Discussie over e-books en uitgeven

Uitgevers wordt wakker! schrijven lezers. Reacties op het debat over de komst van e-books.

Uitgeven zonder uitgever

De ‘discussie’ over e-books tussen schrijver Charles den Tex en uitgeefster Mizzi van der Pluijm (Boeken, 27.07.2012) gaat voorbij aan het gegeven dat de uitgever niet zonder de schrijver kan: zonder schrijver valt er geen boek te produceren. Maar de schrijver kan uitstekend zonder uitgever. De moderne technologie maakt het mogelijk om buiten de gangbare uitgeefkanalen om boeken van hoogwaardige kwaliteit uit te geven en op de markt te brengen. En dat zowel als e-boek als in geprinte vorm.

Pas wanneer de schrijver zich ervan bewust is dat hij van groter belang is dan de uitgever, kan er in het e-boek tijdperk een nieuwe relatie ontstaan tussen schrijver en uitgever. Als illustratie van mijn opvatting het volgende: ik heb mijn twee laatste boeken (documentaire thrillers) die geen uitgever wilde hebben, via mijn eigen bedrijf op de markt gebracht. Ze verkopen prima via printing-on-demand. De investering is minimaal, de fysieke kwaliteit niet van andere boeken te onderscheiden. De klanten/lezers beginnen er aan te wennen dat boeken virtueel doorgebladerd en thuisbezorgd kunnen worden. De uitgevers zullen verdwijnen tenzij zij in staat zijn zichzelf opnieuw uit te vinden. Die werkelijkheid is nog onvoldoende doorgedrongen in het boekenvak.

Johan G. Hahn, www.skidiz.nl

Gratis e-book

Mooi vormgegeven dat artikel over de e-books, maar ik mis de dagelijkse werkelijkheid. Koop een e-reader, meld dat aan vrienden en kennissen en binnen een week heb je 20.000 e-books. Er staan immers 60.000 Nederlandstalige e-books, gratis, op internet. Geen woord hierover in het artikel.

Onze uitgevers moeten als de donder aan de slag. Want bij navraag blijkt dat veel illegale veellezers best iets willen betalen, maar niet bijna net zoveel als voor een papieren boek. ‘Het wordt tijd om nieuwe kanalen te creëren’, schrijft Charles den Tex. Die kanalen hebben anderen al gecreëerd, maar zonder verdienmodel. Wordt het niet tijd om na te gaan denken over een Spotify voor boeken?

Anita Mensing, Eemnes

Het e-book als splijtzwam?

Geruime tijd geleden werden er websites ontwikkeld waarop je hotelkamers kon boeken. Hoteliers dachten aanvankelijk dat het zo’n vaart niet zou lopen, en dat verreweg de meeste boekingen direct via hen zouden worden afgehandeld. Maar tegenwoordig kost het vaak veel moeite om de eigen site van een hotel te vinden, omdat de klant meteen naar boekingsites wordt geleid. De hotelier wordt geconfronteerd met het feit dat hij op de betreffende site met prijsverlagingen moet concurreren. Bovendien moet hij voor elke boeking commissie betalen aan de site. Daar gaat je winst!

Zo’n zelfde vorm van misplaatst optimisme als van de hoteliers is kenmerkend voor de bijdrage van Mizzi van der Pluijm, directeur-uitgever van Atlas Contact, in haar reactie op het stuk van Charles den Tex over het e-book als bom onder het uitgeefvak. Ze schrijft heel lief dat grote internetwinkels als Amazon invloedrijk zijn, maar dat zijn volgens haar ‘Libris, AKO, DWDD, Pauw & Witteman, NRC Handelsblad en De Telegraaf ook’. Volgens mij ben ik de aangewezen persoon om te zeggen dat hier appels met peren worden vergeleken. Sinds wanneer vragen of eisen partijen als Pauw & Witteman en De Telegraaf veertig procent van de kostprijs (minus BTW) van een e-book?

Jaren geleden hebben uitgevers en boekhandelaren de boot al gemist. Het gezamenlijke boekenbedrijf had zelf een internetwinkel of -platform moeten oprichten, om de winsten in het boekenbedrijf binnenboord te houden en niet aan de Googles van deze wereld over te dragen, maar dat leek ze niet nodig, want het zou allemaal wel meevallen. Dat de belangen in de boekenwereld niet altijd gelijk lopen, wordt ook duidelijk uit het stuk van Charles den Tex . Volgens Den Tex is er behoefte aan een e-uitgever, die niet op licentie-, maar op dienstenbasis werkt. De schrijver blijft volledig eigenaar van zijn boek en koopt diensten in bij de e-uitgever, bijvoorbeeld ten behoeve van de redactie en promotie. De schrijver wordt daarmee een klein baasje met de volledige eindverantwoordelijkheid voor de hele keten, terwijl de meeste schrijvers maar één ding willen: schrijven. Leve de arbeidsdeling, zullen veel auteurs me nazeggen.

Ten slotte blijft de positie van het vertaalde boek (en dus van de vertaler) zowel bij Den Tex als bij Van der Pluijm onbesproken, terwijl ongeveer de helft van de boeken die hier verschijnen, vertaald zijn. Wie krijgt een licentie om een boek te vertalen, wie neemt het risico een vertaler in te huren die deze klus professioneel verricht? Of wordt de vertaler ook ‘baas in eigen boek’ door met een buitenlandse auteur te onderhandelen over de vertaalrechten? Of met een buitenlandse uitgever? Ook dergelijke vragen moeten worden beantwoord in een sterk gewijzigde boekenwereld met andere rollen voor uitgevers, schrijvers en vertalers. Mooi weer spelen op basis van het credo dat we er ‘samen’ wel uit zullen komen, belooft weinig voor de toekomst.

René Appel, Amsterdam