Weer een oppositie erbij

De Syrische oppositie telt een nieuwe alliantie die bovendien een regering-in-ballingschap gaat vormen. Andere groepen zijn woest.

In Syrië woeden zware gevechten tussen het regeringsleger en rebellen, maar de politieke oppositie buiten het land voert onderling oorlog.

De gezaghebbende oppositiepoliticus Haitham al-Maleh maakte gisteren een nieuwe oppositie-alliantie van 70 leidende dissidenten bekend en verklaarde dat deze hem heeft gevraagd een overgangsregering in ballingschap te vormen.

Daarmee was hij de Syrische Nationale Raad (SNC), de grootste oppositiecoalitie, nét voor. Abdulbaset Sieda, voorzitter van de SNC, was woedend. „De vorming van een regering-in-ballingschap is een overhaaste beslissing”, zei hij tegen het persbureau AFP. „Zij verzwakt de Syrische oppositie.”

SNC-leider Sieda kondigde zondag aan dat binnenkort in samenspraak met de rebellen een overgangsregering wordt gevormd die tezijnertijd Assads regime kan vervangen. Die zou moeten worden geleid door een persoon die vanaf het begin bij de opstand is betrokken.

Ex-rechter en ex-politiek gevangene Maleh (82) onderstreepte op een persconferentie in Kairo dat zijn nieuwe alliantie, de Raad voor de Syrische Revolutie, is bedoeld als alternatief voor de Syrische Nationale Raad die hij ineffectief noemde. Maleh stapte in maart met een groep medestanders uit de SNC tijdens een bijeenkomst in Istanbul die juist was bedoeld om de oppositie op één lijn te krijgen. Hij vergeleek de SNC toen met de Ba’athpartij van Assad.

Maleh en andere seculiere oppositiepolitici zeggen dat de Syrische Nationale Raad is gekaapt door de fundamentalistische Moslimbroederschap, die druk bezig zou zijn om zoveel mogelijk macht in handen te krijgen in de tijd na Assad. De SNC ontkent dat. Maar westerse landen die de Syrische oppositie steunen, hebben geleidelijk hun enthousiasme voor deze organisatie verloren omdat zij ondanks herhaalde aansporingen er niet in is geslaagd haar basis te verbreden. De ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie keken een week geleden vooruit naar de tijd na Assad, maar noemden de SNC niet eens meer.

De commandant van het Vrije Syrische Leger, kolonel Riad al-Asaad, uitte tegen de Saoedische nieuwszender Al-Arabiya scherpe kritiek op Malehs nieuwe alliantie. Hij beschuldigde de leden ervan „onze revolutie te vertrappen” in „hun koorts om posities te verwerven”. „Ze proberen om het vallende regime van Assad nieuw leven in te blazen door een besluit te nemen zonder inspraak van de mensen die bloed en tranen hebben vergoten in hun strijd”, zei hij.

Maar Asaad heeft zijn eigen problemen. De Saoedische krant Asharq al-Awsat schreef gisteren dat het commando van het Vrije Syrische leger binnen Syrië heeft opgeroepen tot de vorming van een presidentiële raad van militairen en politici die Syrië na Assad moet besturen. Asaad, die niet in Syrië maar in Turkije zit, keerde zich hier ook fel tegen: „Ik weet niet van wie dit afkomstig is, maar ik accepteer het absoluut niet.” Hij zei dat de militairen zich niet met het bestuur moeten bemoeien.

Maleh, Sieda en Asaad zijn het hierover eens: dat de opstand een militaire dimensie heeft. Vorige week riepen tien andere oppositiegroepen de wereld juist op de rebellen en het regime te dwingen een vreedzame oplossing te bereiken. Volgens hen maakt de oorlog Syrië kapot.