Van God naar feminisme. En weer terug

Emmy van Overeem, ook bekend als ‘de trol van Lourdes’, was in haar vroege columns bij veel kwesties haar tijd ver vooruit. Een blik op het werk van de onlangs overleden columniste.

Zelfs tijdgenoten weten vaak niet meer meteen wie Emmy van Overeem ook alweer was. Maar zeg ‘de trol van Lourdes’ en de ogen beginnen op te lichten, een glimlach breekt door. O ja, die!

Onlangs overleed Emmy van Overeem (1931-2012) en dat leidde tot een paar korte stukjes in kranten en necrologieën in NRC Handelsblad en Elsevier, waar ze had gewerkt. Voor NRC Handelsblad schreef ze, na zes jaar als verslaggever, columns over feminisme, ‘vrouwenzaken’ en geloof (1974-1980). Later, in Elsevier, over esoterie en spiritualiteit (1980-1990). Er verschenen bundels en boeken van haar: Zeg Marie, ’t haakje zit aan de binnenkant (1976) en Teveel gebeurt er op z’n mans (1978), Niet in de zachte bries (1983).

Maar ze zal de trol blijven.

Die bijnaam dankte ze aan Gerrit Komrij, toen ook columnist van de krant (en ook vorige maand overleden). In een venijnig stuk in september 1979 maakte hij gehakt van Van Overeems persoonlijke, zweverige stukjes. ‘Iemand mag best over intieme zaken schrijven’, aldus Komrij. ‘Er is alleen wat op tegen als hij (sic) er humorloos over schrijft, met veel zelfbeklag en zonder spot, zonder enig gevoel voor betrekkelijkheid.’

Daar staat in feite: het mag (dank u), als je het maar niet meent.

Komrij noemde Van Overeem trouwens ook een ‘Eucalypta op klompen’ en de ‘cycloop van Gethsemane’. Maar de trol beklijfde. Het werd een columnistenrel van jewelste, die in 1980 uiteindelijk leidde tot het vertrek van Van Overeem bij de krant. Waarom? Hoe kon die columnistenstrijd zo’n cause célèbre worden? En had Komrij eigenlijk gelijk of deed hij Van Overeem onrecht?

Een korte sfeerschets van de late jaren zeventig. Radicaal feminisme was door bestsellers als De schaamte voorbij (1976) van Anja Meulenbelt in brede kring salonfähig geworden. In Een vrouw als Eva (1978) speelde Monique van der Ven een buitenwijkvrouw die de lesbische liefde ontdekt. De gelijkstelling van man en vrouw in Nederland kwam in een stroomversnelling, bekend als ‘de tweede feministische golf’.

Tegelijk nam ook het verzet tegen het feminisme toe: de mannen kwamen in het gedrang en dus in het geweer. Bij het liberale NRC Handelsblad, een krant die een sceptisch en rationeel wereldbeeld wilde uitdragen, werd de Sturm und Drang van het feminisme met argwaan bekeken door critici die het zagen als een haard van irrationalisme. Bovendien had de krant ook een, niet kleinburgerlijk, idee van goede smaak.

En daar was dan opeens Emmy van Overeem, die in haar column beschreef hoe ze met een spiegeltje bij zichzelf naar binnen keek. Eerste zin: ‘Als je er goed over nadenkt, is het krankjorum dat wij het gewoon vinden om eens in de zoveel tijd op een onderzoektafel te liggen, benen omhoog op koude, ijzeren dingen, terwijl een dokter ons binnenste verkent. Hij wel.’ (‘Bij jezelf naar binnen kijken’, 8 maart 1976)

Het werd een spraakmakend inkijkje. Van Overeem, die non was voordat ze in de journalistiek verzeild raakte, wierp zich met hart, ziel en heilige ernst in de strijd om vrouwenrechten. Haar columns, populair onder vrouwelijke lezers, waren soms intiem, vaak prekerig, maar altijd persoonlijk – tegenwoordig schering en inslag, maar toen een novum in de krant.

Van Overeem zelf zei er later over: ‘Ik ben dankbaar voor de vrijheid die ik kreeg. Ik genoot respect hoewel ze me natuurlijk stapelgek vonden. Ze zeiden wel eens op de redactie: als jij een pilsje op hebt, begin je over God te praten.’

Ze schrééf ook over God. Maar vooral over abortus (‘Een zwangerschap uitdragen en een zwangerschap afbreken zijn beide beslissingen over een mensenleven’), politiek (‘Dries van Agt is een gevaarlijke man’), de ‘moedermavo’, de autolobby (het ‘bliksyndicaat’), een illegale abortuskliniek die ze had bezocht (en waarover ze, voorstander van legale abortus, haar dubbele gevoelens deelde: ‘Ze kwamen toch allemaal een kind wegbrengen’). Ze schreef een open brief aan de paus (‘We redden ons wel zonder u’) en voerde actie om een Papoea-dorp een kraamkliniek te bezorgen (met gironummers erbij).

Kortom, ze was (voor die tijd) een onorthodoxe columniste – zonder zelfspot of distantie. Met een moralistische domineesstijl die nu gedateerd aandoet en die Komrij en anderen destijds hevig irriteerde. Emmy van Overeem ‘leurde met de leuzen van de dag’, vond hij.

Maar wat blijkt. Die ‘leuzen van de dag’ zijn ruim veertig jaar later nog steeds actueel, soms onbehaaglijk actueel.

Zo vond Van Overeem dat de samenleving ‘een gebrek aan echte vaders’ had – 19 jaar vóór Pim Fortuyns De verweesde samenleving. Ja, ze bedoelde mannen die ‘vechten voor hun kwetsbaarheid’. Maar ook ‘Pim’ was een mix van hard en zacht. (‘Niet lachen om nieuw type vader’)

Ze stelde vast dat ouderen een grote rol in de samenleving kunnen en moeten blijven spelen, want ‘je bent nooit te oud om te emanciperen’ – 35 jaar vóór Jan Nagel en 50 Plus! (‘In de overgang komt alles tegelijk’)

Ze pleitte voor zelfbeschikking tot de laatste snik. ‘Als je een mens niet kunt helpen om levend in leven te blijven, waarom zou je hem of haar dan het recht onthouden een onleefbare wereld te verlaten?’ – 15 jaar vóór Huib Drion en 34 jaar voor Frits Bolkestein. (‘Mogen ze a.u.b. als ze weg willen?’)

Ze hekelde de exploitatie van vrouwelijk onbehagen door de commercie (‘Als wij vrouwen met ons allen wakker worden, ligt het winkelcentrum met zijn prullen in puin’) – 24 jaar vóór Naomi Klein, 36 jaar vóór Occupy. (‘Ik heb een kwartier van je nodig. Okay?’)

Ze legde het mannelijke snobisme in de literatuurkritiek bloot en kwam op voor ‘vrouwenlectuur’ – 27 jaar vóór Kluun. (‘Herenromans en keukenmeidenlectuur’)

Ze had een open oog voor de demagogie van het populisme (‘De lijsttrekker van het CDA gebruikt de trucs van de underdog, ook die van de vrouw, om macht te krijgen’) – 28 jaar vóór Geert Wilders. (‘De lijsttrekker en zijn vrouwtje’)

Ze trok ten strijde tegen vrouwenbesnijdenis, die óók in Nederland voorkwam, maar werd bedekt onder culturele correctheid – 25 jaar vóór Ayaan Hirsi Ali. (‘Cultuur is niet heilig’)

Ze brak een lans voor openheid over seks en het vrouwelijk orgasme (‘Slechts 45 procent van de vrouwen ontdekt vanzelf of bij toeval het lekker plekje’) – 21 jaar vóór Heleen van Royen.

Ja, er waren ook veel huiselijkheden: ‘Het was op Hemelvaartsdag prachtig weer. Bij ons kon je tot ’s avonds negen uur buiten zitten’. Maar toch – 28 jaar vóór Aaf. (‘Uitgangspunt’).

Eerlijk is eerlijk, ook haar kweller Komrij was er vroeg bij – 27 jaar vóór Rutger Castricum.

O ja, hoe zat het met Emmy en de humor?

Een dijenkletser was de ex-non niet bepaald, nee. Integendeel. Maar lees hoe ze die column over de vagina begint. ‘Hij wel’ – geestig.

Van Overeem reageerde ook puntig op de tirade van Komrij. Eerst preekt ze een potje, met als moraal: ‘Vermaken dient niet te ontaarden in mismaken’. Maar dan blijkt Emmy straatwijs. Ze had contact gehad met Komrij, onthult ze. ‘Gehoord hebbende dat hij met zijn column volgens mij de spelregels had overschreden, antwoordde de heer Komrij: „Maar het is toch geen echte oorlog? Het zijn maar woorden’’.’

Volgt de sarcastische frappe: ‘Het zijn maar woorden. En dat zegt een schrijver.’

Dat is niet alleen goed geschreven, het is ook raak – en niet ongeestig.

Maar Komrij herkende een malse prooi als hij er een zag. In de jaren tachtig raakte Van Overeem in steeds ijlere sferen. Feminisme en maatschappijkritiek maakten plaats voor spirituele extravaganza. Tot en met het ontdekken van aura’s en ‘eerdere levens’. Haar antenne draaide van de samenleving naar de kosmos – en vooral naar bomen. ‘Het leven is voor mij een soort reis binnenin een grote boom’. (‘Ik leef in een houten wonder’).

Dat had ook een medische achtergrond. Van Overeem leed aan depressies, en ook daar schreef ze over, persoonlijk en soms larmoyant, zonder het ironische escapisme dat Komrij vond horen bij intieme zaken. De ex-non werd dus weer een volleerde zwever, ver weg van de echte wereld.

Maar toch. In die paar wilde jaren in het hart van de seventies, toen Nederland bol stond van debat over man, vrouw en maatschappij, toen was de ‘trol’ haar tijd vooruit.