'Een moedige club, tegen de klippen op'

Het Toneel Speelt brengt al 17 jaar klassiek en eigentijds Nederlandstalig repertoire. Het krijgt geen geld meer van het Fonds Podiumkunsten.

Cloaca was de grootste hit. Dat stuk dat Maria Goos in 2002 schreef voor Het Toneel Speelt veroorzaakte een „stormloop op theaters”, schreef deze krant: 54.000 kaartjes werden verkocht – voor toneel een ongekend hoog aantal.

Maar dat was tien jaar geleden. Nu leest directeur Ronald Klamer van Het Toneel speelt thuis in bed – hij is herstellende van een rugoperatie – hoe het Fonds Podiumkunsten oordeelt over zijn subsidieaanvraag. „De producties [zijn] niet bijzonder of verrassend.” Ze missen een „eigen interpretatie” en een „actuele relevantie”. „Een ongevraagde, vernederende recensie”, aldus Klamer. „Het is zeer pijnlijk om zo door vakgenoten in de rug te worden geschoten.”

Klamer vroeg voor 2013 en 2014 twee keer 900.000 euro aan, en krijgt niks. De organisatie kan door tot juli 2013, zegt hij. Als hij het niet redt met de hulp van sponsors en particuliere financiers, houdt Het Toneel Speelt daarna op. „Je hebt waardering nodig als maker. Die kwam artistiek al jaren niet van de overheid. We hebben een enthousiast en redelijk groot publiek en hopelijk wil een aantal mensen een keertje extra in de buidel tasten. Anders is het over.”

Klamer richtte met acteur/regisseur Hans Croiset in 1996 Het Toneel Speelt op. Het gezelschap begon zonder subsidie en met een expliciete, onderscheidende taak: het spelen van eigentijds en klassiek Nederlandstalig toneelrepertoire. HTS speelde teksten van Vondel, Herman Heijermans, en Constantijn Huygens en eigentijdse Nederlandstalige (toneel)schrijvers als Willem Jan Otten, Benno Barnard en Hugo Claus. Sinds 2004 doet Klamer het alleen, met een vaste kern van freelance regisseurs en acteurs als Jaap Spijkers, Mark Rietman, Carine Crutzen, Daan Schuurmans en Bracha van Doesburg.

HTS poogde intensief om prozaschrijvers tot toneelstukken te verleiden. In 2004 vroeg Klamer 15 auteurs stukken te schrijven, onder wie de dichters Tonnus Oosterhoff en K. Michel, kinderboekenschrijver Daan Remmerts de Vries, journaliste Joyce Roodnat en columnist Bas Heijne. Het was de eerste keer dat een gezelschap op zo’n grote schaal schrijfopdrachten uitdeelde. Maar het leidde maar tot twee voorstellingen: Van Gogh van Heijne, dat sterk werd bekritiseerd door de pers, en Expats van toneelschrijver/cabaretier Peter van de Witte, dat ook slechte kritieken kreeg maar wel een publiekssucces werd. Ook Maria Goos boekte meer triomfen, met Familie (2000) en het vierluik De geschiedenis van de familie Avenier (2004-2008). Dit seizoen breidde HTS voor het eerst de eigen opdracht uit: eind deze maand gaat van het gezelschap Shakespeares King Lear in première.

Maria Goos: „Het pad dat Ronald koos was noodgedwongen niet ideaal. Om prozaschrijvers tot geslaagde toneelstukken voor de grote zaal te brengen, dat is een heel traject. Daar is tijd voor nodig en geld. En geld heeft Ronald altijd te weinig gehad. Maar ik heb veel bewondering voor zijn wil en inzet. Het is van de gekke dat hier niemand zich verder bekommert om het ontwikkelen van nieuw Nederlandstalig toneelrepertoire voor de grote zaal. Als je dat in Engeland vertelt, lachen ze je uit.”

„Ronald houdt de verbinding intact tussen de toneelkunst en de letteren”, zegt Maarten Asscher, directeur van boekhandel Atheneum, die een tijdlang voorzitter was van het bestuur van HTS. „Want toneel is niet alleen een podiumkunst, maar ook een literaire kunst. Als hij ophoudt, kan geen enkel ander Nederlands gezelschap dat gat vullen.”

Het publiek heeft HTS altijd goed kunnen vinden, maar de kritiek oordeelde verdeeld. De poging dit jaar van HTS om de Gijsbrecht-traditie in de Amsterdamse Stadsschouwburg te herstellen, werd gemengd onthaald. Lof is er meestal voor het spel, minder waardering voor de nadruk op de taal en het ontbreken van een heldere regieopvatting. Klamer: „Maar dat is juist onze artistieke keuze! Wij richten ons op het literaire aspect van toneel. Ook als onderzoek: wat is die Gijsbrecht voor stuk, waarom was dat eeuwenlang zo geliefd? Het is een raar toneelstuk, en natuurlijk hebben we gevloekt bij de repetities. Maar het is wel gelukt, en het was 32 keer uitverkocht.”

Klamer vindt het ergens wel stoer om zonder subsidie door te gaan, zegt hij. „Zo zijn we ook begonnen. Het is leuk om met mogelijke financiers in de weer te zijn. Ik denk dat het eervol is voor een bedrijf of vermogende particulieren om een gezelschap echt te kunnen redden, in plaats van alleen maar een gat te dichten in de begroting. En eerlijk gezegd voel ik me bevrijd dat ik me nu niet meer door vakgenoten de maat hoef te laten nemen.”

Maar verdriet en bezorgdheid bij collega’s is er ook. Maria Goos: „Het was zo’n moedig clubje tegen de klippen op.” En Gijs Scholten van Aschat (Cloaca) sms’t vanaf zijn vakantieadres: „Arm toneelspeelt”.

Van Het Toneel Speelt gaat 23/8 King Lear in première.