Kunst in de parkeergarage

Parkeergarage Klieverink in de Amsterdamse Bijlmer is het decor voor een wilde expositie.

De buurt doet zelf ook mee.

Medewerker kunst

Steeds als ik kom aanrijden over de Kromwijkdreef in Amsterdam-Zuidoost en bij het rode stoplicht wacht om de Karspeldreef in te slaan, denk ik niet aan Nederland en niet aan Amsterdam, maar aan de binnenstad van Detroit. De gevels staan er hier bij als een door de zon verbrande buik, de vellen hangen eraan. Rode en witte golfplaten zijn op cruciale plekken verdwenen, beklad of beschadigd. Tussen de golfplaten doemt een groot donker hol.

Dit is Kraaiennest, het reusachtige afgebrokkelde hart van de ‘K-buurt’ in Amsterdam-Zuidoost. Kraaiennest was vroeger winkelcentrum, met een parkeergarage op het dak. Hoogbouwflats eromheen. Een verhoogd busstation en metrolijn voerden bezoekers aan en af. Maar Kraaiennest verpauperde, bendes en junks kregen het voor het zeggen. Al in 1992 stond het winkelcentrum op de lijst om te worden afgebroken. Net als de hoogbouwflats eromheen, het busstation en nog drie andere garages.

Die flats zijn voor het grootste deel gesloopt. Het busplatform is met de grond gelijkgemaakt. Bewoners zijn verhuisd. Afgelopen mei zou dan eindelijk de sloopkogel erin gaan. Maar de sloop is opnieuw verzet, tot augustus. De bewaker van de parkeergarage haalt zijn schouders op. Wanneer ze met Kraaiennest aan de gang gaan? „Uhh, nooit ofzo?”

Die tegenoverliggende parkeergarage heet Klieverink en is nog wel in gebruik. Het kunstenaarsinitiatief Fatform vestigde zich er in mei. Het kreeg ook het aanpalende kantoor – vroeger domicilie van het Leger des Heils en de Arise For Christ Jesus Ministries International.

Volgens projectmedewerker Frank Speerstra verhoogt Fatform het gevoel van veiligheid in de buurt door de reuring die het project veroorzaakt. Het plein tussen Kraaiennest en de metro-ingang is namelijk geen plek waar je ’s avonds graag in je eentje je hond uitlaat. „Met Fatform zijn er altijd wel mensen op het dak, soms wel tot negen uur of later.”

Fatform is een bijzonder kunstenaarsinitiatief. Het is niet alleen een rauwe tentoonstellingsruimte, maar ook een vrijstaat van ecobewuste radicalen, een club van utopische piraten die zich met hun eigen ‘temporary autonomous zone’ tussen het beton van de Bijlmer hebben genesteld. De organisatoren wonen in de Bijlmer en betrekken de buurt in alles wat ze doen. Of het nu hiphopklassen zijn, tentoonstellingen met postpunk-dj’s en feesten in de buurt, de aanleg van moestuinen op het dak van de parkeergarages, demonstraties van de plaatselijke taekwondoschool of kookclubs. „Je kunt hier niet even een concertje geven en dan weer weggaan”, zegt Fatform-oprichtster Daniela Bershan (32) gedecideerd. „Dat pikken de mensen niet. Dan komen ze niet.”

Een toverwoord dat veel bij Fatform valt is ‘energie’. Zonder positieve energie van iedereen die vrijwillig de armen uit de mouwen steekt, zou de motor van Fatform niet kunnen draaien.

Op dit ogenblik werkt die motor in Fatform op volle toeren. Het grootste evenement dat het initiatief ooit heeft gerealiseerd – met een budget van 60.000 euro – is zaterdag in parkeergarage Klieverink geopend. In de winter vroeg Bershan aan Ad de Jong en Manuel Klappe – in 2010 de drijvende krachten achter de succesvolle beeldhouwkunsttentoonstelling Beeld Hal Werk in Amsterdam-Noord – om samen iets gelijksoortigs maar dan anders te maken. Bas Oudt sprong in voor het ontwerp. In de korte tijd van drie maanden is het resultaat daar: de tentoonstelling Present Forever die de hele zomer te zien zal zijn.

Present Forever is een ‘wilde expositie’, zoals De Jong het noemt, van 55 beeldhouwers, schilders en tekenaars die volgens hem te weinig in Nederland worden getoond. Er zijn bekende namen, zoals Krijn de Koning, Natasja Kensmil en Job Koelewijn, maar ook veel jonge, aanstormende kunstenaars die zijn uitgedaagd om in deze atypische tentoonstellingsarchitectuur groots uit te halen.

Maze de Boer heeft een deel van de verlopen garage totaal in oude eer hersteld – plafonds geverfd, ramen gelapt, vloeren geschrobd, markeringen terug aangebracht. De fragiele, Japanse kunstenaar Sachi Miyachi heeft dag en nacht getimmerd aan een golfcourse van hout die tegen het dak van de garage lijkt te zijn aangeplakt. Je kunt in het vurenhouten bouwwerk klimmen en zelf een bal slaan.

Izaak Zwartjes heeft een soort molshoop van hout en met mest ingesmeerd karton tegen het plafond aan gekit, waar hij zijn slaapzak heeft uitgerold en woont alsof hij de laatste overlevende is van een wereld die staat te vergaan. En Lotte Geeven kan best een paar handen gebruiken bij het naar boven duwen van haar werk: een oude Jaguar Sovereign, waar ze het motorblok uit heeft gesloopt. De Jaguar moet gekanteld op zijn kop, de wielen moeten er dan ‘even’ af, anders kan de auto de draai onder het plafond niet maken, en dan er weer op. Op zijn kop, wielen er weer op, met de koplampen groot aan, draait de Jaguar bij de opening van Present Forever rond en verbeeldt geslaagd de schoonheid van iets wat niet langer werkt op de manier waarvoor het ooit bedoeld was.

Verspreid over drie niveaus van de parkeergarage zijn installaties ingericht, tempels van tieten gebouwd, triomfbogen aangelegd, vloerschilderingen gemaakt, een boekhandel, zeefdrukwerkplaats, een bar en restaurantje opgetrokken. Bezoekers worden midden op het tweede niveau van de parkeergarage gekatapulteerd en kunnen dan zelf hun weg zoeken, omhoog, omlaag en weer omhoog. Organisator Manuel Klappe wil dat de bezoeker in „een ontploffing terechtkomt die hijzelf veroorzaakt”. Er is geen routing, geen tekstborden – helemaal niks, alleen namen van makers en kunstwerken die de bezoeker zelf tot leven moet wekken. Iedere plek in de garage biedt steeds weer een nieuw vergezicht, een nieuwe mogelijkheid voor een andere weg. Zolang je maar blijft in het hier en nu – in de garage, bij de tentoongestelde kunst, steeds weer opnieuw.

„Niets hier in de garage zegt dat je het gebouw mooi moet vinden”, zegt De Jong. „De parkeergarage staat op de onderste sport van de ladder van architectuur. Heel anders dan het nieuwe Stedelijk Museum, dat aan alle kanten uitstraalt: ‘Bezoeker – jij komt op de laatste plaats. Ik, het gebouw, op de eerste. Jij moet mij mooi vinden.’ Hier kan de bezoeker zich totaal concentreren op de absolute waarden van het kunstwerk. Je kijkt ernaar en dat is het. Er worden geen verbanden gelegd. Die leg je zelf. We willen niet die lineaire onzin: na Cézanne krijg je dit, dan krijg je dat, en vervolgens weer dat. Dat kan gewoon niet. Alles is tegelijkertijd.”

In garage Klieverink is geen videokunst, geen fotografie, want „die registreert, regisseert, haalt je uit de plek waar je bent”. Ook is er geen conceptuele kunst. „Conceptuele kunst legt altijd een relatie met de omgeving”, zegt Bershan. „De kunst die we hier tonen is niet aan tijd en plaats gebonden. Alle kunst hier is zintuiglijk, vitaal, komt van binnen naar buiten. Iedere mens ontdekt de wereld via zijn zintuigen. Veel goede kunst doet dat ook.”

De Jong: „Wij tonen hier ook ons eigen werk. Wij begrijpen wat het is om iets te maken. Curatoren en museumdirecteuren zijn steeds meer een sturende factor geworden in de kunst. Wij willen laten zien hoezeer dat een leugen is. Wij willen kunstenaars zo inspireren dat ze eerst werk máken voordat ze erover gaan praten. We willen dat ze zichzelf overtreffen, dat er werk ontstaat waarvan ze zeggen: ‘Wow, ik wist niet dat ik het in me had.’ We gaan op bezoek in het atelier en zeggen: ‘Dit vinden wij niet oké, maar dat wel. Ga daar eens verder mee aan de slag.’ En wat eruit komt, is van tevoren niet voorspelbaar of zichtbaar. In die onzekerheid, in dat anarchistische zwart, moet je je hak zetten en dan maar zien wat er gebeurt.”

Present Forever. T/m 30 sept in parkeergarage Klieverink, tegenover metrohalte Klieverink in Amsterdam-Zuidoost. Toegang 7,50 euro, zie fatform.com.