Rioolput is nu zwart bedevaartsoord

De volkswijk Pelourinho in Salvador de Bahia was lang de rioolput van Brazilië. Inmiddels heeft de wijk zich ontwikkeld tot bedevaartsoort voor vooraanstaande zwarte muzikanten.

,,U heeft geen idee hoe het hier wás: ratten, microben, kinderprostitutie!'' Het gezicht van de blanke architect José Leao is vertrokken van walging. ,,Hoeren, verslaafden, pestlijders, kinderprostitutie. Dát was wat hier huisde.''

Opgewonden zit de project-manager aan zijn bureau in het smaakvol opgeknapte pandje aan de Largo Pelourinho - letterlijk `Plein van de Schandpaal'. Ooit werden aan de andere kant van zijn raam slaven vastgebonden en geslagen met een in zout water gedoopte zweep. Een attractie die werd bijgewoond door de uitgedoste vrouwen van de slavenhandelaren en plantage-eigenaren die in Pelourinho hun koloniale wereldje hadden geschapen.

Met de afschaffing van de slavernij in 1888 begon de neergang van Pelourinho, westelijk Brazilië. De heren en handelaren verlieten hun mooie barokke panden, die daarna onmiddellijk werden bezet door voormalige slaven die in het nieuwe Brazilië geen plaats meer hadden. Zo werd de buurt een zwart getto waar tot een paar jaar geleden geen welgestelde Bahiaan zich meer in waagde. ,,Marginalen, bedelaars, travestieten, en kinderprostitutie'', blijft architect Leao hameren. Op de vraag waarom ze weg moesten: ,,Natuurlijk moesten die weg. Zoiets past niet in een erfgoed van de mensheid.''

De afgelopen tien jaar was Pelourinho het toneel van een van de grootste opknapoperaties ter wereld. De Verenigde Naties riep de wijk uit tot `erfgoed van de mensheid'. Er kwam geld, en machtige politici van de deelstaat Bahia zetten hun schouders eronder. Zo werden onder leiding van architect Leao, de kerken, de slavenhandelaarshuizen en kinderkopjes – hier toepasselijk `negerhoofden' genoemd – in hun oude glorie hersteld.

Nu zitten er hippe restaurantjes op de plek waar eens hele families in gewelven samenleefden. Zuurstokkleurige geveltjes waar ooit mossige muren als wc fungeerden. Bij de `Permanente Afrikaanse tulband-tentoonstelling' laten Duitse meisjes voor tien real hun blonde haar in dread-locks vlechten. Voor dezelfde prijs heb je een T-shirts met `100% negro' erop, en voor twintig koop je in het gallerietje op de hoek een beschilderde atabaque, de grote Afrikaanse trommel waarmee de muziekgroep Olodum twintig jaar geleden het zwarte bewustzijn van Pelourinho de wereld in begon te paukeren.

Magisch is misschien het beste woord om die `opstand van de trommels' te beschrijven. Een paar duizend zwarte gezichten, beschenen door fakkels op het vervallen Plein van de Schandpaal. Daartussen de bandleden met hun atabaques als reusachtige geslachtsdelen tussen de benen. Zo is Olodum te zien op de video uit de tijd dat de groep in het gemarginaliseerde Pelourinho ontstond.

Blote bovenlijven buigen en strekken zich. Armen komen hoog van boven met donderende slagen op de trommels neer. In de explosieve mengeling van samba, reggae en Afrikaanse condomblé-ritmes wordt de menigte steeds verder opgezweept. Heupen bewegen, armen en handpalmen strekken zich hoog naar de hemel, terwijl de zanger rauwe woorden in het Portugees en Yoruba de nacht in spuugt. Even komt alles samen in een perfecte dans van heimwee en verzet.

,,Natuurlijk wilden we niet dat de oorspronkelijke bevolking uit de buurt verdween'', zegt João Jorge, de voorzitter van Olodum in het fris opgeknapte Casa Olodum. Zijn rastavlechten dansen om zijn hoofd, terwijl hij door de nieuwste Olodum-site op de computer muist. Daar wordt Pelourinho nog steeds `het huis van Olodum' genoemd: `de quilombo (het gevluchte-slavendorp) van de moderne Braziliaanse negritude'. Maar alle zwarten zijn er weggesaneerd, hun plaats ingenomen door buitenlandse intellectuelen, artiesten en een Braziliaanse `chique' die in de nieuwe bohémien een goede investering ziet. ,,Dat is nu eenmaal zo'', zegt Jorge met de spreekwoordelijke Braziliaanse gelatenheid. ,,De mensen woonden hier heel slecht.''

Aan de muur hangen posters van Nelson Mandela en Malcolm X, naast reclames van Air Madagascar en de Ethiopian Tourism Commission. In de wachtkamer zit een delegatie zwarte universiteitsdocenten uit de Verenigde Staten. Ze zijn behoorlijk geërgerd door het lange wachten op hun ontmoeting met João Jorge. ,,Bij ons at home moet je als neger op tijd zijn, anders ontslaat de witte man je'', probeert één van de docenten het cultuurverschil te befilosoferen. De andere delegatieleden moeten er niet om lachen. Toch zijn ze ,,deeply moved'' door alles wat ze hier te zien krijgen, vertellen ze. Zeker sinds ze nu weten dat in Brazilië bijna drie keer zoveel slaven waren als in de Verenigde Staten. ,,Damn, als je zoiets weer hoort'', zegt een oudere professor in de psychologie, terwijl ze haar Afrikaanse batikjurk verschikt.

,,Wij doen niet aan politiek'', zegt João Jorge, nog steeds met zijn hand aan de muis. ,,Wij zijn een culturele beweging. We geven trommellessen, danslessen, tegenwoordig ook informatica.'' Maar wat is dan nog het `verzetskarakter' van Olodum, wil ik weten. Grootheden als Spike Lee, Paul Simon, en Michael Jackson togen niet voor niets naar Pelourinho om er samen met Olodum opnames te maken. Ze prezen Olodum als `een baken in de strijd tegen het racisme'. Nu verkoopt elke boetiek in het glimmende Pelourinho Olodum-bekers, spaarpotten, petjes en zelfs een hele beautylijn met hydraterende Olodum-lotion, Olodum-lippenstipt en nagellak.

,,Dat hebben we van Nelson Mandela geleerd'', zegt João Jorge. ,,Zo bedroop het ANC zichzelf ook.'' De voorzitter barst uit in een klokkende lach. ,,En het is toch fantastisch als er mensen drinken uit een Olodum-beker, of rondlopen in een Olodum-shirt? Onze bevrijding loopt achter dat T-shirt aan.'' Anders dan de black-counsciousness-bewegingen in Amerika of Europa, zegt Jorge, is het doel van Olodum niet om aan te klagen. ,,Wij zijn niet tégen dit en tégen dat. We maken onze eigen toekomst, door het maken van onze eigen cultuur. Door muziek te maken, te dansen, te zingen en ook gelukkig te zijn veranderen we de werkelijkheid.''

Dát is het praktische Braziliaanse antiracisme, zegt João Jorge. En natuurlijk is het grootste deel van de armen hier zwart; zitten er op de Braziliaanse universiteiten geen zwarten; en is zelfs in het overwegend zwarte Bahia geen enkele zwarte politicus. ,,Maar natuurlijk zijn we al heel lang over het punt heen dat je voor zwarte cultuur ook zwart moet zijn.''