Klein ongelukje

Klein ongelukje, grote gevolgen.Toen ik in Arnhem voor het eerst naar de lagere school ging (nu de basisschool), kreeg ik van mijn oudere broertje instructies hoe me daar te gedragen. Zo leerde hij me dat als ik nodig moest plassen, ik gerust mijn vinger kon opsteken om aan de juffrouw te vragen of ik naar de wc mocht. Al snel begreep ik dat het woord wc ongebruikelijk was, je moest zeggen ‘juf, mag ik even naar achteren’, bij voorkeur uitgesproken met een Gelderse zachte g. De gelegenheid om deze zojuist verworven kennis in praktijk te brengen deed zich niet voor, tot mijn grote opluchting, want de aandacht op jezelf vestigen door de vinger op te steken was mij een gruwel. Het liefst bleef ik in de klas onzichtbaar.

Tot die dag dat we gymnastiekoefeningen deden in de gymzaal. Na afloop zette de juf ons in een kringetje om haar heen en gaf ons nog wat wijze lessen. En juist toen moest ik plotseling heel nodig een plas. Mijn vinger opsteken durfde ik niet. Door mijn benen over elkaar heen te zetten en mijn handen diep in mijn kruis te boren hoopte ik de naderende dijkbreuk voor te zijn. Voorzichtig schuifelde ik achterwaarts uit het zicht, om niet op te vallen. Helaas was ze nogal lang van stof, de nood werd hoger en hoger en ten slotte kwam het moment dat ik het niet langer hield en de boel liet lopen. Het droop langs mijn benen naar beneden en vormde bij mijn voeten een klein meertje.

Daarop werden wij in de rij gezet om weer naar het klaslokaal terug te marcheren. Toen ik omkeek zag ik de juf peinzend naar dat plasje staren en vervolgens richtte haar blik zich op het plafond. In het speelkwartier zag ik mannen in blauwe overalls het dak inspecteren op eventuele lekken.

Allemaal mijn schuld.