Leger belangrijkste wapenleverancier van de rebellen

Syrische rebellen roepen de buitenwereld op hun (zware) wapens te leveren. Ze willen de helikopters van het leger uit de lucht kunnen schieten. Het Westen blijft huiverig voor dergelijke steun.

Acht tanks bemachtigden Syrische rebellen maandag bij een aanval op een legerpost bij Aleppo, althans dat zeiden ze. De Verenigde Naties bevestigden gisteren dat rebellen daar nu inderdaad over tanks beschikken. Maar zelfs als het er acht zijn, en deze intact zijn en als de rebellen in staat zijn ze te gebruiken, dan nog stelde deze aanwinst weinig voor in termen van materiële krachtsverhoudingen.

Het Syrische regeringsleger beschikte voor de opstand 16 maanden geleden begon over ongeveer 5.000 tanks, naast duizenden pantservoertuigen en eveneens duizenden artilleriestukken, hoofdzakelijk geleverd door bondgenoot Rusland. Het Westen is daarentegen nog steeds niet erg geneigd de partij die zij steunen, de rebellen, van wapens te voorzien. Hun successen zijn het product van hun motivatie, steun uit de burgerij en vaak ook het terrein, kleine steegjes in oude steden waar het leger moeilijk kan komen.

Rebellen hebben eerder zoals maandag tanks buitgemaakt, en aanzienlijk meer tanks met raketwerpers en zelfgemaakte bommen opgeblazen. Talrijke tanks rijden op videofilmpjes op YouTube naar hun einde. Volgens het Internationale Instituut voor Strategische Studies in Londen hebben de verliezen echter geen belangrijk gat geslagen in het Syrische arsenaal.

De rebellen hebben de buitenwereld al herhaaldelijk om wapenhulp gevraagd. De leider van de Syrische Nationale Raad (SNC), de grootste overkoepelende oppositiecoalitie, Abdulbaset Sieda, riep „broeders en vrienden” zaterdag nog op tot wapenhulp tegen president Bashsar al- Assads „moordmachine”. „We vechten met primitieve wapens. We willen wapens waarmee we tanks en vliegtuigen kunnen stoppen.” Het regime zet helikopters in; gisteren is voor het eerst ook een aanval door gevechtsvliegtuigen door de Verenigde Naties in Syrië bevestigd.

De oppositie is verdeeld; er zijn ook oppositiegroepen die juist willen dat de internationale gemeenschap alle partijen dwingt met elkaar aan tafel te gaan zitten om over een nieuwe toekomst voor het land te onderhandelen. Zij betogen dat de oorlog alleen maar alles kapot maakt. Maar generaal Mustafa al-Sheikh van het Vrije Syrische Leger was het vorige week voor een keer eens met de Syrische Nationale Raad. Tegen The Daily Beast/Newsweek zei hij dat het Vrije Syrische Leger nog niet sterk genoeg is om Aleppo in te nemen „met name wegens de wapensituatie. Mijn God, we hebben alles nodig! [..] Er is niets. Geen communicatie. Geen wapens. Geen medicijnen.”

Niets is niet helemaal niets.

Zoals ook op YouTube is te zien beschikt de gemiddelde opstandeling over min of meer oude (automatische) geweren, machinegeweren, mitrailleurs en raketwerpers. Het zijn voornamelijk de wapens die ze hebben meegenomen toen ze deserteerden uit het leger of die ze nog thuis hadden liggen. Of die ze plunderen uit wapenopslagplaatsen die ze innemen of buitmaken op gevangen of gedode regeringsmilitairen.

Het regeringsleger is daarmee nog steeds de belangrijkste wapenleverancier van de rebellen. Net zoals generaal Al-Sheikh klagen veel opstandelingen steen en been over de relatief geringe toevoer van nieuwe wapens van buitenaf.

Ruim een jaar geleden begonnen geruchten dat de Arabische Golfstaten Qatar en Saoedi-Arabië de rebellen wapens leverden. Dat hebben beide landen nooit bevestigd. Aangenomen wordt dat ze geld geven waarvan wapens worden aangeschaft die via Turks, Libanees en Jordaans grondgebied worden geleverd.

Vorige week zeiden bronnen in Qatar tegen het persbureau AP dat Turkije nu een geheime basis in Adana heeft opgezet samen met Qatar en Saoedi-Arabië vanwaaruit de drie landen wapen- en andere leveranties aan rebellen coördineren. Of dit waar is, is onduidelijk. Turkije ontkent dat het wapens levert.

Vlakbij Adana ligt de Amerikaanse luchtmachtbasis Incirlik, waar Amerikaanse inlichtingendiensten ook aanwezig zijn. Amerikaanse televisiezenders onthulden gisteren dat president Barack Obama eerder dit jaar een geheime richtlijn heeft ondertekend die hulp van de CIA en andere regeringsinstanties aan rebellen toestaat. Het zou echter nog steeds niet gaan om de levering van wapens.

De Amerikaanse tvzender NBC meldde deze week dat de rebellen voor het eerst een bescheiden zending van de schouder af te schieten luchtdoelraketten hebben gekregen. Om welk type MANPADS (man-portable air-defense systems) het zou gaan en uit welke bron meldde NBC niet.

Westerse landen zijn bijzonder huiverig voor dit soort wapenleveranties. Ze zijn bang dat ze in verkeerde handen terechtkomen.

Er zijn steeds meer bewijzen dat buitenlandse extremisten naar Syrië reizen om hun eigen ideeën van een islamitisch wereldrijk dichterbij te brengen.

Niemand is de door de VS aan het Afghaanse verzet geleverde Stingerraketten vergeten die in de jaren tachtig zoek raakten. De razendsnelle en destabiliserende verspreiding van (zware) wapens over Noord-Afrika na de rebellenoverwinning op het Libische bewind, en de weigering van de rebellen zich na de oorlog te ontwapenen zijn voor het Westen eveneens aansporingen om heel voorzichtig te zijn met wapens.