Vijf lichamen opgegraven op compound Dutchbat in Srebrenica

Een graafmachine op de voormalige Dutchbat-compound graaft het gevonden graf uit. Foto Screenshot NOS

Op de voormalige compound van Dutchbat in het Bosnische Srebrenica zijn vandaag vijf lichamen opgegraven. Een kleine week geleden was het graf al gelokaliseerd. Het gaat om twee vrouwen, twee mannen en een baby. Dat heeft een woordvoerder van de hulporganisatie IKV Pax Christi gezegd.

De stoffelijke overschotten zijn naast elkaar gevonden, enkele in plastic en enkele in dekens gewikkeld. Een van de vrouwen is liggend op een bed begraven.

Tot het graf vorige weken werd gevonden was al wel bekend dat er vijf tot negen inwoners van Srebrenica op de basis waren begraven, maar het was onduidelijk waar precies. Morgen wordt gekeken of er nog meer lichamen in het graf liggen.

Overleden door uitputting en medicijnen

Duizenden inwoners van de moslimenclave Srebrenica zochten in de zomer van 1995 hun toevlucht op de basis van de Nederlandse blauwhelmen. Enkelen van hen overleden in de dagen voor de val van Srebrenica, door uitputting bijvoorbeeld of gebrek aan water en medicijnen.

Zij werden op de compound begraven in een geïmproviseerd massagraf.

Zoektocht naar graf succesvol:

Voormalige Dutchbatters hebben zich jarenlang ingezet om het graf te vinden, samen met IKV Pax Christi. De zoektocht werd bemoeilijkt doordat het ministerie van Defensie aanvankelijk geen informatie wilde vrijgeven.

Het is de bedoeling de gevonden lichamen te identificeren door dna-onderzoek, de precieze doodsoorzaak vast te stellen en de lichamen vervolgens te herbegraven.

‘Van belang voor overlevenden, maar ook voor ex-Dutchbatters’

De Nederlandse blauwhelmen, die tot taak hadden Srebrenica te beschermen, weken uiteindelijk voor de Bosnisch-Servische troepen. Die vermoordden vervolgens ongeveer achtduizend moslimmannen en -jongens uit Srebrenica.

Ex-Dutchbatter Adje Anakotta, die betrokken was bij de zoektocht naar het graf, is blij dat het nu gevonden is. Hij zegt tegen persbureau Novum:

“Dat is voor de overlevenden, maar ook voor ons van belang. Het maakt tevens de weg vrij voor andere vormen van samenwerking.”