Fluiten naar vrouwen mag niet meer. Behalve als Hollandse bouwvakker

De Vlaamse filmstudente Sofie Peeters verdient lof voor het agenderen van een maatschappelijke irritatie. Dat gefluit en gesis is ordinair en voor velen intimiderend. De vraag is of we blij moeten zijn met de discussie die volgde op haar documentaire Femme de la Rue: over seksisme in Brussel. Afkeer van de lokroep geeft een vrijbrief om helemaal los te gaan op niet-westerse medeburgers.

De invuloefening is lekker makkelijk. Die allochtonen vallen ‘onze vrouwen’ lastig omdat hun ‘eigen vrouwen’ er als nonnen bijlopen. Die moslims leren dat vrouwen minderwaardig zijn en daarom doen ze aan openbare vleeskeuringen. In die machocultuur is het zaak continu je mannelijkheid te bewijzen: hoe effectiever de lokroep, hoe beter je in de groep ligt. En vergeet niet dat al die Marokkanen gefrustreerd zijn omdat de Koran seks voor het huwelijk verbiedt. Kortom, het ligt aan hun achtergestelde cultuur.

Tot zover de sociologische analyse die je op tal van forums tegenkomt. Doorgaans iets voorzichtiger geformuleerd. En dat is opvallend: het gehalte aan PVV-retoriek valt alleszins mee. De enkeling die in een discussie op nrcnext.nl repte over “Middeleeuwse woestijnbewoners” werd meteen teruggefloten met een afkeurend “pardon?”. De toon aldaar was beheerst en analyserend, maar juist daardoor komt de kritiek hard aan. Mensen die de multiculturele samenleving een warm hart toedragen, rekenen nu een hele bevolkingsgroep af op gedrag van straatjongens. Journalist Herman Vuijsje gooide in NRC Handelsblad het hoge woord eruit: dat gesis, geloer en gefluit is “vrijheidsberoving”, want vrouwen lopen nu een blokje om en durven zich niet te kleden zoals ze willen.

De stad Brussel gaat vanaf september boetes van 250 euro uitdelen. Een begrijpelijke reactie op de maatschappelijke verontwaardiging. Toch werd Marco Pastors uitgelachen toen hij in 2010 als Leefbaar-politicus iets soortgelijks voorstelde. Uit zijn mond klonk het fluitverbod als de zoveelste stok om allochtonen mee te slaan. Het videorelaas van Sofie Peeters is veel authentieker. Haar bewijs is hard, haar boosheid echt. Bovendien is het getoonde gedrag behoorlijk schokkend: het gaat verder dan fluiten, ze wordt uitgescholden voor ‘hoer’ en gevolgd.

In Nederland, België en Frankrijk is het fluiten en intimideren nu onderwerp van publiek debat. Dat is niet zonder risico’s. Anders dan zaken als eerwraak, vrouwenbesnijdenis, radicalisering, oververtegenwoordiging in misdaadcijfers, moslimterrorisme, werkloosheid en handen weigeren heeft het de potentie om uit te groeien als paraplubegrip. Wie vanuit een portiek naar een blonde studente fluit, staat nu symbool voor alles wat er niet deugt aan niet-westerse allochtonen. Fluiten heeft zijn onschuld verloren en daarmee zijn allochtonen nog ‘schuldiger’ geworden.

Het verdient daarom aanbeveling om de documentaire van Peeters met een meer neutrale blik te bekijken en onszelf af te vragen door wie ze eigenlijk lastiggevallen wordt. Zouden er ook Marokkaanse wetenschappers, advocaten, beleidsmakers en accountants tussen zitten? Onwaarschijnlijk.

Peeters loopt door een achterstandsbuurt en heeft zodoende te maken met minder geciviliseerd volk. Wellicht is er meer sprake van een klassenverschil dan van een culturele botsing. Vergelijkbaar met het passeren van een bouwsteiger waarop autochtone bouwvakkers de ene na de andere hoogopgeleide vrouw nafluiten en oneerbare voorstellen doen. Ook ordinair en verwerpelijk, maar nooit verhief iemand dit tot maatschappelijk probleem. Toevallig werd er een paar weken geleden op het Viva-forum over bouwvakkers gediscussieerd. Een bloemlezing:

“De bouwvakkers hier wensen me elke ochtend een zeeeeeer hartelijke goedemorgen. Ik wens hun hetzelfde en loop door naar m’n werk. En that’s it.”

“Nou, tegen de tijd dat ze niet meer naar me fluiten ga ik me afvragen of ik echt een oud fossiel ben geworden.”

“Mij stoort fluiten ook niet. Sissen vind ik daarentegen wel irritant, maar ach, daar laat ik mijn humeur niet door vergallen.”

“Als ze gewoon een beetje willen flirten vind ik dat best, zelfs vleiend. Gesis of gore opmerkingen, daar moet ik weinig van hebben. Maar die hoor ik nooit van bouwvakkers, eigenlijk.”

“Ik kan van dat soort dingen toch best gevleid raken, ja. Dus nee, ik stoor me er niet aan. Als het alleen fluiten of een grappige opmerking is. Als ze ranzige dingen naroepen, vind ik het wel heel vervelend.”

“Nee hoor, het hoort erbij! Wordt er altijd helemaal vrolijk van als ik elke ochtend met dochter van 2 langs de bouwplaats loop/fiets en we altijd vrolijk worden toegeroepen. We zwaaien ook altijd vriendelijk terug.”

“Zelfs nu ik ruim 6 maanden zwanger ben doen ze het nog trouwens! Dus je moet je inderdaad afvragen wat er van je geworden is als ze het helemaal niet meer doen ;-)”

Deze reacties spreken voor zich: een radicaal verschil met de discussie die Sofie Peeters aanzwengelde. En daarom moeten we oppassen met het gemopper op allochtone fluiters. Veroordeel het gedrag en niet de komaf.

Prima als er aangiftes gedaan worden, boetes worden uitgedeeld, maar zeg er als vrouw dan wel bij ‘ik voelde me geïntimideerd omdat het een Marokkaan was die floot’. Is ook handig voor de incasso-administratie: de fluitboete kan dan weggestreept worden tegen de discriminatieboete.