’t Kanwel

't Kanwel

Ik heb zin om te roepen: “I had a farm in Africa!” Maar dat doe ik natuurlijk niet. We staan op het voetgangerspad naast de A16, op de Moerdijkse brug die ons van Zuid Holland over het Hollands Diep naar Noord-Brabant zal brengen en ik heb een euforisch momentje. Misschien door de Ibrupofen.

We, zijn ik en Aldrin, mijn beste vriend. Vernoemd naar een van de eerste twee mensen op de maan. Zoon van een briljante wetenschapper en een prachtige Colombiaanse vrouw. Hij is bezig met zijn afstudeerproject voor bouwkunde, kon wel een kleine break gebruiken en vroeg of hij tot Antwerpen met me mee mocht lopen. Ik liet hem de statuten van de Geheime Orde Des Puck met zijn bloed ondertekenen. En toen waren er twee.

Op de foto met Aldrin (rechts). Foto Raoul de Jong / NRC

Op de foto met Aldrin (rechts). Foto Raoul de Jong / NRCOp de foto met Aldrin (rechts). Foto Raoul de Jong / NRC

Ons einddoel is woongemeenschap Emmaus in Langeweg. Ik vond ze in een Duits boekje met een lijst van alle intentional communities (info) in Europa. Ik kende de Emmaus al van mijn moeder in Marseille. Het is waar ze me mee naar toe sleept om tweedehands kleren te kopen. En ik kende de oprichter, Abbe Pierre. Wederom uit een boekje van Bibeb, ‘Bibeb in Parijs’. Hij verzamelde vodden die hij doorverkocht om geld in te zamelen voor arme mensen in de sloppenwijken. Deze woongemeenschap volgt zijn gedachtegoed. Ze verdienen de kosten voor hun levensonderhoud met het inzamelen van spullen die ze in verschillende winkeltjes op hun terrein, een oud klooster, doorverkopen.

Om vijf uur komen we het terrein opgestrompeld: een binnentuin met fruitbomen, een stukje grond waar groentes worden verbouwd, drie losrennende konijnen en twee terrassen met stoelen en tafels. “Jullie zijn net op tijd!” zegt een bebaarde meneer met een brilletje. Want het is vrijdagmiddag, de enige middag waarop de bewoners van de commune alcohol mogen drinken en ze gaan net beginnen aan bier.

Ik zie twee jongens van onze leeftijd, twee vrouwen, een donker meisje, een kind. De commune is niet christelijk, al was Abbe Pierre dat wel. In principe is er plaats voor iedereen. De bewoners werken elke dag, daarna eten ze samen en zijn dan vrij om met elkaar te kletsen op het terras of te lezen of tv te kijken op hun kamers.

Ik spreek met Peter Paul, een jongen van in de dertig. Hij zei altijd: “Later zal ik de wereld veroveren met mijn muziek.” Mensen dachten dan dat hij het had over TMF en MTV, maar dat bedoelde hij niet. Jarenlang zwierf hij door Europa. België, Spanje, Frankrijk, Italië en verdiende geld door gitaar te spelen. Hij sliep in parken, bij boeren en in een grot in Granada, waar hij de essentie van het leven weer vond. Alles komt altijd goed. Er is echt niet zo veel om je zorgen over te maken. En nu woont hij hier. Omdat hij ouder werd, niet altijd kan blijven reizen. Omdat hij wilde werken aan wat persoonlijke problemen.

Ik sprak met een van de vrouwelijke bewoonsters. Ook zij woonde lang in het buitenland. In China en twee jaar in het regenwoud. Maar haar ouders werden ouder, haar kinderen woonden hier en ze voelde dat het tijd werd om terug te gaan. Een rijtjeshuis en een baan, dat wilde ze niet meer. Als ze daarnaar terug zou gaan, zou het net zijn of ze in die 6 jaar dat ze weg was niets had geleerd. Dus kwam ze hier.

Maarten (links) en Johan. Foto Raoul de Jong / NRC

Maarten (links) en Johan. Foto Raoul de Jong / NRCMaarten (links) en Johan. Foto Raoul de Jong / NRC

En dan is er Maarten, prachtige Maarten, de man met het brilletje, die al vlug onze vriend werd en ons vertelde over alles wat hij wist, terwijl wij luisterden. Maarten is een monnik, dat is hij nog steeds, ook al woont hij nu hier. Op zijn vierentwintigste trok hij in het klooster. Maar het kloosterleven in Nederland is een aflopende zaak. We spraken over carnaval, Brabo’s en Rotterdammers, de zin en onzin van de kerk, wat een oplossing zou kunnen zijn voor de leegloop en over wat er hierna voor in de plaats zou kunnen komen. Hij liet ons het terrein zien, wees ons onze kamers, zorgde dat onze buikjes voortdurend waren gevuld en regelde twee volgende slaapplekken.

Om half zeven ‘s ochtends wordt er op mijn kamerdeur geklopt: Maarten, waar we blijven? Samen met drie van onze nieuwe vrienden, Arthur, Peter Paul en Johan, zit hij sinds zes uur in de eetkamer op ons te wachten. Na een ontbijt zwaaien ze ons uit, terwijl Aldrin en ik verder lopen door het land van ‘houdoe’.

‘t Kanwel’ staat er op een huis aan de grens van het dorp. We moeten er allebei om lachen.

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.