Zanger van andermans hits

Morgen gaat Cloclo in première, een film over het leven van Claude François. Van wie? Van de man aan wie Frank Sinatra zijn wereldhit My Way te danken had.

Zoals het in de film gaat, zo ongeveer zal het ook in werkelijkheid zijn gegaan. Of de scène zich ook echt aan het zwembad van zijn landgoed Le Moulin afspeelde, is niet bekend. Maar wat in elk geval wel klopt, is dat het Franse popidool Claude François anno 1967 wel eens een nummer wilde zingen over een man die in die dagen, het vertrek van een geliefde betreurde – net als hijzelf. En wat eveneens vaststaat, is dat zijn vriend, de componist Jacques Revauz, hem een cassettebandje liet horen met een rudimentair melodietje, monotoon maar juist daardoor onontkoombaar. De zanger begon, samen met tekstdichter Gilles Thibaut, een tekst te improviseren met telkens de woorden Comme d’habitude, over de dagelijkse rituelen in een relatie waaruit alle leven allang is weggesijpeld.

Comme d’habitude werd, in de smartelijke versie van Claude François, een hit in Frankrijk. Maar daarbuiten, in de rest van de wereld, werd het nummer nog vele malen beroemder. Iedereen kent het, maar dan als My way.

Zelf werd Claude François lang zo beroemd niet. Hij was een Franse hartendief, de eeuwige rivaal van Johnny Hallyday. En geen van tweeën heeft buitenslands ooit veel betekend. Vaak zongen ze Engelse en Amerikaanse nummers met Franse teksten, François nog vaker dan Hallyday. Zijn eerste hit, in 1962, was Belle belle belle, naar de song Made to love (Girls girls girls), een b-kantje van de Everly Brothers. Een jaar later volgde Si j’avais un marteau oftewel de Trini Lopez-hit If I had a hammer. En zo ging het door, van Laisse-moi tenir ta main (I want to hold your hand) tot J’attendrai (Reach out, I’ll be there).

Het heeft iets potsierlijks voor ieder ander dan de geboren Fransman, net als een in het Frans nagesynchroniseerde Hollywood-film. Maar bedenk eens hoeveel Engelse en Franse nummers ooit in het Nederlands werden vertaald. Sterker nog: het grote Willy Alberti-succes De glimlach van een kind heette oorspronkelijk Toi, tu voudrais – ook een nummer van Claude François.

Hoe immens geliefd hij in zijn eigen land was, bleek eens te meer toen de zanger in 1978 in het bad probeerde een flikkerend lampje vast te draaien, en zichzelf elektrocuteerde. Hij was nog maar 39 toen hij stierf. Duizenden verzamelden zich voor zijn begrafenis. De toenmalige president Valéry Giscard d’Estaing omschreef hem, ietwat buitensporig, als „het Franse equivalent van de Beatles”. Enkele jaren geleden werd een nog naamloos pleintje aan de Boulevard Exelmans in Parijs, in het zestiende arrondissement, omgedoopt tot Place Claude-François.

Geen wonder dat Cloclo, de aan de vedette gewijde biofilm, dit voorjaar in Frankrijk een succès fou was, die in de premièreweek ruim een miljoen bezoekers trok. De film vertelt niet hoe Comme d’habitude veranderde in My way. Dat ging via de Canadese zanger en songschrijver Paul Anka, die het nummer op de Franse televisie zag tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk. Anka kocht de rechten, zonder er onmiddellijk iets mee te willen doen. „Ik vond het een slechte plaat, maar ik had het gevoel dat er wel iets in zat”, vertelde hij in de Daily Telegraph.

Vervolgens, in 1968, verbleef hij in Las Vegas, en trof zijn vrienden en grote helden Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis jr. „Ik ga stoppen met zingen, ik heb er genoeg van”, zei Sinatra bij die gelegenheid. Anka protesteerde, zoals elke fan zou hebben gedaan. „Behalve als je een hit voor me kunt schrijven”, was Sinatra’s reactie. Anka dacht aan de Franse melodie. Hij haalde hem tevoorschijn en schreef een tekst die niets met het origineel te maken had, maar een portret van Frank Sinatra was, inclusief allerlei vaste zinswendingen uit diens vocabulaire. De frase I ate it up/and spit it out is daar een voorbeeld van.

Het resultaat was een wereldhit die na Sinatra gezongen is door Elvis Presley, Sid Vicious, Nina Simone, Nina Hagen, Shirley Bassey, Herman Brood, Lee Towers en duizenden anderen. Allemaal in Anka’s versie, op één uitzondering na: de Vlaamse rocker Raymond van het Groenewoud. Hij volgde in Zoals gewoonlijk nagenoeg letterlijk de oorspronkelijke Franse tekst: „alleen / slaap ik in bed / die lege plek / zoals gewoonlijk...”

De carrière van Claude François is ook min of meer te volgen op YouTube, vanaf het eerste curieuze clipje voor Belle belle belle, waarbij hij kokette twistpasjes maakt in een besneeuwd bos, tot en met zijn frenetieke bewegingen bij het disco-nummer Alexandrie Alexandra, vergezeld door een groepje Dolly Dots-achtige danseressen. Het zou zijn laatste grote hit worden.

Henk van Gelder