Door die angst krijg ik adrenaline

Atleet Robert Lathouwers loopt maandag de 800 meter op de Spelen in Londen. Voor races praat hij zichzelf de afgrond in.

Krachtige, lange passen. Het lichaam recht, de borst vooruit. 1 meter 91 lang, 75 kilo zwaar. Robert Lathouwers lijkt een reus vergeleken met zijn concurrenten op de 800 meter. De lange benen jagen soepel over de sintelbaan. Hij heeft dynamiet in zijn benen. Als hij fit is, vlamt hij in de laatste honderd meter. Dan vliegt hij over zijn tegenstanders heen.

Er staan wanneer het moet, dat is het grote talent van Robert Lathouwers (29). De afgelopen vier jaar presteerde hij bijna niets, door blessureleed liep hij geen serieuze wedstrijden. Maar opeens was hij er, eind mei bij de FBK Games in Hengelo. Vanuit het niets liep de atleet de olympische limiet op de 800 meter. Het leek op zijn kunststukje van vier jaar geleden. Ook toen plaatste de Rotterdammer zich onverwachts voor de Olympische Spelen in Peking, in zijn vierde 800 meter ooit. Op eenduizendste van een seconde werd hij op de Spelen van 2008 uitgeschakeld voor de halve finales.

Na ‘Peking’ modderde Lathouwers drie jaar aan. Oorzaak was een stressfactuur aan zijn rechtervoet. Begin vorig jaar is hij geopereerd, de problemen zijn verholpen. Dat hij terug is, liet hij eind juni zien bij de EK atletiek in Helsinki, waar hij zesde werd. Maandag komt Lathouwers, die in het verleden werkte als model en als vipchauffeur, in actie in Londen. Hij moet zich via de series proberen te plaatsen voor de halve finales. Gisteren arriveerde hij in het olympisch dorp. Waarschijnlijk wordt dit zijn laatste grote toernooi.

Voor wedstrijden praat je jezelf de afgrond in. Waarom?

„Ik ben het tegenovergestelde van het tjakka van Emile Ratelband. Ik ben een keer uitgebreid getest door een psychologe, en daar kwam uit dat ik een doemdenker ben. Voor de race praat ik mezelf de put in. Ik heb zoiets van: ‘Shit, ik loop tegen die, die en die. En ik moet tweede worden, dat gaat nooit lukken. Oh fuck, mijn benen voelen zwaar, ik voel de verzuring nu al. Hoe haal ik überhaupt de 800 meter? Ik hoop dat ik geen laatste word. Ik ga de halve finale van de Olympische Spelen niet halen.’ Daar ben ik dan bijna helemaal van overtuigd. Door die angst krijg ik adrenaline, waardoor ik volle bak opgepompt ben voor de start. Ik speel geen spelletje met mezelf, het gebeurt automatisch voor iedere race. Toen ik pupil was had ik dit ook al. Ik ben bang om te falen. Alle gevolgen beeld ik me ook in: bij de FBK Games in mei kwam mijn familie kijken, en dacht ik: o jee, ik ga verliezen, wat zullen ze wel niet denken. Maar hoe meer druk, hoe beter het gaat.”

Heb je wel zelfvertrouwen voor de race?

„Nee, totaal niet. Maar op het moment dat het startschot klinkt wel. Dan is dat doembeeld helemaal weg. Die spanningsopbouw heb ik nodig. Ik ben heel zenuwachtig, op de wedstrijddag krijg ik geen hap naar binnen.”

Je wordt een avontuurlijke atleet genoemd.

„Ja, ik hou van extreme sporten. Vroeger heb ik veel aan klimmen, wildwaterkano en downhill fietsen gedaan, en ik ben snowboardleraar geweest. Ik rij op een motor, die kan 306 kilometer per uur, en dan wil dat ook even testen. Ik zoek mijn grenzen op.”

Is de 800 meter dan niet te saai voor jou?

„Ik moet mezelf inhouden, ik leef braver dan ik zou willen.”

Hoe kan het dat je er altijd staat op het moment dat het moet?

„Heel simpel: ik heb veel talent. Ik heb veel ups en downs gehad, er is altijd iets. Als ik geen lichamelijke problemen heb, dan sta ik er. Ik heb het talent om in korte tijd mijn lichaam zo klaar te stomen dat ik snelheid en conditie heb.”

Een medaille lijkt in Londen uitgesloten, de 800 meter wordt gedomineerd door de Kenianen. Is het frustrerend dat je nooit van ze kan winnen?

„Ja, maar ik leg me er bij neer. Ik stel mijn eigen doel: minimaal de halve finales halen. Een medaille is onrealistisch. Zij hebben nu eenmaal hardloopgenen, als zij top zijn, doe je daar als blanke Europeaan vrij weinig tegen.”

Na Londen stop je waarschijnlijk.

„Bij de Spelen in 2016 ben ik 33. En financieel ga ik het niet redden, ik verdien niks met atletiek, en een sponsor stopt na deze Spelen. Ik leef van een buffer van mijn eigen bedrijf: in de winter geef ik atletiekclinics op basisscholen in Rotterdam. Ik werk me het schompes om in de zomer mijn atletiekhobby te kunnen bekostigen. Met zo’n 1.500 euro per maand zou ik ver komen. Als er geen financiële ondersteuning komt, dan is het einde topsportcarrière.”

Je traint vrij weinig en kort. Waarom?

„Ik ben van nature een sprinter. Ik moet het van mijn explosiviteit hebben, niet van het duurvermogen. Ik train veertig tot vijftig kilometer per week, mijn concurrenten tussen de honderd en tweehonderd. Voor mijn tegenstanders is het makkelijker om in drie dagen drie wedstrijden door te komen, omdat hun conditie beter is, en het herstel sneller. Als ik 150 kilometer per week zou gaan trainen, raak ik geblesseerd, mijn lichaam is daar niet voor gebouwd. En ik zou mijn snelheid verliezen als ik veel train.”

In 2007 heb je je van de 400 meter omgeschoold tot 800 meter specialist. Wat is jouw perfecte race?

„Ik start snel, dat zit in mijn sprintgenen. Na 100 meter lig ik bijna altijd op kop. Daarna laat ik me iets inzakken, omdat ik niet op kop wil blijven lopen, dat kost energie. Tot 700 meter loop ik achter iemand aan. Dan spaar ik me zoveel mogelijk voor de laatste 100 meter. Daar moet ik voordeel hebben van mijn sprintcapaciteit. De perfecte race heb ik nog nooit gelopen.”

Wat drijft jou om dag in dag uit met topsport bezig te zijn?

„De verslaving van het winnen, de verslaving van het verbeteren. De adrenaline, jezelf bewijzen. Als ik aan de start sta, wil ik knallen, iedereen eruitlopen. En ik doe heel mijn leven al bijna niets anders, ik weet ook niet beter.”

Kun je afstand nemen van sport?

„Ik ben niet wekenlang geobsedeerd bezig met de Spelen. Veel mensen vinden dat ik dat wel moet doen. Er zijn veel atletiekfreaks, maar ik heb ook nog een leven naast de sport. Ik kan eten wat ik wil, zelfs met af en toe een menu bij de Burger King zit ik op 5 procent vet, minder vet is zelfs gevaarlijk. Je hebt atleten die ieder grammetje rijst afwegen. Laatst was het dertig graden, toen heb ik na de training een paar uur op het strand gelegen. Veel mensen zeggen dan: hij heeft er niet alles voor over. Maar voor mij zou het juist niet werken om binnen te zitten. Daar word ik loom en duf van. Ik krijg energie van de zon en andere leuke dingen doen. Onlangs heb ik de Wednesday Night Skate in Rotterdam gereden op skeelers, je had de reacties op mijn Facebook moeten zien. Voor mij werkt deze methode, gewoon relaxed, alles niet te serieus nemen. Het is belangrijker dat ik goed in mijn vel zit, da n train ik veel beter. Ik denk dat ik juist een paar procent pak door zo te leven.”