De nieuwe bazin van Het Muziektheater

Kunsthistorica Els van der Plas is sinds deze week de nieuwe algemeen directeur van Het Muziektheater. Profiel van een „briljante netwerker”.

Een knielange, opvallend hippe tijgerjas draagt ze. Het lijkt een triviaal detail, maar de tribale jas zegt iets over Els van der Plas (52), de nieuwe directeur van het Amsterdamse Muziektheater en daarmee opeens een van de belangrijkste personen in het Nederlandse culturele leven.

Bijvoorbeeld: dat Van der Plas houdt van design. Ze was de afgelopen anderhalf jaar directeur van Premsela, het Nederlands Instituut voor design en mode. En ook: dat ze houdt van exotisch. Weer raak. Van der Plas was tussen 1988 en 1997 directeur van de door haar zelf opgerichte Gate Foundation, die meer aandacht wilde voor nieuwe, niet-westerse kunst. Tussen de Gate Foundation en Premsela was Van der Plas directeur van het Prins Claus Fonds, dat ze vanaf de oprichting opbouwde tot een florerende instelling op het gebied van culturele ontwikkelingssamenwerking.

So far, so good. Maar toen werd Van der Plas dit voorjaar gebeld door een headhunter. Of ze interesse had in de functie van algemeen directeur van Het Muziektheater. Ze was aangenaam verrast, zegt ze. Els wie?, was de reactie die zoemde door het Amsterdamse muziekleven. En: die krijgt het zwaar. Want Van der Plas krijgt bij Het Muziektheater opnieuw een functie die niemand voor haar had. In klassieke muziek en dans is ze weinig ervaren. En dan treedt ze ook nog aan in een tijd van subsidieschaarste.

Nog vijf maanden heeft ze, om zich in relatief rustig vaarwater te oriënteren. Maar op 1 januari 2013 is de fusie van Het Muziektheater, De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet na 25 jaar onder één dak naar elkaar toegroeien een feit. Eén cultureel boegbeeld omwille van meer wendbaarheid en organisatorische helderheid. Maar ook: omdat één instelling slagvaardiger is in de werving van sponsoren.

Het Nationale Ballet en De Nederlandse Opera zijn als topinstellingen door staatssecretaris Zijlstra gespaard; DNO behoudt 24 van de huidige 25,7 miljoen, HNB krimpt met 5 procent naar 6,3 miljoen rijksgeld en krijgt 10 procent minder van de stad (van 4,76 naar bijna 4,29 miljoen euro). Het Muziektheater gaat van 8 naar 7 miljoen.

De nieuwe instelling komt, kortom, meteen onder financiële druk te staan. „Hét huis voor excellente opera en ballet in Nederland is een interessanter portfolio voor sponsoren dan drie losse brokjes”, werd gesteld bij de bekendmaking van de fusie eerder dit jaar. Of het goed gaat? Truze Lodder, zakelijk directeur van De Nederlandse Opera en het Muziektheater: „Succes schuilt uiteindelijk niet in de structuren maar in mensen. Veel zal afhangen van de nieuwe algemeen directeur.”

Sterke persoonlijkheden

Els van der Plas is sinds gisteren het hoofd van een driekoppige directie, met Pierre Audi (in dienst sinds 1987) als operadirecteur en Ted Brandsen (sinds 2004) als balletdirecteur. Twee ervaren, toonaangevende artistieke zwaargewichten. „Mijn voornaamste twijfel schuilde niet daarin, ik ben niet bang voor persoonlijkheden. Maar ik was wel bezorgd over de grootte van de nieuwe organisatie”, zegt Van der Plas. „Het zijn instellingen van internationaal niveau. Maar wat worden die straks in één mammoetorganisatie? Het wordt een enorme uitdaging. Maar dat triggerde me ook.”

En dus zei ze ja. Tot verbazing van haar collega’s bij Premsela, waar ze koud een jaar in dienst was en waar ze drie maanden na haar aantreden te horen kreeg dat het instituut moest fuseren met het NAi en het Virtueel Platform. „Dat was lastig”, zegt ze. „Het NAi is een gebouw met een collectie, Premsela een flexibele organisatie gericht op de sector. En alle drie de organisaties hebben een verschillende grootte. Premsela moest vooral niet opgegeten worden in de fusie; aan mij de taak ervoor te zorgen dat mode en design een stevige bedding zouden vinden in de nieuwe organisatie. Maar ik heb het gevoel dat ik het goed heb achtergelaten.”

Johan Kleyn, als advocaat gespecialiseerd in fusies en voorzitter van de raad van toezicht van het Premsela Instituut, noemt het vertrek van Van der Plas „te billijken”. „Els heeft er als een uitstekende people manager voor gezorgd dat de fusie in goede banen is geleid. Ze heeft het verlies genomen en de uitdaging opgepakt.”

Ze is een gepassioneerde, open teamspeler, zegt Tim Vermeulen, manager internationalisering bij het Premsela. „Design is een breed begrip. Grafische vormgeving, mode, productdesign, industrieel design, – het zijn allemaal eilandjes met het gevaar in zichzelf gekeerd te raken. Els was in geen van die deeldisciplines zelf specialist, maar ze wist snel op de hoogte te raken door de juiste mensen om meningen te vragen. ‘Splendid isolation’ tussen verschillende sectoren is ook niks voor haar; zij is van de helikoptervisie. Komt alles aan bod? Betrekken we iedereen? Dat was voor ons heel goed.”

Perfectionistisch? Vermeulen aarzelt. „Ja. Maar ook pragmatisch. Ze luistert naar iedereen, op alle niveaus. Je mag haar bekritiseren en ze is bereid van standpunt te veranderen wanneer je haar overtuigt. Maar ze wil wel overal bij betrokken worden. Ze kan geërgerd raken als iemand haar passeert.”

Ondanks haar snelle vertrek bij Premsela is Van der Plas geen jobhopper. Ze was 37 toen ze in 1997 de eerste directeur werd van het Prins Claus Fonds, opgericht ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van prins Claus om culturele samenwerking tussen het Westen en ontwikkelingslanden te bevorderen. Ze werkte er veertien jaar en „moest vijftig worden om tot de conclusie te komen: als ik ooit nog iets anders wil, dan nu.”

„Het Prins Claus Fonds is heel koninklijk, Els het verfrissende tegendeel daarvan”, zegt antropoloog Peter Geschiere, voorzitter van de Prins Claus Prijzencommissie en bestuurslid aldaar. „Els heeft de gave mensen heel direct en persoonlijk te benaderen. Ook kunstenaars, en dat zijn toch niet de makkelijksten. Maar ze is geen doetje. Als iets niet gaat zoals ze wil, kan ze heel aanwezig zijn.”

Medebestuurslid Emile Fallaux: „Els is wars van poeha in haar stijl van werken. Ze heeft ook een enorm internationaal netwerk van kunstenaars en intellectuelen, vooral in de tegendraadse kringen.”

Een briljant netwerker, beaamt ook Geschiere. „En: inhoudelijk overtuigend.” Beide zullen haar nog van pas komen, vermoedt hij. „Want wat is fondsenwerven in essentie anders dan mensen overtuigen met een inhoudelijk verhaal?”

Zelf is Van der Plas vooral trots op het Cultureel Noodfonds dat ze bij het Prins Claus Fonds wist op te zetten: in crisis- en oorlogssituaties gaat de meeste aandacht uit naar menselijk leed. „Niemand heeft dan aandacht voor die instortende moskee of bibliotheek.” Daar springt het Noodfonds nu in, totdat Unesco het overneemt.

„Zo’n oplossing is typisch Els”, vindt Lilet Breddels, uitgever van het architectenblad Volume en vriendin uit de tijd dat ze samen kunstgeschiedenis studeerden in Utrecht. „Ze is een echte wereldverbeteraar. Richtte als student al een organisatie op die bejaarden hielp. En ze reisde vroeger veel. Nog steeds gaan onze gesprekken over wat er allemaal anders zou kunnen en moeten in de wereld.”

Van der Plas combineerde haar studie met een lidmaatschap van Unitas, de faculteitsraad, hockey en bijvakken esthetica, filosofie en muziekwetenschap (ze wijdde een scriptie aan John Cage). Ze bezocht ook concerten met eigentijdse muziek: een belangstelling die door haar moeder al jong was aangewakkerd. En als bijbaantje maakte ze schoon: goede verdiensten op eigen voorwaarden.

Haar eerste ‘echte’ baan, archivaris bij het Rijksmuseum van Volkenkunde, bestond eruit dat ze op zolder schenkingen moest inventariseren. Het viel haar op hoe onzichtbaar niet-westerse actuele kunst hier was. Geholpen door Ken Vos, curator Japan en Korea, zette ze de Gate Foundation op. „De meeste kunsthistorici waren zeer westers georiënteerd destijds”, vindt ze. „Het was leuk dat open te breken en kunst te tonen die hier nauwelijks eerder te zien was.” Na tien jaar vertrok ze, de organisatie bleef nog tien jaar bestaan – tot andere organisaties de taak hadden overgenomen. Archief en bibliotheek gingen over naar het Van Abbemuseum.

Kunst en cijfers

De keuze zelf een baan te creëren was ook praktisch, erkent Van der Plas. De arbeidsmarkt voor kunsthistorici was begin jaren tachtig beroerd. Voor het geld werkte ze bij platenwinkel Boudisque, als boekhoudster. „Ik ben een alfa, maar ik snap cijfers. Dat was nog vaak een handige skill. Kunst gaat niet over cijfers, maar de cijfers moeten wel kloppen wil je kunnen laten zien of bereiken waar je in gelooft.”

Dat statement zal op goedkeuring kunnen rekenen van Truze Lodder, de op 1 oktober pensionerende zakelijk directeur van De Nederlandse Opera en Het Muziektheater. Lodder was een kwart eeuw lang de praktische kracht achter het succes van DNO, én achter de fusie van DNO, HNB en Het Muziektheater. En toch wist ze bij haar aantreden ‘niks’ van opera. Ook Van der Plas’ deskundigheid verdient verbetering, erkent zij zelf, al produceerde ze voor het Prins Claus Fonds tussen 2005 en 2007 wel Bintou Were – een opera door componisten en artiesten uit de Sahel. Ervaring als operaproducent had ze niet, maar de opera werd een groot succes.

Verrassend? Niet echt. Van der Plas had de allerbeste adviseurs aan het project weten te binden: Pierre Audi en Truze Lodder.