'De gretigheid van jongeren is geweldig'

Op de Muziekzomer van het Nederlands JeugdOrkest verdiepen jong Europese musici zich in samenspel en authentieke muziek. Spelen op darmsnaren blijkt geen sinecure.

Schapendarmen: het lijkt een onwaarschijnlijke plek om naar goddelijke klanken te zoeken. Toch worden juist van schapendarmen vioolsnaren gemaakt, met een volgens velen door nieuwe technologie nog altijd onovertroffen resultaat. „Staalsnaren zijn gevoelloos”, zegt cellist en dirigent Jaap ter Linden (1947), een van de grote barokspecialisten van ons land. „Ze ontstemmen niet en je beweegt makkelijk over de hals. Bij darmsnaren is dat lastiger. Die zijn vatbaar voor vocht en temperatuurverschillen en vergen veel meer inspanning voor een zuivere intonatie. Spelen met darmsnaren is, kort gezegd, onwaarschijnlijk moeilijk. Maar daar staat een prachtige toon tegenover.”

Jaap ter Linden, pionier van de historische uitvoeringspraktijk, werkt voor het eerst mee aan de NJO Summer Academy, waar hij het NJO Authentiek-orkest leidt. Het is een van vele kennismakingen die de Nederlandse Orkest- en Ensemble-Academie NJO deze maand organiseert. Zo zijn er ook een Ensemble van de 21ste eeuw, een Symfonieorkest en een Sinfonietta. Getalenteerde studenten uit heel Europa verdiepen zich begeleid door topmusici in de geheimen van het samenspel. Het resultaat van hun inspanningen is op diverse locaties in Gelderland te beluisteren in het programma van de NJO Muziekzomer. Vanavond is de officiële opening in het Radio Kootwijk, met onder meer het Blazersensemble en het Slagwerkensemble.

Voor de musici van NJO Authentiek is het de eerste keer dat ze in aanraking komen met darmsnaren. Wegens de technische moeilijkheden is hun repetitieperiode langer dan die van de andere ensembles. „Ze maken enorme sprongen”, zegt Ter Linden.

Dat blijkt ook tijdens de repetitie. Op de lessenaars staat Sinfonia Nr. 12, een weerbarstig jeugdwerk van Mendelssohn. Het lastige stemmenweefsel zorgt voor synchronisatieproblemen, maar dankzij Ter Lindens gretig geabsorbeerde aanwijzingen bloeit de muziek langzaamaan op.

„Dit moet een voluptueus piano zijn, geen dun piano”, houdt Ter Linden zijn pupillen voor. Hij legt het spel vaak stil en wijst onvermoeibaar op finesses. „Bij professionele orkesten zijn de musici niet altijd gemotiveerd”, vertelt hij na de repetitie. „willen allemaal. Die gretigheid is geweldig.”

Een nadeel van darmsnaren: ze knappen sneller. Twee stuks sneuvelen er tijdens de repetitie. Bij het opzetten van een nieuwe snaar worstelen de violisten bovendien met het ingewikkelde knoopje, dat anders is dan ze gewend zijn. De e-snaren zijn er al bijna doorheen, ze moeten dringend worden bijbesteld.

Maandag beginnen de repetities van NJO Sinfonietta, een middelgroot strijkorkest dat zonder dirigent speelt. Hiervoor komt violist Gordan Nikolic (1968) naar Apeldoorn, concertmeester en muzikaal leider van het Nederlands Kamer Orkest en concertmeester van het London Symphony Orchestra. Net als bij het Authentiek-orkest is deelname aan NJO Sinfonietta voor de meeste studenten de eerste kennismaking met een bepaalde vorm van musiceren, in dit geval in een dirigentloos ensemble. „Wanneer je met een dirigent speelt, bepaalt hij wat het belangrijkste is om naar te luisteren”, zegt Nikolic. „Je verhouding tot de andere musici loopt via de dirigent. Wanneer niemand de maat slaat met een stokje ben je op elkaar aangewezen. Je beseft dat je de hele onderneming zelf moet dragen, dat alles wat er binnenin je en om je heen gebeurt jouw verantwoordelijkheid is. Dat is een groot verschil.”

De dirigent die zijn orkest meesleept in zijn visie op een compositie is een van de iconen van de klassieke muziek. Nikolic vindt de groepsverantwoordelijkheid van een sinfonietta minstens zo fascinerend. Als concertmeester leidt hij het ensemble weliswaar van achter de eerste lessenaar, maar zijn stuurkracht is veel kleiner. „Er is altijd afstand tussen wat mij voor ogen staat en wat uiteindelijk gebeurt – en dat is een ruimte waarvan ik hou. Bij een groep zonder dirigent gaat het erom dat men bereid is de muziek te ervaren en niet slechts in te stemmen met een bepaalde lezing ervan. Muziek gaat niet om instemming; zij is veel groter dan dat. Jonge musici zijn gewoonlijk heel ontvankelijk voor dat openzetten van alle ramen en deuren. Op die manier samenspelen is een onvergetelijke ervaring, voor hen, maar ook voor mij.”

T/m 19/8. Inl: muziekzomer.nl