Muiterij maakt plaats voor bezinning

De roeiers van de Holland Acht waren gisteren tevreden met een vijfde plaats. „Het kon bijna niet beter.” Hoe anders was de opgefokte sfeer een paar maanden geleden?

De tevredenheid onder coach en roeiers van de Holland Acht deed gisteren wat onwerkelijk aan. Vijfde worden zonder klagen. Dat klonk als een vals zeemanskoor. Waren dat dezelfde sporters die twee maanden geleden aan het muiten waren geslagen? De revolutie in aanloop naar de Spelen bleef zonder resultaat. En toch roepen dat het goed was gegaan. Een tikje vreemd.

Natuurlijk, het verschil met het brons van Groot-Brittannië was iets meer dan een halve seconde. Peanuts na twee kilometer roeien. Een medaille had binnen bereik gelegen, geen woord aan gelogen. Maar de Nederlandse roeiers waren op het moment suprême in de buitengewoon spannende race simpelweg net niet goed genoeg.

Het op non-actief stellen van de Italiaanse coach Antonio Maurogiovanni, twee maanden voor de Spelen, heeft geen medaille gebracht. En de wisseling van boot, twee weken voor ‘Londen’, heeft daar evenmin aan kunnen bijdragen. De vermeende wonderboot van DSM bleek toch niet zo speciaal te zijn en werd vervangen door een vertrouwde boot van de Duitse fabrikant Empacher – naar verluidt particulier bekostigd.

Maar wat was dan wel de oorzaak van het kleine falen? Coach René Mijnders wees op de baanindeling. De Holland Acht voer aan de zijde waar bij de finishlijn het minst van de tribuneluwte werd geprofiteerd. Van dat voordeel maakte Canada dankbaar gebruik door op de valreep achter Duitsland naar zilver te poefen. Hoewel de interim-coach riep de nederlaag niet aan de ongunstige baan te willen toeschrijven, noemde hij het wel een significant nadeel.

Diederik Simon, de 42-jarige veteraan van de Holland Acht, meende de oorzaak wel te kennen, zonder daarover in detail te willen treden. Uit zijn schimmige analyse viel op te maken dat het de Holland Acht de laatste meters aan de kracht had ontbroken om er een vernietigende eindsprint uit te persen. Een theorie die Mijnders niet tegensprak. „Ik heb ze wel eens beter zien sprinten.”

Maar verder nauwelijks een spoor van zelfkritiek. Simon: „Ik vind dat we goed geroeid hebben.” En Mijnders: „Het kon bijna niet beter.”

De reflectie kwam van buiten. Van de voormalige roeier Henk-Jan Zwolle, lid van de vermaarde Holland Acht die in 1996 bij de Olympische Spelen van Atlanta op dominante wijze goud won. „Deze ploeg moest het hebben van een goede dag. Als je er zo bovenop zit zoals wij indertijd, probeer je een slechte dag te voorkomen. Dat is het verschil tussen favoriet zijn en hopen dat het goed gaat.”

Waarmee Zwolle, die in Eton namens de internationale roeifederatie over een eerlijk verloop van de wedstrijden moet waken, de huidige Holland Acht niet wil afbranden. Daarvoor is het volgens hem een boot met een lonkend olympisch perspectief. „Maar wij waren vier jaar bezig met de Spelen en werkten volgens een strakke structuur. Daarvoor is een visie van de roeibond nodig. Maar vooral de inbreng van roeiers. Wij bepaalden wat er gebeurde. Al die aspecten mis ik bij deze ploeg.”

Succes is moeilijk te kopiëren, meent Zwolle, die in 1992 bij de Spelen van Barcelona met Nico Rienks al brons in de dubbeltwee had gewonnen. „Daarvoor ben je veel afhankelijk van de kwaliteit van roeiers en coaches. En de ruimte die roeiers krijgen. Twintig jaar geleden hadden we een groep ervaren roeiers, die heel gelukkig met elkaar was. Krijg die maar weer eens bij elkaar.”

Op weg naar de Spelen van Rio de Janeiro moet deze talentvolle ploeg volgens Zwolle in tact worden gehouden. Maar niet met Simon als coach, zoals de roeier zelf suggereerde. Hij bood zichzelf gisteren aan. „Ik zou het graag doen. En ik denk dat ik het goed kan”, zei Simon op een vraag over zijn toekomst. Hoewel hij nog niet denkt aan stoppen ziet de roeier, die met Zwolle in 1996 al deel uitmaakte van de gouden Holland Acht, zich niet terugkeren op de Olympische Spelen. Tenzij de roeibond hem bevordert tot bondscoach. Een mogelijkheid waar Mijnders, die na de Spelen terugkeert in zijn functie als technisch directeur, op voorhand geen nee tegen zegt. „Hij heeft een goed oog voor roeien en gevoel voor wat er in de boot gebeurt.”

Maar Zwolle lijkt het een slecht plan. „Zeker niet de komende vier jaar. Daarvoor moet Diederik eerst afstand nemen van het roeien. Of hij er de capaciteiten voor heeft? Daarover wil ik geen oordeel geven. Roeien is toch iets anders dan coachen.”