De kapitein: ik wil dit eigenlijk niet

Mensen hebben geen idee wat er op zee gebeurt, zegt een kapitein. „Ik overtreed willens en wetens de wet.”

De kapitein is verantwoordelijk. Het staat zwart op wit in het contract tussen de reder en het particuliere beveiligingsbedrijf. „Ik wil die verantwoordelijkheid helemaal niet. Daar kies je voor als je bij het leger of de marine gaat, ik heb ervoor gekozen om een schip van A naar B te varen. Maar het is de kapitein die moet beslissen als er een dreiging is: schiet maar op die Somaliërs. Terwijl het wettelijke kader daarvoor ontbreekt.”

Maar hij neemt de last toch op zich, want hij is dol op zijn vak. „En ik ga voor geen goud naar piratengebied zónder gewapende beveiligers.”

Hij mag van zijn baas niet praten over wat er op zee gebeurt. Over de gewapende groepen die in de Golf van Aden, de Arabische Zee en een deel van de Indische Oceaan aan boord zijn om het schipte beschermen. Hij mag ze van de regering niet aan boord hebben. „Wat ik doe is hartstikke strafbaar. Ik overtreed willens en wetens de wet”, zegt de kapitein. Hij wil niet met zijn naam in de krant.

Hoe zijn baas aan de gewapende beveiligers komt, weet de kapitein niet. „De ene keer hebben we Australiërs en Nieuw-Zeelanders van een bedrijf uit Singapore, aangevuld met leden van de kustwacht van Jemen die een beetje bijklussen. Die worden ook doodleuk met een marineschip aan boord gebracht. De andere keer zijn de teamleiders Nederlandse ex-mariniers die voor een Israëlisch bedrijf werken, met een paar Letse of Litouwse commando’s. Die stappen dan op Kreta op. Door het Suezkanaal mag je geen wapens vervoeren, maar voor een paar sloffen sigaretten kijkt de douane de andere kant op”, vertelt hij. „Die jongens zijn trouwens in Oman van boord gegaan. Medewerkers van een bedrijf uit Israël die met hun wapens aan wal gaan in een Arabisch land.” In het contract staat precies wat ze meenemen: „8× AK47 automatische geweren (kalasjnikov) en 2× PKM machinegeweren.” Soms moeten de beveiligers van boord in een land dat hun wapens niet toelaat, Zuid-Afrika bijvoorbeeld. „Dan flikkeren ze die gewoon over boord, ze zijn niet duur.”

Het klinkt bizar, dat weet de kapitein ook. Mensen hebben geen idee wat er op zee gebeurt. „Zolang de gegijzelden Filippijns zijn en de doden Oekraïens, is het ver van ieders bed. Maar wereldwijd gaat het om duizenden mensen die getroffen worden.”

Het is hem gelukkig nog niet overkomen dat zijn schip werd aangevallen en de beveiligers schietend moesten optreden.

„Die mariniers van Defensie zouden een uitstekende oplossing zijn, maar ze zijn te duur en het kost zeker een maand om er een aan te vragen. Ik begrijp best dat de overheid mij niet overal ter wereld kan beschermen, maar met de huidige wetgeving maken ze me het werk onmogelijk. Dus ben ik bereid tegen die wet te handelen, omdat ik het er niet mee eens ben.”