Het draaiboek-Sap ligt al klaar. Na de verkiezingen is het exit

Jolande Sap blijkt niet geschikt voor het partijleiderschap. Na de verkiezingen zegt ze de politiek vaarwel, voorspelt Rob Goossens.

Kan een partijleider dieper in de put zitten dan Jolande Sap van GroenLinks? De links-liberalen geven weinig reden die vraag negatief te beantwoorden. De interne discussie over de koers van haar partij wordt via de media en Twitter uitgevochten. Zelf ligt ze onder vuur. En, wat voor partijen nog het allerergst schijnt te zijn, de peilingen vallen zwaar tegen. Niemand in Den Haag benijdt de vrouw die nauwelijks meer dan drie maanden geleden haar partij voor het eerst in de geschiedenis tot een coalitie liet toetreden.

Je zou kunnen verdedigen dat GroenLinks last heeft van het D66-syndroom. In 2006 was de partij na een rampzalig verlopen deelname aan het kabinet-Balkenende II gemarginaliseerd in de peilingen. Partijbonzen vlogen elkaar publiekelijk in de haren. Beschaamd keerden de leden zich van D66 af. De kiezers die de partij nog serieus namen, waren op één hand te tellen.

De als minister geflopte Alexander Pechtold kreeg de opdracht er nog iets van te maken. Dansend op de rand van de vulkaan wist hij met een handjevol pragmatische achterblijvers drie schamele zetels binnen te harken. De partij was ternauwernood gered voor de ondergang en telt inmiddels zowaar weer mee in Den Haag. D66 plakt beter dan secondelijm en het moet raar lopen als het na de verkiezingen niet gaat meeregeren.

Of dit droomscenario ook van toepassing is op GroenLinks, valt echter nog te bezien. De partij slalomt met achter het stuur de onfortuinlijke Jolande Sap van vangrail naar vangrail. Het aantal kiezers dat vindt dat de partij enig inhoudelijk onderscheid vertoont met D66, is nihil. Dat is vooral voor partijleider Sap buitengewoon verdrietig. Als onervaren Kamerlid deed ze haar werk als financieel woordvoerder uitstekend. Het verhaal dat ze afdraaide was niet het mijne, maar het was in ieder geval consistent en eerlijk. Toen ze na twee jaar Kamerlidmaatschap voor de leeuwen werd gegooid, bleek ze niet helemaal geschikt voor het partijleiderschap. Dergelijke pech kun je een mens onmogelijk kwalijk nemen. Het overkwam twee jaar geleden ook Agnes Kant bij de SP. Zij gaf uiteindelijk, slechts enkele maanden voor de verkiezingen van juni 2010, toe dat ze niet geschikt was en werd met een staande ovatie uitgeleid. Haar opvolger Emile Roemer maakte in nog geen twee jaar tijd van de SP virtueel de grootste partij.

Iemand met de palmares van Jolande Sap verdient het om afscheid te nemen zoals Kant dat deed. Dat scenario zit er voor haar echter niet meer in, omdat Tofik Dibi haar op botte wijze de pas afsneed. Ongetwijfeld uit empathie voor zijn partij en niet omdat hij schijnwerpers zo plezierig vindt, deed de jongeling een gooi naar het lijsttrekkerschap. Hij faalde jammerlijk, maar begon wel een debat over de opvolging van zijn collega. Zelfs de Kamerleden Van Gent en Braakhuis mengden zich in de discussie. Om nog enige geloofwaardigheid als leider te houden, kan Sap onmogelijk ruim baan maken voor een opvolger. Het zou haar onherroepelijk de geschiedenisboeken in laten gaan als verliezer.

Door het gestuntel van met name Dibi ligt het hele draaiboek voor Sap al klaar. GroenLinks zal zich weliswaar in de verkiezingscampagne mengen, maar ontbeert elk zelfvertrouwen om er nog iets van te maken. Op 12 september wordt de partij in het stemhokje gehalveerd. Voor Sap is het dan alsnog afgelopen. ’s Avonds al zal ze er niet meer aan ontkomen de politiek vaarwel te zeggen. Met gebogen hoofd brengt ze het offer dat ze als eindverantwoordelijke moet brengen. Dat zal een verlies zijn voor GroenLinks, maar zeker ook voor Den Haag. Het is te hopen dat partijen in de toekomst zuiniger zullen omspringen met hun menselijk kapitaal.

Rob Goossens (21) is parlementair verslaggever en commentator voor diverse media.