Horrorzomer

Een vriendin van mij vindt dat je je nooit ergens te veel op moet verheugen, omdat het dan alleen nog maar kan tegenvallen. En wat hadden we ons verheugd op de lange, hete, oranje sportzomer. Al maanden van tevoren waren we kwijlend aan het vooruitblikken, aan het nabeschouwen van de vooruitblik en aan het analyseren hoe de concurrerende omroepen de voorbeschouwing van de nabeschouwing van de vooruitblik in beeld brachten in hun avondvullende marathonuitzendingen.

Inmiddels duikt steeds vaker de term horrorzomer op. Omdat de afgelopen horrorwinter, waarop we ons ook al zo hadden verheugd, net zo is tegengevallen en omdat deze zomer die winter in barheid bijkans nog overtreft, ook wat het weer betreft. Na de historische afgang op het EK, de volslagen mislukte Tour en de zwaar teleurstellende eerste week van de Olympische Spelen kunnen we concluderen dat we ons te veel hadden verheugd en dat de sportzomer heet noch oranje is. Alleen maar lang.

Het lijkt alsof iedereen massaal het land walgend de rug toe heeft gekeerd. De straten zijn leeg. Afgezien van berichten over de uitschakeling in de series van de zoveelste Nederlandse topsporter waarin zo veel miljoenen zijn geïnvesteerd, is er geen nieuws. Columnisten schrijven hun stukjes van buitenlandse campings en ze gaan er vooral over hoe slecht de wifi-dekking daar is. Zelfs onze politici lijken op het moment even helemaal niets met het land te maken willen hebben. Hoewel het verkiezingscampagne is, liggen ze allemaal in een ver buitenland muisstil met een kussen over het hoofd, als de dood om opgemerkt te worden. Dus op die campagne moeten we ons ook maar niet te veel verheugen.

Tegenvallende sportprestaties werken electoraal gezien in het nadeel van de zittende regering. Rutte kan zijn premiersbonus wel vergeten, omdat hij toch een beetje wordt gezien als de bondscoach van Team Holland. En als de hockeymeisjes in de kwartfinale worden uitgeschakeld en zelfs Ankie van Grunsven naast het ereschavot valt, dan heeft Roemer helemaal geen verkiezingscampagne meer nodig.

Intussen is het opnieuw het zoveelste allesbeslissende moment voor het voortbestaan van de euro. Maar daar wil iedereen even niets over horen.