Toveren kan ook toeval zijn

Dat van die interne zonnebril is dus echt waar. Het klinkt een beetje als sciencefiction, en ik geloofde er eerlijk gezegd helemaal niks van – maar volgens Rob van Leen werkt het echt: je slikt een paar pillen, die reageren met de radicalen in je netvlies, en dan kunnen je ogen beter tegen de schitteringen van de zon – of zoiets. Sommige zeilers gebruiken de pillen, net als enkele beachvolleyballers.

Van Leen, die in een vorig leven elf jaar in de eredivisie volleybalde, is nu goochelaar van beroep. Officieel staat er Chief Innovation bij DSM achter zijn naam, maar wat ze daar doen kun je rustig onder het kopje Goochelen scharen – of misschien wel Toveren. In zijn woorden: „Sporters hebben problemen, en die lossen wij voor ze op.” Een kleine greep uit de trukendoos van de afgelopen jaren: DSM ontwikkelde magische hersteldrankjes, zeilboten van ruimteschipmateriaal, de snelste bobslee van de wereld en schaatspakken waar je zelfs met een Rambomes niet doorheen komt.

Een jaar of tien geleden was DSM nog een oersaai bedrijf. „Stoffig”, noemt Van Leen het zelf. Hoe anders is dat nu. DSM groeit tegen de klippen van de crisis op en het stof is van het bedrijfsimago afgeklopt. Een van de belangrijkste redenen: de link met de sport. Vanaf 2001 is DSM partner van NOC*NSF. „Eerst gaven we een zak geld, maar alleen dat is tamelijk zinloos. We kwamen er achter dat we sporters veel beter konden steunen door ze te helpen bij het ontwikkelen van nieuwe dingen.”

En dus rolden er de afgelopen jaren nieuwe boten, kano’s, bobsleeën en hersteldrankjes van de band. Soms was het een proces van A tot Z gepland, soms ook niet. Toveren kan toeval zijn. Een toevallige vinding (zoals die keer dat ze een slaapmiddel vonden toen ze testen deden naar een middel om je beter te concentreren) of een toevallige ontmoeting. „Ik kwam twee jaar geleden Joop Alberda tegen, die kende ik nog uit het volleybal. Joop was toen manager bij de wielerploeg Cervélo was. Hij zei: ‘Mijn renners liggen om de haverklap helemaal open omdat ze geen bescherming hebben als ze vallen. Kunnen jullie daar niets op verzinnen?’ Nou, dat hebben we gedaan. Op de Spelen rijden de Nederlanders met een stofje op hun heupen dat niet kapot gaat als ze over de grond schuren.” Een anti-schaafbroek, hadden ze die niet eerder kunnen uitvinden? Daarmee hadden we een hoop Nederlands leed kunnen besparen in de Tour.

Soms lukt het ook niet. Aan de bobslee van Edwin van Calker werd jaren gewerkt, maar op het moment suprême durfde Van Calker niet meer naar beneden. Van Leen haalt zijn schouders op. „Wat doe je eraan? Als hij bang is, moet hij niet starten. Punt. Die slee kan nog zo snel zijn, de mensen moeten het doen.”

DSM stopt een hoop geld in de sport; hoeveel eruit komt weet Van Leen niet. „We zijn nu bezig met een onderzoek, maar sommige dingen zijn niet te kwantificeren. Hoe meet je imagoverbetering? Hoe meet je de opbouw van kennis? Hoe meet je dat je eigen werknemers trots zijn op hun bijdrage aan de sport?” Hij wil maar zeggen: misschien moet je niet alles meteen in geld uitdrukken.

Hij geeft het toe: ze zijn bij DSM af en toe een stelletje softe idealisten. Als elke uitgegeven euro op korte termijn terugverdiend moest worden, zouden ze niet zoveel tijd, geld en energie steken in innovaties. „We verkopen geen honderd bobsleeën. Dat geld halen we er nooit meer uit. Maar het was het wel waard.”

Tot slot een bekentenis. Het rondje door Londen dat we samen zouden fietsen werd een rondje Holland Heineken Huis. De Engelse hemel werkte namelijk niet mee.

Stomme regen. Daar zouden ze eens iets op moeten vinden.

NRC-sportredacteur Zonneveld fietst dagelijks met (oud-)sporters en prominenten door Londen.