Shooting Star

Nienke Denekamp volgt deze zomer wekelijks wat er opbloeit in een nieuw gezamenlijk stadslandbouwproject in Amsterdam-Noord.

Vier mannen met gele hesjes aan en oordoppen op zouden het woekerende onkruid even een kopje kleiner komen maken, met hun bosmaaiers. Maar ze kwamen dus niet. „Hoezo ze kwamen niet?” vraag ik.

„Nooit meer iets van gehoord”, zegt de platenjongen. Daar stonden ze dan, om acht uur ’s ochtends, met z’n drieën. De platenjongens – de officiële huurders – om te vertellen wat er allemaal met de grond gelijk kon worden gemaakt, en de Amerikaanse stadstuinier om te vertellen waar de maaiers af moeten blijven.

Dus groeit het onkruid door. Drie kruiwagens vol haal ik uit de dahliabedden. Brandnetels, winde en zevenblad, waar je volgens hippe wildplukkers pesto van zou moeten maken. Een pensionado stapt van zijn fiets. Hij woont al honderd jaar aan de Meeuwenlaan. Beroepspraatjesmaker, zie ik in een oogopslag. Toen de Tolhuistuin nog Shellgebied was, zat het hele terrein potdicht, vertelt hij. Kon je hier helemaal niet komen. Dit gesprek kan lang duren, vrees ik. Nu moet ik wieden, zeg ik, zodra het kan. Ik til de kruiwagen op.

Alleen in het stukje tuin van de communicatieman staat geen onkruid. Zijn slakroppen staan in jaloersmakend schone zwarte aarde. Hij heeft in het voorjaar naast de dahlia’s een paar kniehoge houten bakken geïnstalleerd, ze met antiworteldoek bekleed en ze met aarde volgestort. Daarna kwam hij aanzetten met een uitklapbare gereedschapskist vol zakjes zaad van de meest uiteenlopende gewassen. Hij bewerkt nota bene nog een tuin, ergens op een complex bij Badhoevedorp, waar al meer dan zeventig jaar biodynamisch getuinierd wordt. Hij is een geoefende groentekweker, maar van de vervuilde grond in de Tolhuistuin wil hij niet eten. De mensen zeggen wel eens tegen hem: je moet eens weten wat er voor bestrijdingsmiddelen op supermarktbonen uit Afrika zit. Maar dat wil hij nou juist niet meer! Nee, ook de paarse besjes van de kruisbessenstruik, waar je toch vier jampotten mee zou kunnen vullen, eet hij niet. Nee, ook de aardbeien niet. Van de eerste, prachtige aardbei heeft hij wel een foto getwitterd. Niet te eten, maar wel te twitteren. Ik mail de buurman een link naar een gemeentelijke website over tuinieren op vervuilde grond. Het lijkt mee te vallen met risico’s van op vervuilde aarde geteelde groente. Dat is goed nieuws. „Toch nog even een bodemonderzoek doen?” vraagt de buurman. Een vooradvies milieu en bodeminformatie kost maar 24,05 euro zie ik. „Moeten we doen!” mail ik terug.

Onder een augurkenblad ontdek ik twee volgroeide augurken. Het overvalt me een beetje. Wat doe je met twee augurken? Met doorweekte schoenen, twee augurken en een tas met de eerste exemplaren van de Shooting Star-dahlia aan het stuur sta ik op de pont. In de regen. Het is een geweldig moment.

Thuis vinden we een mail van de platenjongens aan de tuiniers. Er is een plan! Een van de platenjongens huurt een bosmaaier om de wildernis te temmen, maar dan gecontroleerd en in overleg met de rest van de tuiniers. Of er een paar mensen kunnen komen harken. Als iedereen een paar minuten harkt, is het zo gedaan. „We komen eraan!” mailen de leden van het tuincollectief terug.