Blijf toch van mijn moeder af

De biografieën van Françoise Sagan bevatten onzin en leugens. Dat beweert althans haar zoon Denis Westhoff in zíjn versie van zijn moeders leven.

Voor de zomer van 1959 huurt Françoise Sagan een landhuis ten zuiden van Honfleur. Het is groot, een beetje vervallen – een oase van rust. De dan 23-jarige schrijfster ontsnapt er aan de hectiek van haar dagelijks leven, sinds haar debuut Bonjour tristesse haar in de schijnwerpers parachuteerde. Ze ontvangt er vrienden, richt feestmalen aan en racet in haar sportauto naar het casino in Deauville.

Op 8 augustus moet ze het huis verlaten. De avond ervoor staat ze voor het laatst aan de roulettetafel. Ze gokt met haar favoriete cijfers, 3, 8 en 11 en wint 80.000 francs. Bij het ochtendgloren rijdt ze naar huis, de eigenaar staat voor de deur. Tijd voor de sleuteloverdracht. Moe vraagt Sagan of het huis niet te koop is en wat hij ervoor zou vragen. 80.000 francs luidt het antwoord. Ze doet haar tas open, geeft hem het geld dat ze zojuist heeft gewonnen en duikt haar bed in.

Het is één van de anekdotes die genade vindt in de ogen van Denis Westhoff, de enige zoon van Sagan, die onlangs een boek over het leven van zijn moeder publiceerde. Sagan is een legende, schrijft hij, een legende van lichtheid, geluk, whisky, snelle bolides en een leven zonder zorgen, een legende die doet vergeten wie en wat Sagan eigenlijk was: schrijfster.

In Sagan et fils trekt Westhoff van leer tegen ‘zogenaamde biografen’ die zich ten aanzien van zijn moeder ‘onacceptabele vrijheden hebben gepermitteerd’. Zonder hun namen te noemen duidt hij op Marie-Dominique Lelièvre en Annick Geille, biografen voor wie hij geen goed woord over heeft. Hun boeken staan vol vooroordelen, schandelijke onjuistheden, die de nagedachtenis van zijn moeder bevuilen. Het idee dat zijn moeder haar sigaretten altijd naast de asbak uitdrukte! Onzin! Dat haar jassen vol gaten zaten! Onjuist! Dat ze een vrouw was die chaos om zich heen schiep, geen respect toonde! Ondenkbaar! Sagan was, volgens Westhoff, juist het tegenovergestelde: geestig, kwetsbaar, onafhankelijk, respectvol, genereus, met een enorm moreel besef. Een vrouw die op de vlooienmarkt graag een eenvoudig schilderij kocht, waarna ze de rest van haar geld aan een zwerver gaf.

Nadat Sagan voor Bonjour Tristesse in 1954 de Prix des critiques had gekregen, werd zij ‘een ding waarover men in de derde persoon sprak’, ‘een fenomeen’ waaraan het schandaal kleefde, maar ook doelwit van jaloezie en kwaadsprekerij. Hij herinnert zich hoe zijn moeder later vol spijt terugkeek op haar eerste auto-ongeluk, op 15 april 1957, waaruit zij als een wrak tevoorschijn kwam. Met haar voorspoed was het gedaan. Coma, operaties, levenslange pijn zijn het gevolg, ze is voor de rest van haar leven verslaafd aan palfium, sterker dan morfine. In die periode schreef ze het onlangs mooi herdrukte dagboek Toxique, met poëtische reflecties over haar angsten. Over die veelbesproken levenslange verslaving spraken moeder en zoon nauwelijks, het zou ‘nutteloos’ geweest zijn, ‘ze moest ermee leven’.

Echtgenoot

Aan zijn vader, die volgens Sagans biografen de naam ‘echtgenoot’ nauwelijks verdiende, wijdt Westhoff een lang portret. Geboren in 1930 wordt hij een van de jongste officieren in het Amerikaanse leger. Na zijn terugkeer uit Vietnam schrijft hij zich in als student aan de kunstacademie in Mexico, dan sluit hij zich aan bij Holiday on Ice, keert terug naar de VS en wordt op zijn 28ste een van de eerste mannelijke mannequins.

Een paar jaar later gaat Bob naar Europa, in 1961 ontmoet hij Sagan: beiden zijn getuigen bij een huwelijk van gemeenschappelijke vrienden. Kort daarna ‘op een zachte najaarsmiddag, word ik verwekt’, schrijft Westhoff. Eén jaar blijven ze getrouwd, tien jaar vieren ze samen het leven, een ‘gezegende’ periode, ‘alles was mogelijk, de liefde en de verbeelding, ik durf bijna niet te zeggen wat we allemaal deden’, zei Sagan daarover.

Bob Westhoff interesseert zich, net zo min als Sagan, voor geld, dat via haar auteursrechten rijkelijk binnenstroomt. Muziek, reizen en beeldhouwen zijn zijn passies. Hij kan niet zonder drank, zij niet zonder palfium. De drank en de inertie dreven een wig tussen hen.

Ook in de vriendenclub waarmee Sagan zichzelf haar leven lang omringde, brengt de zoon een schifting aan. Juist Peggy Roche, de modeontwerpster die in de ogen van eerdere biografen Sagan hinderlijk voor zich opeiste, vindt in de ogen van Sagan fils genade. Ja, ze was bezitterig, ja, Sagan ruïneerde zichzelf voor haar vriendin, maar Peggy jaagt ook de aasgieren weg en beschermt haar.

Voor de homoseksuele relaties die de biografen blootlegden, voor die hele suggestieve broeierige sfeer, interesseert Denis Westhoff zich niet, het is hem nooit opgevallen en het is niet wezenlijk voor zijn visie op zijn moeder. Was Peggy Roche zijn moeders ‘amante’? Nou en! Zij was wezenlijk voor haar geluk, het was de meest intense vriendschap die hij ooit zag. Over Peggy’s dood, in 1991, is Sagan nooit heen gekomen.

Drugskoerier

Vanaf dat moment – de zoon krijgt het nauwelijks uit zijn pen – gaat het bergafwaarts. Er wordt een drugskoerier gearresteerd die Sagans naam in zijn adresboekje heeft, ze wordt opgepakt, beschuldigd van drugshandel. Ze eist het recht op zichzelf te vernietigen, voert een proces, krijgt een enorme boete. De belastingdienst komt met onbetaalde aanslagen waar ze geen weet van heeft. Alleen dankzij haar vriendschap met Mitterrand wordt de strop niet aangehaald. In diezelfde tijd raakt ze verstrikt in de netten van André Guelfi, die haar in de smeergeldaffaire rond olieconcern Elf zou betrekken. Westhoff schetst een naïeve vrouw, die meent dat ze alleen door deze man te introduceren bij Mitterrand miljoenen zou verdienen, waarmee ze eindelijk haar landhuis in Normandië zou kunnen renoveren.

Na haar dood in 2004 ontdekt Westhoff dat ze meer dan een miljoen aan schulden achterlaat. Hij kan de erfenis niet accepteren, het zou zijn failliet betekenen. Het relaas van zijn kruistocht om de naam van zijn moeder te zuiveren en haar literaire erfenis weer toegankelijk te maken, heeft iets heroïsch. Hij zegt zijn baan als fotograaf op, wijdt zich jaren aan het uitpluizen van de vele contracten, vecht met stille steun van Sarkozy met de fiscus en accepteert uiteindelijk toch de vergiftigde nalatenschap van zijn moeder, waarna zich een horde schuldeisers op hem stort. De uitgevers die in de rij hadden gestaan toen zijn moeder een superster was, blijken niet bereid haar werk leverbaar te houden – die strijd heeft Westhoff tot op de dag van vandaag niet gewonnen.

Intussen heeft hij wel een liefdevol monument opgericht voor de vrouw die alleen hij als moeder kent. Hij ruikt nog het leer van haar Jaguar E-type waar ze hem als driejarige in rondreed. Hij herinnert zich hoe ze in 1968, tijdens de studentenopstanden in Parijs, door een demonstrant werd aangesproken: ‘Zo, kameraad Sagan, zijn we in een Ferrari gekomen?’ waarop zijn moeder antwoordde: ‘Het is geen Ferrari, kameraad, het is een Maserati’.