Goldrush van een meisje uit Sauwerd

Ranomi Kromowidjojo (21) won gisteren het koningsnummer van het zwemmen. Met de gouden medaille gaat haar grote droom in vervulling. Morgen kan ze nog een olympische titel winnen.

Redacteur Olympische Spelen

Londen. Wat een killer, wat een roofdier, wat een geweldige zwemster. Ranomi Kromowidjojo (21). Zo veel druk op haar schouders. Iedereen die verwacht dat ze wel ‘even’ olympisch goud wint op de 100 meter vrije slag, het koningsnummer van het zwemmen. Ze slaagde in haar missie, zij het met moeite.

Om 21.44 uur Nederlandse tijd startte Kromowidjojo in baan 4. Ze keerde als vierde, het verschil was klein. In het laatste deel van de race haalde ze haar concurrenten in, maar het was een close finish. Kromowidjojo won in een tijd van 53,00 seconden. Daarmee bleef ze de Wit-Russische Aliaksandra Herasimenia en de Chinese Tang Yi net voor. „Ik vond het niet echt goed”, zei Kromowidjojo na afloop tegen de NOS. „Maar goud is goud.” Het is haar eerste grote individuele titel op de langebaan.

Met de gouden medaille gaat haar grote droom in vervulling. Toen ze klein was, op het Groningse platteland in Sauwerd, sprak ze duidelijk over een gouden medaille op de Olympische Spelen, niet over een medaille. Geen bluf, geen misplaatste arrogantie. Sommige kinderen zitten gewoon zo in elkaar.

Aan de zijlijnen van de sport heet het vaak ‘on-Nederlands’: sporters die vooraf uitspreken van plan zijn te winnen. Die zich niets mooiers kunnen voorstellen dan de dag waarop de medailles worden verdeeld. Zonder angst voor falen – want dat kennen ze niet. Pieter van den Hoogenband was zo iemand: als een kind in een snoepwinkel, op de olympische finaledag. „Ranomi’s bravoure is te vergelijken met die van Pieter”, zag coach Jacco Verhaeren al toen ze achttien was. En VdH zelf: „Ik herken in haar het racebeest, de liefhebber.”

Ze is anders dan de meeste Nederlandse zwemsters. Natuurlijk, iedereen traint hard, en de één kan meer dan de ander, maar het verschil tussen winst en verlies zit meestal in het hoofd: de één laat zich afleiden, de ander niet. Winnaars volgen hun eigen pad naar olympisch succes, ook al werkt de wereld tegen. Ze zijn wars van excuses, bekommeren zich niet om tegenstanders, het weer of andere zaken die ze niet in eigen hand hebben. Tegenslagen – je zult maar een hersenvliesontsteking oplopen, zoals Kromowidjojo – maken hen juist sterker.

Die on-Nederlandse eigenschap komt niet door haar culturele achtergrond, als dochter van een Groningse moeder en een Surinaamse vader met Javaans bloed. Want Kromo is zo Gronings als maar kan. „Ik hou wel van de geur van koeiestront”, zei ze vijf jaar geleden lachend in deze krant.

Zestien was ze. In het zonnetje, op het grasveld naast het Amsterdamse Sloterparkbad keek ze de wereld in met een blik die zowel bescheidenheid als zelfverzekerdheid uitstraalde. Het was de tijd dat ze in haar Groningse zwembad, om te kunnen trainen, nog moest betalen voor een abonnement.

Vijf jaar later is ze sportvrouw van het jaar en de snelste zwemster op aarde op de twee spectaculairste olympische sprintnummers. Niet alleen op de 100, maar ook op de 50 vrij, morgenavond, is ze favoriet. „Zij is dit jaar de kampioen”, zei Britta Steffen eerder deze week. De Duitse, oud-olympisch kampioen op beide nummers, kan het niveau van Kromowidjojo niet meer aan. „Ze heeft twee jaar geleden pech gehad, met haar hersenvliesontsteking. Toen zwom ze al heel hard. Maar ze is nog beter teruggekomen.”

Ook die veranderende status veranderde weinig tot niets aan de Groningse. Geen spoor van arrogantie te bekennen. „Hoogbegaafd” als sporter, zei haar Groningse jeugdtrainster Jeanet Mulder eens over haar oude pupil. Jezelf de beste voelen, zonder anderen tekort te doen.

Die houding leerde ze als meisje van vijf, zes, tijdens de lessen op de karateschool Za-Kura van haar vader, sensei Rudi Kromowidjojo. „Rechtop staan, kin omhoog, borst vooruit. Zijn wie je bent, maar zeker ook niet meer”, zei ze onlangs in de documentaire In de schaduw van goud, over haar en haar familie.

Die mentale kracht onderscheidt haar, zelfs binnen de Nederlandse estafetteploeg, waarvan de opmars parallel liep aan die van Kromowidjojo. Inge Dekker, Femke Heemskerk en Marleen Veldhuis hadden in hun carrières allemaal hun momenten dat het precies misging als de prijzen werden verdeeld.

Dekker erkende dat ze panisch kon zijn voor finales, Heemskerk kende enkele dramatische instortingen, zoals vorig jaar op de WK in Shanghai. En voor ras-sprinter Veldhuis, vaste trainingspartner van Kromowidjojo, bleek het winnen van grote individuele finales telkens een mentale hindernis.

Kromowidjojo lijkt daar allemaal geen last van te hebben. Waar haar collega’s kampten met overmatige spanning, kreeg zij juist „een kick” toen ze in 2007, als zestienjarige, moest zwemmen tegen wereldsterren als de Australische Libby Trickett of Britta Steffen.

Net als Van den Hoogenband in het verleden slaagt Kromowidjojo erin haar eigen coach te verrassen. Van den Hoogenband deed dat bij Verhaeren door ineens zijn grote Australische rivaal Ian Thorpe te verslaan, Kromowidjojo verbaasde haar trainer door een paar maanden na haar hersenvliesontsteking de tegels uit het bad te zwemmen tijdens de EK kortebaan. Zelfs dat jaar won ze drie gouden medailles op de WK kortebaan.

Ze maakte het koelbloedig af gisteravond. Niemand in Sauwerd zal kunnen zeggen dat ze het niet van tevoren had aangekondigd.