Geef die Syrische rebellen wapens!

Als de VS de opstandelingen in Syrië nu niet bewapenen, zullen de gevolgen nog veel nadeliger zijn als de oppositie aan de macht is, stelt Anne-Marie Slaughter.

Illustratie Kap

‘Als wij de macht in Syrië hebben, zullen we niet vergeten dat jullie ons wel vergaten.” Zo reageerde de zuster van een gesneuvelde soldaat van het Vrije Syrische Leger (VSL) toen een Amerikaanse journalist tegen haar familie zei dat de Amerikanen bang waren in een volgend Irak of Afghanistan verstrikt te raken. Zij en miljoenen van haar mede-Syriërs kunnen niet begrijpen waarom de Verenigde Staten met al hun gepraat over vrijheid en democratie en hun luchtsteun aan de Libische rebellen niet de benodigde wapens willen sturen om de oppositie te helpen zich te verdedigen tegen het bewind van president Assad.

Vroeg of laat zal de macht in Syrië inderdaad komen te liggen bij een combinatie van de oppositiegroeperingen. Dan zal de herinnering aan wie wat heeft gedaan tijdens de strijd om een democratisch Syrië te bereiken veel belangrijker zijn voor de VS en Europa dan de beleidsmakers nu verwachten.

Een van de doelstellingen van president Obama bij zijn aantreden was om een „nieuw begin” te maken tussen de VS en de moslimwereld. Revoluties als die in Syrië lijken hiertoe de ideale gelegenheid te bieden, maar hij en zijn collega-NAVO-leiders zijn veel meer gericht op de risico’s op korte termijn dan op de voordelen op lange termijn.

Deze risico’s zijn er te over. Ten eerste zou het Obama’s kansen op een herverkiezing kunnen schaden als hij in Syrië verstrikt raakt. Ten tweede zouden de VS met wapenzendingen zonder goedkeuring van de Verenigde Naties handelen in strijd met het volkenrecht. Ten derde zouden de VS zich zodanig aan het succes van de oppositie kunnen verbinden dat dit het ‘nieuwe evenwicht’ met Azië belemmert. Ten vierde bergen wapenleveranties aan het VSL het gevaar in zich dat het conflict wordt aangewakkerd en wapens eventueel terechtkomen bij Al-Qaedastrijders die in Syrië infiltreren. Ten vijfde zullen wapenleveranties aan de VSL de VS indirect bij een oorlog tussen grootmachten betrekken als Iran en Rusland het Syrische bewind bewapenen.

Al deze risico’s zijn reëel, al zijn sommige waarschijnlijker dan andere. Zo is het een lachwekkend idee dat een buitenlandpolitieke kwestie in het tegenwoordige economische klimaat de Amerikaanse verkiezingen zou bepalen.

Van groter belang is dat elk beleid risico’s met zich meebrengt. In Washington zal menigeen stellen dat het Amerikaanse beleid inzake Syrië werkt. Dat beleid is om het bewind diplomatiek en economisch onder druk te zetten, samen met oppositiegroeperingen in het buitenland plannen te maken voor een overgang na Assad, aan te sturen op VN-resoluties tegen het bewind-Assad, inlichtingen en communicatieapparatuur te verstrekken en een mogelijke militaire operatie voor te bereiden om de chemische wapens veilig te stellen als het bewind zou vallen. De regering-Assad wordt zwakker. De oppositie heeft in meer delen van het land de macht en verplaatst de strijd naar Aleppo en Damascus, maar de gevolgen van deze wijdvertakte opmars zouden verwoestend kunnen zijn.

De wapens die naar het VSL stromen, in elk geval die uit Qatar en Saoedi-Arabië, komen terecht bij islamistische leden van de oppositie, van wie er velen fel tegen de VS gekant zijn, en zouden een toekomstige Syrische regering een gevaarlijke kant kunnen opduwen.

Hoe langer de strijd woedt, hoe groter de kans dat moorden uit wraak een revolutie zullen veranderen in een sektarische burgeroorlog die zelfs niet meer te stuiten is door een politieke overgang naar democratie, en hoe groter de kans voor Al-Qaeda om te infiltreren en de zaak over te nemen.

Naarmate de oorlog voortduurt, stijgt het risico dat de strijd overslaat naar Libanon (via de Alawieten), Turkije (via de Syrische Koerden), Irak (via Al-Qaeda) en zelfs Jordanië (via de vluchtelingen). Hoe meer versplinterd de Syrische oppositie de strijd voert, hoe meer kans dat de val van het bewind zal leiden tot chaos en onbeveiligde voorraden chemische wapens.

Het is tijd voor gedurfd optreden, van het soort dat Obama liet zien met zijn besluit om in Abbottabad achter Osama bin Laden aan te gaan en in te grijpen in Libië. In Syrië zou dit de vorming inhouden van een coalitie van landen die zich verplichten zware wapens – en mogelijk luchtsteun – te verstrekken aan alle commandanten ter plaatse die de ‘Verklaring van waarden’ ondertekenen. Hiermee ondersteunen ze het democratische en pluralistische Syrië dat wordt bepleit door de negen bevelvoerende generaals van de militaire raad van de VSL. Om wapens te ontvangen, moeten deze commandanten tonen dat ze de macht hebben over veilige zones en toestaan dat buitenlandse journalisten, maatschappelijke activisten en VN-waarnemers de uitvoering van de beginselen van de verklaring controleren. Ook moeten ze toestaan dat burgerjournalisten foto’s van hun ervaringen plaatsen op een officiële website die wordt onderhouden door de coalitie.

De VS worden in beslag genomen door binnenlandse politiek. Europese leiders zijn gericht op crisis in de eurozone, de Olympische Spelen en de augustusvakantie. Toch zullen de uiteindelijke winnaars in Syrië van groot belang zijn voor de gezondheid, welvaart en stabiliteit van de regio die geostrategisch nog altijd de belangrijkste ter wereld is. Syriërs zullen niet vergeten wie hen niet vergat, wie begaan genoeg was om hun leven te redden.

Anne-Marie Slaughter is hoogleraar politicologie en internationale betrekkingen aan de Princeton-universiteit en voormalig directeur beleidsvoorbereiding bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is eerder verschenen in de Financial Times.