Je bent wat je koopt

Om jezelf te vinden hoef je niet meer de natuur in, maar heb je genoeg aan het pandemonium van de grote stad.

Medewerker Boeken

’S lands wijs, ’s lands kruidenier. Wie een stad wil leren kennen, hoeft niet naar grote musea – en ook niet naar de achterbuurten uit een soort politieke correctheid, om thuis te kunnen vertellen dat hij net even anders heeft gekeken dan de gemiddelde toerist. Nee, wie zich voor even inwoner wil wanen van het onbekende, kan het best levensmiddelen gaan halen. Niet voor niets stond de Utrechtse kruidenier De Goey-Koot ooit in de Lonely Planet Nederland.

Zo zijn er in Istanbul uiterst menselijke kruideniers bij het Yogurtçu-park. Ga naar de winkel met een bordje voor het raam ‘Gezocht: verkeersagent voor dit kruispunt’, en je bent er. Niet dat er verder iemand op het bordje afkomt. De winkelier heeft het opgehangen om zo de verwarde gek te helpen die elke dag het verkeer regelt. De man krijgt er niets voor, geen salaris, geen eer, hij heeft er niet eens de opdracht toe. De kruidenier wil iets terugdoen voor deze onbezoldigde daad en biedt de verwarde man een broodje en wat drinken aan. De verkeersregelaar weigert omdat hij niet beloond wil worden met medelijden. Het antwoord van de winkelier is al even onbezoldigd: „Natuurlijk niet, beste jongen. De dienst verkeerspolitie heeft me gezegd dat ik je niets in rekening hoef te brengen. Ze zijn erg over je werk te spreken, van nu af aan schijnen zij voor je middageten te betalen.”

Vanaf dat moment regelt de man het verkeer met nog meer toewijding, hij werkt langer door en neemt enkele andere kruispunten onder zijn hoede. Maar bij gebrek aan een regelaar bij het Yogurtçu-park keert hij elke keer terug, totdat er iemand anders op het bordje zal afkomen. Dankbaar haalt hij elke dag zijn lunch op.

Dit eenvoudige en sympathieke verhaal van de Turkse schrijver Mehmet Zaman Saçlioglu is opgenomen in de bloemlezing Naar de stad, die Sanneke van Hassel en Annelies Verbeke hebben samengesteld. Verhalen die zich afspelen in steden zijn er genoeg, maar wat het mooie aan deze bloemlezing is, is dat Van Hassel en Verbeke niet alleen goede verhalen hebben verzameld, maar daarbij ook rekening hebben gehouden met de geografie. Van Istanbul, tot Kabul, van Harare tot Tokio, Perth en New York: ze staan erin, beschreven door bekende auteurs als Carlos Fuentes, Roberto Bolanño, Haruki Murakami, Etgar Keret en Jhumpa Lahiri. Maar ook van hier onbekende auteurs.

Stedelijk schoon levert vaak sprekender beschrijvingen op dan natuurschoon, blijkt uit deze verhalen. En literaire zoektochten naar de eigen identiteit hebben niet meer alleen plaats in onherbergzame landschappen, maar evengoed in de stad – logisch ook: meer dan de helft van de wereldbevolking leeft in steden. In die steden biedt de kruidenier een microkosmos van de stad en haar identiteit. Men is immers wat men eet, ergo, je bent wat je koopt. Dus dat is vast de reden dat er veel winkeliers voorkomen in deze bloemlezing.

Zo wil de professor in een verhaal van Olga Tokarczuk in Warschau een levende vis kopen, domweg om bij de groep kopers te horen die in de rij staan. De vis wordt gewogen, waarna die met een wel gemikte klap op de kop het loodje legt. Doordat de professor al dagen verdwaald is tussen de grijze flatblokken waar ook nog eens om de zoveel meter militaire tanks staan, wil hij maar één ding: menselijk contact. En die vindt hij na enkele hongerige dagen bij een kruidenier. Alleen keert hij zonder vis naar huis, maar ziet in de schappen wel potjes mosterd en flessen met een heldere vloeistof. Hij koopt een fles om ervan te genieten zodra hij zijn flat heeft gevonden. Anders dan gedacht blijkt de inhoud geen wodka, maar azijn.

Het zijn de ongemakken die we met Oost-Europa associëren en ook in het verhaal over Moskou lezen we over lange rijen en agressie. In een van de kortste verhalen uit de hele bloemlezing gaat het over een vroege morgen en wat er dan gebeurt in de stad. De zon komt een minuut eerder op dan de dag ervoor, rijen vormen zich voor de winkel en goederen worden binnengedragen. Een invalide slaat een verkoopster met zijn krukken in elkaar. De militie wordt erbij geroepen, waarna de invalide zich uit de voeten weet te maken.

Dat soort problemen zijn er niet in het verhaal van Ali Smith. In Londen zijn de winkels zelfs ’s nachts open en is er alles te krijgen. De mensen kopen op dat tijdstip graag eerste levensbehoeften als pleisters, jus d’orange, kindersokken en Franse crackers. Er staan zelfs mensen te dansen bij het inruimen van de schappen en het sorteren van ochtendkranten.

Nog decadenter wordt het in het Zimbabwaanse Harare, mits je in de Gouden Driehoek, de luxe wijk, woont. In Harare zelf is er weinig te halen voor de hoofdpersoon in het verhaal van Petina Gappah: ‘Je koopt je melk en brood bij Honeydew. Elke maand koop je drie felgekleurde manden in de supermarkt, manden waarvan de inhoud nauwkeurig is afgestemd op de basisbehoeften van je dienstmeisje, je tuinman en je bewaker. Perfection-zeep en grof gemalen maïsmeel, spijsolie en bonen, cornedbeef, gemalen stukken koe, stukken waarover je niet na wilt denken, gedroogde matemba-vis, die vooral naar graten en hersenen smaakt, Lifebuoy-zeep. In de winkels is niets te vinden voor jou. Als jij wilt winkelen, begint dat met een vlucht naar Johannesburg’.

En zo leer je niet alleen de steden kennen, maar ook jezelf. Koop je azijn uit wanhoop of vlieg je met de jetset even op en neer naar de betere zaken? Of ben je zo iemand die een onbeheersbare drang heeft om ’s nachts kindersokken te kopen?

Hoe dan ook: duidelijk wordt dat we onszelf het beste vinden in de stad. Dit is onze nieuwe natuurlijke omgeving, veel natuurlijker dan een stilteheuvel of rood zand. Wie de stadsverhalen leest in deze mooie bloemlezing, vindt in elk daarvan een ongemak met het leven terug – niet alleen bij de kruidenier, of bij beddenzaken, antiquariaten en suikerrietsnijders in Kabul, maar ook in die over een noodlanding in München door Serviër David Albahari, de illegale vluchteling in Parijs (Alain Mabanckou), de Indiase immigrant in Boston bij Jumpha Lahiri of de soldaat in Grozny bij de Russische schrijver Arkadi Babtsjenko. Thuis voelen is bij allen lastig in dit nieuwe landschap.

Je begrijpt nu ook de mens die een natuurvakantie heeft gepland beter: die is op zoek naar de veiligheid van vroeger. Maar als je jezelf wilt leren kennen, boek dan een stedentrip.

Sanneke van Hassel en Annelies Verbeke (samenstelling): Naar de stad. De Geus, 480 blz. € 39,90