Even resetten, en Grol slaat toe

Na het verlies in de kwartfinale wilde judoka Henk Grol nog naar huis. Na een indringend gesprek met zijn begeleiding pakte hij brons.

Redacteur Olympische Spelen

Londen. Judo is een fysieke sport. Dat kan iedereen zien. Mis. Judo is een mentale sport. Althans volgens de theorie van Henk Grol. Zijn wankele psyche zat hem gisteren dusdanig in de weg dat de judoka geen olympisch kampioen werd, terwijl hij dat zichzelf nog zo plechtig had beloofd. Zijn tombola van mentale stadia eindigde in de stand ‘geluk’. Hoewel hij brons had gewonnen. Geloof het of niet, maar de sporter voor wie alleen de eerste plaats telt, zei het echt: hij was happy met brons.

Mooie judoka, die Grol. Ook een atypische sportman. Soms op het naïeve af. Grol wil winnen, overal en altijd. De pijn van een nederlaag wil hij niet lijden. En als Grol verliest, is de wereld te klein. Hij accepteert geen nederlaag.

Maar hoe hard Grol ook traint en hoezeer hij alle toeval ook wil uitsluiten, zelfs Grol verliest weleens een wedstrijd. En dan heeft de judoka onmiddellijk een mentaal probleem. Dan reageert hij impulsief. Dan heeft een bijna onbedwingbare drang om uit zijn cocon te stappen.

Nadat Grol gisteren in de kwartfinale van de Duitser Dimitri Peters had verloren, wilde hij naar huis. Weg uit de verdomde judohal, waar hij gevangen zat in negatieve aura’s. Zijn coach Maarten Arens, technisch directeur Cor van der Geest van de judobond en zijn clubgenoot Dex Elmont moesten op hem inpraten om te voorkomen dat Grol daadwerkelijk de bus naar het olympisch dorp zou nemen.

Het zal geen rustige sessie zijn geweest. Integendeel. Grols geest werd gegeseld met Nederlandse krachttermen. Zijn vertrouwelingen wisten dat de judoka alleen op die manier gereset kon worden. Het lukte.

Fanatiek stapte Grol ’s middags de mat weer op. Hij zou eens laten zien hoe er moest worden gejudood . Niks dat oneindige getrek aan pakken, niks geen strategisch gedoe. Ippon, daar gaat het om. Op de rug leggen die tegenstander, en wel zo snel mogelijk. Dat is wat Grol wil. En dus lag de Tsjech Lukas Krpalek na een minuut verdwaasd op zijn rug.

Zo moet dat. Grol zette zijn handen stoer in de zij, maakte de gebruikelijke buiging en verliet als een veldheer de tatami. Zo tank je weer zelfvertrouwen. Verdwenen was de broze gemoedstoestand van de ochtendsessie. Grol kon de wereld weer aan. En hij besefte dat brons zo gek nog niet is. Die zou hij winnen, hoe dan ook.

En zo geschiedde. De Korean Hee-Tae Hwang werd vijf minuten flink door elkaar geschud, maar Grol kreeg hem niet op de rug. Een waza-ari is eigenlijk beneden Grols stand, maar uiteindelijk maalde de judoka er niet om en ontving hij kort daarna met een brede glimlach de bronzen medaille. Zijn tweede, na de Spelen van Peking vier jaar terug.

En Vladimir Poetin weet nu ook wie Grol is. De Russische president volgde in gezelschap van de Britse premier David Cameron de partij vanaf de tribune. Als oud-judoka is Poetin een kenner. Het kan bijna niet anders of hij moet het grote hart van Grol hebben herkend. En misschien hebben gedacht: maar goed dat die geblokte Hollander mijn landgenoot Tagir Khaibulaev niet is tegengekomen. Want die werd een Kremlinheld door voor de ogen van zijn president de gouden medaille winnen.

Na afloop verklaarde Gol waarom hij uitgerekend op de dag der dagen in een mentaal wak zat. Blessures in aanloop naar de Spelen hadden hem onzeker gemaakt. Eerst een verrekking van de binnenband van zijn knie, daarna een slijmbeursontsteking aan diezelfde knie en kort voor ‘Londen’ een gescheurde teen. Dat was allemaal te veel voor de psychologische gesteldheid van de judoka die had rondgetoeterd dat hij olympisch kampioen zou worden. Uitgerekend op de dag dat Grol zijn olympische missie zou voltooien, zat hij mentaal ‘op slot’. Gelukkig wekten drie musketiers hem weer tot leven.