De beurs krijgt steeds meer concurrentie

NYSE Euronext presenteerde tegenvallende cijfers. Er wordt minder gehandeld. En de beursgigant krijgt steeds meer concurrentie.

Steven Derix

Het gaat slecht met de beurs. Nee, niet met de aandelen. Ondanks de recessie zijn de koersen in Europa en de VS omhooggegaan. De AEX-index steeg 3,7 procent sinds begin dit jaar, de Dow Jones groeide 5,4 procent. Sommige beurzen, zoals de Nasdaq in New York of de DAX in Frankfurt, laten zelfs double digit groei zien.

Het is de beurs zélf die slecht presteert. NYSE Euronext, de beursgigant die in 2007 ontstond uit de fusie tussen de New York Stock Exchange en de Europese beurzen van Euronext, publiceerde vanochtend tegenvallende resultaten. In het tweede kwartaal nam de omzet 20 procent af. Ook de nettowinst kwam een stuk lager uit, met 104 miljoen euro. In het tweede kwartaal van vorig jaar was dat nog 130 miljoen.

Een van de oorzaken van de problemen is tijdelijk: er wordt gewoon minder gehandeld. Het gemiddelde dagelijkse volume van effecten aan de Amerikaanse beurzen daalde in het afgelopen kwartaal met 4,5 procent, zo meldde het Amerikaanse persbureau Bloomberg vanmorgen. En dat gaat ten koste van de inkomsten van de beurs, die afhankelijk is van de transactiekosten die in rekening kunnen worden gebracht.

Maar er is ook een andere, meer structurele oorzaak achter de dalende inkomsten van NYSE Euronext. De grote beurzen in Amerika en Europa krijgen steeds meer concurrentie. Nog geen vijf jaar geleden werden vrijwel alle aandelen in Europa verhandeld via Euronext. Inmiddels ligt dat marktaandeel nog maar op zo’n 55 procent, zo schat Willem Meijer van beursplatform TOM.

Alternatieve beurzen als CHI-X-BATS, Turquoise en TOM hebben binnen enkele jaren een flink deel van de aandelenhandel opgesnoept. De alternatieve beurzen hanteren prijzen die soms tot 95 procent lager liggen dan Euronext, zegt Meijer. En daar heeft NYSE Euronext last van.

Sommige analisten stonden aanvankelijk kritisch tegenover de ‘fragmentatie’ van de aandelenhandel. Voor goede ‘prijsvorming’ zou een bepaald volume nodig zijn. Als er weinig aandelen worden verhandeld, kan het verschil tussen vraagprijs en aanbod oplopen – waardoor klanten duurder uit zijn dan nodig.

Maar de technologie heeft dat probleem inmiddels opgelost. Alle zichzelf respecterende beurshandelaren werken inmiddels met zoekmachines, die binnen een fractie van een seconde de prijzen op de verschillende beurzen met elkaar vergelijken.

Volgens Willem Meijer van de TOM (‘The Order Machine’) blijkt uit onderzoek dat in 40 procent van de gevallen de prijs van een aandeel op Euronext slechter is dan op de alternatieve beurzen. „Dat wil zeggen dat je voor je klanten wel naar naar de alternatieve platformen toe móet.” Ook de grote banken lijken daar nu van doordrongen. Afgelopen maandag meldde het Financieele Dagblad dat ING zijn particuliere aandelenorders voortaan niet langer gaat verhandelen op de Amsterdamse beurs.

In een verklaring liet NYSE Euronext weten dat er hard wordt gewerkt aan herstel. De beurs gaat in de kosten snijden en de eigen aandelen terugkopen om de winst per aandeel te laten stijgen. Deze maatregelen, zo liet financieel directeur Michael Geltzeiler in een verklaring weten, moet weer leiden tot winstgroei in 2013.

Ondertussen wordt de concurrentie groter. TOM is al enige tijd bezig met het opzetten van een Europese optiebeurs. „Wij verwachten dat we 30 à 50 procent van de markt kunnen veroveren”, zegt Meijer.