft beperkt tot artikel 111. „Als ze de daaropvolgende wetsartikelen hadden meegenomen waren er vast nog meer zaken uitgerold.”

In het boekje Oranje ik ben je beu. Majesteitsschennis en de vrijheid van meningsuiting constateert Ketelaar een toename van het aantal vervolgingen in het afgelopen decennium. „In de jaren zeventig, tachtig en negentig kwam vervolging wegens majesteitsschennis bijna niet voor, terwijl de koningin zo nu en dan heus wel beledigd werd. De ruimte voor vrijheid van meningsuiting werd in die jaren steeds groter. Tot 2002, als een man tijdens het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima een verfbom naar de Gouden Koets gooit. ”

Vervolging komt in golven: in de periode onder koning Willem III, tijdens de Tweede Wereldoorlog en in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Is er nu ook sprake van een revival? Ketelaar durft die stelling wel aan. „Kennelijk is ergens in de hiërarchie van het OM besloten meer te gaan vervolgen.”

Ook Fred Janssens, mede-auteur van het boek Uitingsdelicten, ziet een verhoogde interesse voor majesteitsschennis, sinds het einde van de jaren negentig. „Terwijl in de jaren zeventig en tachtig nog serieus werd overwogen om de wetsartikelen af te schaffen. Blijkbaar bestaat in Nederland de behoefte om het gezag beter te beschermen.”

In lang niet alle gevallen leidt een justitieel onderzoek naar majesteitsschennis tot een veroordeling. Eenderde van de door het OM ingeschreven zaken sinds 2000 werd geseponeerd. Ketelaar ziet een constante in het beleid van justitie: bij belediging van het ‘instituut’ koningshuis vervolgt het OM doorgaans niet, wel als het persoonlijk wordt, zoals in het geval van de man uit Terneuzen.

Wat opvalt aan de zaken van de afgelopen jaren, zegt Ketelaar, is dat het vaak gaat om „de verschoppelingen van de maatschappij”. De koningin is regelmatig onderwerp van satire, maar dat leidde de afgelopen decennia niet tot vervolgingen.

Ketelaar snapt de officieren van justitie niet die besluiten om te vervolgen wegens majesteitsschennis. „Op het moment dat je ruchtbaarheid aan zo’n incident geeft, maak je het alleen maar groter. Geef de mensen die in een dronken bui de koningin uitschelden gewoon een boete voor openbare dronkenschap of verstoring van de openbare orde, dan hoor je er niemand meer over.” Als het aan Ketelaar ligt worden de wetsartikelen 111 tot en met 113 uit het Wetboek van strafrecht geschrapt.

In 2007 pleitte toenmalig PvdA-senator en huidig burgemeester van Groningen Peter Rehwinkel ook al voor het schrappen van de bepalingen. Die staan volgens hem op gespannen voet met het Europees recht. De deskundigen zien niet in waarom belediging van de koningin zwaarder bestraft moet worden dan van gewone burgers of bevolkingsgroepen. Het gelijkheidsbeginsel is daarmee volgens hen in het geding. Ketelaar: „Laat de koningin het doen met dezelfde bepalingen als gewone burgers. De majesteit moet tegen een stootje kunnen.”