'Psychiatrie kan ex-gevangenen niet aan'

De geestelijke gezondheidszorg (psychiatrie) heeft te weinig kennis en ervaring om de grote groep delinquenten te behandelen die ze vanaf volgend jaar moet verzorgen nadat zij zijn ontslagen uit de gevangenis. Het gaat om ruim 160.000 ‘veelplegers’ en oud-tbs’ers, van wie velen ernstige psychische stoornissen hebben. Ze staan ook te boek als ‘zorgmijders’.

Dit blijkt uit het gisteren gepresenteerde advies Stoornis en Delict van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Het kabinet had om het advies gevraagd.

Aanleiding zijn twee ingrijpende wetten die volgend jaar ingaan en die op elkaar aansluiten. Eén leidt ertoe dat een psychiater eerder dan nu iemand tegen diens wil kan behandelen. De andere wet geeft de rechter de ruimte om delinquenten na vrijlating te verplichten zich te laten behandelen door een psychiater. De verwachting is dat de rechter sommige daders verplichte hulp zal opleggen in plaats van een celstraf.

De gewone (niet-forensische) psychiatrie zal fors moeten investeren in kennis om agressieve, onwillige patiënten te kunnen behandelen, schrijft de raad. Het „antisepareer-sentiment in de samenleving”, schrijft de raad, is een risico: „De reguliere ggz moet in staat zijn de meest problematische groep justitiabelen in zorg te nemen.” Het lot van onder andere de jongen Brandon, die dagenlang aan de muur werd geketend, heeft isoleren en vastketenen in de samenleving impopulair gemaakt.

Ook zullen de 180 flexibele teams die patiënten thuis behandelen met hulp van buren moeten worden uitgebreid tot 400.