Hier woonden vroeger de rijkere mensen, hij dus niet

Leraar biologie Mario (47) woont nu in de buurt waar hij vroeger met zijn vader het kerkgeld ophaalde. Foto’s Merlin Daleman

Op een steenworp afstand van zijn huidige huis groeide hij op. Zijn vader was koster van de Gerarduskerk. De straat waar hij nu zelf woont was voor de rijkere mensen. Hij haalde er samen met zijn vader kerkgeld op.

Leraar biologie Mario (47) woont met vrouw en twee kinderen in een groot huis. Met zijn ouders en vijf broertjes en zusjes woonde hij in een klein huis, vlak bij de kerk. Een koster verdiende niet veel. Zijn kinderen hebben nu een eigen kamer. Hij sliep met zijn broertje in een stapelbed. Hij heeft het nooit als klein ervaren.

Mario was altijd op straat. Alle kinderen trouwens. Kilometers rolschaatsen op de rolschaatsbaan om het park voor de Gerarduskerk. Urenlang voetballen, eindeloos op het hek zitten kletsen.

Dat is nu anders. Hij heeft zo’n groot grasveld voor zijn deur, maar kinderen zitten vaak binnen, achter de computer of voor de televisie. Ze hebben meer te doen. Zijn eigen kinderen ook. Ze zitten op turnen. En muziekles. En judo. En scouting.

Hij dacht dat het vreemd zou voelen om terug te keren in de wijk van zijn jeugd. Het was meer de wens van zijn vrouw dan van hem. Maar het bevalt hem goed.

De saamhorigheid is minder dan vroeger. Veel kleine winkels zijn verdwenen. De slager, de drogist, de kruidenier, de groentewinkel, het postkantoortje op het Gerardusplein. Er was een snoepwinkeltje waar je schuimblokken kocht. Elke zaterdagochtend stond er de vuilniswagen. Buurtbewoners moesten hun vuilniszakken en oude bankstel er zelf inwerpen. Daar kwam je elkaar tegen en babbelde je meteen wat.

Nu is er de Albert Heijn waar hij niets kan vinden. En de Intertoys. Nu heeft iedereen een eigen kliko. Ze staan in keurige rijen op de stoep.