Letters botsen en halen elkaar in

Stan Van Steendam: Echo. Stadsgeluiden-boek. Uitgeverij Vrijdag, 28 blz. € 22,50 ****

Geen idee hoe het is, maar ik probeer het me voor te stellen. Ik zit in een houten bakfiets en mijn moeder zit aan het stuur. Links en rechts komen fietsers langs die veel harder kunnen fietsen dan mijn moeder. In de verte krijst een brandweerauto die achterna gezeten wordt door een politieauto. Er toetert een scooter op ons af die helemaal niet op ons fietspad mag rijden, zegt mijn moeder – nou ja, vloekt mijn moeder, want we hebben haast.

Ik ga onderuit liggen, zet mijn capuchon op, sla mijn dekentje om me heen en kijk naar de wolken. En naar die hele hoge gebouwen en naar al die wiegende bomen die nog groter lijken dan die gebouwen. De vogels hoor ik niet, maar wel het verkeer, dat net zo tekeer gaat als die schreeuwende eend in dat Walt Disney-filmpje.

Ervaart een kleuter de grote stad zo kakofonisch?

Als we Stan Van Steendam mogen geloven, is dat inderdaad het geval. In Echo, het Stadsgeluidenboek – een kinderboek voor alle leeftijden – gebruikt hij de letter om al dat stedelijke kabaal te visualiseren. Grote en kleine letters vormen files, vechten om de voorrang, zitten elkaar in de weg, halen elkaar in, botsen en freewheelen in diagonalen over de pagina, zoals Amsterdamse fietsers doen die dom genoeg auto’s verachten.

Die typografische spielerei lijkt een soort bewijslast voor het fenomeen ADHD. Maar daar heeft het jongetje Tuur, het baasje in dit boek, geen last van. Hij heeft plezier, rent de stad door en hoort alles in volumes, dat wil zeggen in grote en kleine letters: ‘Grommel grom, brom brom brom, dolgedraaide wielen’[...] Langs de wagens en ‘holderdeborder pardoes.. tring tring tring’.

En als hij halverwege zijn tocht een ijsje krijgt, is het zo ‘soft’ afgebeeld dat je het van de pagina af kan likken.

Soms zijn de letters gestempeld, soms scherp gedrukt. Samen met cijfers kunnen ze zich opstapelen tot hoge gebouwen, met krullende siergevels vanwege tuimelende tweetjes of zesjes. Met letters en cijfers kan je alle kanten op, vertelt Van Steendam, en dat wist zijn landgenoot Paul van Ostaijen (1896-1928) een eeuw geleden ook al. Ze kakelen en kwinkeleren ze er op los, ze hollen en tollen tegen de klippen op. En zo kweekt Van Steendam leeslust bij de kleuter, die zich hopelijk gaat afvragen hoe het kan dat zijn oma als ze bepaalde tekens van lijnen en bogen ziet dezelfde klanken produceert als zijn moeder thuis.

En zo wordt de kleuter de alfabet-speeltuin binnen gelokt. Hij ontdekt het lezen en leert met 26 figuren te jongleren, alsof het papieren legoblokjes zijn waar je vellen met kunt vullen. Een grappig, speels en leerzaam boekje dus. En de ouder die van letters houdt kan thuis aan de slag met een stempel-alfabet en met inkt, om bakfiets-avonturen te vertellen, in een vrije letterstroom.