Column

Aanslag op vermogen met drie hoofdletters

Stelt u zich eens voor: u bent de financieel directeur van Philips. Dagelijks komen rekeningen binnen van leveranciers voor materaal, schoonmaakwerk, noem maar op. Elke maand moet u lonen betalen. Maar er zijn ook minder reguliere uitgaven, zoals winstbelastingen, pensioenkosten van uw 121.801 medewerkers en de rente op bankleningen en obligaties.

We doen een kleine quiz, altijd leuk. Waaraan heeft u het eerste halfjaar het meeste uitgegeven? Rente, winstbelasting of pensioen?

De antwoorden zijn:

Rente – 108 miljoen euro.

Winstbelasting – 183 miljoen.

Pensioenkosten – 341 miljoen.

Uw uitdaging: temper die pensioen- en vergrijzingskosten. De kasuitgaven hierboven voor pensioenen wijken uiteraard af van de kosten die Philips boekt in zijn formele kwartaal- en jaarverslagen. Wat we hierboven deden was simpel ‘kas in, kas uit’ boekhouden. De internationale boekhoudregels zijn iets omslachtiger. Philips, dat een reputatie heeft in financiële openheid, geeft de contante uitgaven als extraatje in zijn laatste halfjaarbericht.

De internationale boekhoudregels zijn lastig in het gebruik, maar binnen die regels hebben de voorschriften voor de pensioenenkosten echt een gebruiksaanwijzing nodig. De pensioenregels staan onder accountants en financieel directeuren bekend als IAS 19. IAS is de afkorting van International Accounting Standards. Het cijfer 19 is het nummer van het desbetreffende voorschrift.

Grote ondernemingen hoeven niet hun werkelijk kasuitgaven voor pensioenen te gebruiken bij het uitrekenen van deze kostenpost. Zij mogen het verwachte rendement op de beleggingen van hun pensioenfonds bijvoorbeeld meetellen, ook als die rendementen uitblijven. En zij mogen tegenvallers bij hun pensioenbeleggingen, na een beurskrach bijvoorbeeld, voor zich uitschuiven en over tien jaar uitsmeren.

Tot eind dit jaar. Met ingang van 2013 wordt dat uitsmeren verboden en wordt het rendementsvoorschrift aangescherpt. En dat gaat diverse grote Nederlandse ondernemingen serieus geld kosten. Zij worden dubbel gepakt. De eerste keer omdat het in Nederland verplicht is om voor pensioen te spáren. De tweede keer omdat het vergrijsde personeelbestand ervoor zorgt dat zij tientallen miljarden opzij hebben gezet die dankzij meer of minder kundig beleggen verder zijn opgeblazen.

Bedrijven moeten hun beleggers nu al informeren over de consequenties van de wijziging van IAS 19, ook al wordt de wijziging zelf pas volgend jaar van kracht. Maar ja, wie let daar nu al op?

Philips houdt in zijn recente halfjaarbericht vast aan eerdere ramingen dat er geen invloed op het vermogen is, maar dat de winst voor belastingen 350 miljoen euro daalt. In 2011 maakte Philips een brutoverlies van 509 miljoen euro.

Anderen zijn nog duurder uit.

KPN kost het met de kennis van nu 220 miljoen euro winst plus 880 miljoen euro eigen vermogen. Dat laatste is 30 procent van het bedrag dat eind 2011 in de boeken stond. In het meest recente referentiedocument van Air France-KLM kun je lezen dat de nieuwe IAS 19 het eigen vermogen met 1,3 miljard euro reduceert, dat is 21 procent van wat er eind 2011 was.

Volgende week rapporteert PostNL. In het eerste kwartaal bleek dat de vernieuwde IAS 19 met een pennestreek het hele vermogen van een miljard euro wegvaagt.

De aanslag van de nieuwe IAS-regels op de ondernemingsvermogens kan tot een lagere kredietstatus leiden. Het zal tevens de verschuiving versnellen in de verdeling van verantwoordelijkheid én financiële bijdrages aan pensioenen. Werkgevers zullen zich in hoog tempo terugtrekken. Werknemers staan er alleen voor.