De 1-procentdoctrine

Na de aanslagen van elf september formuleerde de regering-Bush een nieuwe doctrine. „Als er ook maar 1 procent kans is dat bijvoorbeeld Pakistaanse geleerden Al-Qaeda helpen aan een kernwapen”, decreteerde vicepresident Dick Cheney in typische Washington-speak, „dan moeten we dat beschouwen als een vaststaand feit in termen van onze respons.” Het principe is valide: sommige

Na de aanslagen van elf september formuleerde de regering-Bush een nieuwe doctrine. „Als er ook maar 1 procent kans is dat bijvoorbeeld Pakistaanse geleerden Al-Qaeda helpen aan een kernwapen”, decreteerde vicepresident Dick Cheney in typische Washington-speak, „dan moeten we dat beschouwen als een vaststaand feit in termen van onze respons.”

Het principe is valide: sommige risico’s kun je gewoon niet lopen

Met deze ‘1-procentdoctrine’ rechtvaardigde het Witte Huis de aanval op Saddam, waarna je er niet veel meer van hoorde. Maar het principe is valide: sommige risico’s kun je gewoonweg niet lopen.

Neem de topbanken. Zeker na de laatste ronde fusies tijdens de crisis van 2008 zijn die nu niet alleen te groot om failliet te gaan (too big to fail), maar waarschijnlijk ook te groot om te redden. Klinkt dat niet als een goede reden om voortaan ‘als vaststaand feit in termen van onze respons’ te kijken naar de mogelijkheid dat iemand ergens in een grote bank potentieel fatale risico’s neemt?

Waar zou de 1-procentdoctrine opgaan? Ik vroeg dit aan een hoge toezichthouder bij de Financial Services Authority en hij zei: derivaten. Dit zijn een soort contracten waarbij twee partijen gokken op de toekomstige waarde van iets (ja, dit was een verschrikkelijke zin, eerdere versies waren erger).

De toezichthouder legt uit: „Het is met veel derivaten heel moeilijk om de potentiële verliezen te overzien. Als ze ‘zich tegen je keren’ en je begint geld te verliezen dan kun je ze niet zomaar verkopen, want niemand wil ze hebben. Sommige derivaten zijn vaak zeer complex, dus je hebt tijd nodig om hun waarde te bepalen. Dat verhoogt de kwetsbaarheid verder.”

Vergelijk derivaten met aandelen, sprak hij mijn worstelende hersenen toe. „Bij aandelen kun je nooit meer verlies maken dan dat de koers naar nul gaat. Met derivaten zijn verliezen bijna oneindig. Stel, ik zet 10 pond in dat Bayern 1-0 van Chelsea wint. Mijn maximale hypothetische verlies is 10 pond. Maar nu spreek ik af om 5 pond te betalen voor ieder doelpunt dat Chelsea incasseert. Uiteraard weet ik uit statistische modellen gemiddeld hoeveel doelpunten in een dergelijke wedstrijd vallen. Maar in theorie kunnen mijn verliezen bijna oneindig oplopen.”

Sommige derivaten worden ‘over de kassa’ verhandeld, een elegante manier om uit te drukken dat ze worden afgesloten tussen twee partijen zonder dat anderen er zicht op hebben. Stel vervolgens dat onverwacht iets heel groots gebeurt, bijvoorbeeld een bankfaillissement. In de paniek die dan volgt, weten partijen niet welke ‘over de kassa’-derivaten anderen in de boeken hebben. Banken vertrouwen elkaar niet meer, lenen elkaar geen geld meer en het hele financiële systeem krijgt een hartaanval.

Er zijn meer risico’s. Terug naar de analogie met Bayern-Chelsea. Het verloop van die wedstrijd staat los van weddenschappen. Maar sommige derivaten ontlenen hun waarde aan ‘onderliggende assets’ die op markten worden verhandeld. Als partijen ontdekken dat jij niet van een bepaald derivaat afkomt kunnen ze proberen jou extra zwaar te laten betalen. „Alsof spelers van Bayern horen van jouw weddenschap en extra fanatiek gaan aanvallen.”

Derivaten moeten veel transparanter, zegt de toezichthouder, en minder complex. Maar vier jaar na de laatste ‘credit crunch’ is dat nog altijd niet sluitend geregeld, hoewel de VS misschien echt lijken te gaan optreden. Misschien is dat de 100-procentdoctrine? Iets moet volledig misgaan voor de financiële sector wordt aangepakt.