‘Odfjell kan exemplarisch zijn’

De milieudienst Rotterdam kwam niet te laat in actie bij Odfjell, zegt voorzitter Rik Janssen. Maar met de controle op de veiligheid van gevaarlijke bedrijven is veel mis. „Wie controleert de controleur?”

Het Rotterdamse Botlekgebied. Of de bedrijven hier veilig zijn, kan niemand garanderen, zegt bestuurder Rik Janssen. Foto Your Captain Luchtfotografie

Rotterdam. - Er is veel mis met het tankopslagbedrijf Odfjell, in de Rotterdamse haven. De productie moest afgelopen weekeinde worden stilgelegd, omdat de veiligheid van de ongeveer 300 opslagtanks in de Botlek, niet kon worden gegarandeerd. Hoe heeft het zover kunnen komen? Wie houdt er eigenlijk toezicht op de veiligheid van gevaarlijke bedrijven in de Rijnmond?

Rik Janssen (Milieu, SP), gedeputeerde bij de provincie Zuid-Holland, is de eerste verantwoordelijke. Hij ontkent dat de milieudienst Rotterdam (DCMR), waarvan hij voorzitter is, te laat in actie is gekomen. Maar geeft toe dat er de afgelopen jaren een papieren schijnveiligheid is ontstaan bij het toezicht. Janssen is blij dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid inmiddels tot een eigen onderzoek heeft besloten.

Toch heeft u maanden gewacht tot Odfjell zelf het bedrijf stillegde.

„Nee, dat is te veel eer voor Odfjell. In januari heb ik Odfjell ontboden, de bestuursvoorzitter. Ik zei: beste Odfjell, de maat is vol. Wij zeggen u nu de wacht aan. U gaat óf verbeteren, óf wij gaan met al onze middelen zorgen dat de zaak op orde komt. Stilleggen moest wel binnen proporties zijn. Ik heb er niks aan als ik maandag een bedrijf stilleg, op dinsdag bij de kortgedingrechter zit en op woensdag met een fikse schadeclaim aan m’n broek het bedrijf weer open moet doen.

Odfjell heeft een aantal toezeggingen gedaan, maar die zijn de afgelopen maanden onvoldoende nagekomen. Daarom zijn we steeds harder en intensiever gaan optreden. Wat ze nu hebben gedaan, hadden ze in januari moeten doen. Er zat zoveel druk op, dat ze uiteindelijk door de knieën zijn gegaan. Ik kan niet het hele bedrijf dichtgooien en achteraf bekijken wat er allemaal niet deugt.”

De kritiek is dat DCMR te traag gehandeld heeft.

„Bij toezicht en handhaving bij een bedrijf als Odfjell zijn twee ministeries, een provincie, een veiligheidsregio en vier inspectiediensten betrokken. In maart is vastgesteld dat de inspectiedocumenten niet in orde waren. Toen zijn termijnen gesteld waarin het bedrijf aan moest aantonen dat het in orde was. Daarna is een fysieke nacontrole geweest. DCMR wilde kijken: klopt het of klopt het niet? Toen bleek dat die testen niet deugden, hebben we acute bestuursdwang ingezet.”

Is er te veel ruimte gelaten aan dit soort bedrijven?

„Dat zijn natuurlijk al de conclusies vanuit Moerdijk (brand bij Chemie-Pack, red.): te veel overgelaten, te veel op papier. Als ik nu zie dat Odfjell gewoon iso-certificaten kreeg van de certificerende instanties, terwijl wij volop aan het handhaven waren... Die kregen ze gewoon!”

Is er een pseudowerkelijkheid ontstaan?

„Ja. De vraag is waar je als inspectie nog vanuit mag gaan. Die certificaten blijken dus van nul en generlei waarde te zijn. Als een onderhoudsbedrijf bij wijze van spreken een verklaring afgeeft dat het de tank heeft gecontroleerd, moet je dan als inspectie weer dat onderhoudsbedrijf gaan controleren of het zijn werk goed heeft gedaan? Wie controleert de controleur?”

Na veel aandringen komt er nu onafhankelijk onderzoek. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft daar vandaag toe besloten.

„Ja, daar ben ik erg blij mee. Maar ik hoop wel dat het een heel breed onderzoek wordt. Het is belangrijk dat de rol van alle verschillende overheden tegen het licht wordt gehouden. Dus ook die van de twee ministeries, de provincie, de veiligheidsregio en de vier verschillende inspectiediensten, waaronder DCMR.

Dus verder dan alleen de terminal van Odfjell in Rotterdam?

„Odfjell is het uitgangspunt. Dat moet je in een breder perspectief plaatsen. Dan kom je tot een staat van toezicht in Nederland. De vraag moet worden gesteld hoe de handhaving en het toezicht op gevaarlijke bedrijven zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld.”

Want zoals het nu gaat, werkt het niet?

„Je moet je afvragen of het niet een papieren werkelijkheid is geworden. Een schijnveiligheid. We hebben bij DCMR al vorig jaar een nieuwe lijn ingezet. Niet meer alleen aangekondigde bezoeken. We zeggen nu tegen een bedrijf: we willen over een uur een live test van de koel- en blusleiding zien. En er zelf bij blijven. En dan zelf ook zien of het werkt of niet.”

Heeft de DCMR te lang alles geloofd?

„Ze zijn te goed van vertrouwen geweest. Dat geven ze zelf ook toe.”

U bent zelf de voorzitter van DCMR, verwijt u zichzelf iets in deze zaak?

„Ik kan met volle overtuiging zeggen dat ik alle mogelijkheden heb benut die er juridisch waren. Ik heb ingezet wat er ingezet kon worden.”

Dat is niet waar. U had eerder kunnen ingrijpen, met risico dat het juridisch kon worden aangevochten.

„Ja, ik had heel veel stoere taal kunnen uitslaan en maatregelen kunnen nemen die vervolgens weer teruggedraaid werden. Maar het is ook fatsoenlijk bestuur om te zorgen dat de maatregelen die je neemt, overeind blijven. Echt, we hebben de grenzen van de wet opgezocht.”

Er is een enorme maatschappelijke onrust ontstaan. Heeft iemand een idee hoe groot het risico was?

„Ik weet het niet. Dat moeten we onderzoeken.”

Welke bedrijven in het gebied staan er nog meer op uw lijstje?

„We doen op dit moment een aantal onderzoeken bij bedrijven. Ik mag hopen dat daar niet dezelfde extremiteit in zit als bij Odfjell. Als het bij Odfjell zo slecht is, hoe is het dan bij andere bedrijven? Dat vind ik een terechte vraag. TNO heeft opdracht gekregen om de veiligheidscultuur te onderzoeken bij een aantal grote en kleine bedrijven. In september komen de resultaten. Bij Odfjell bleek de veiligheidscultuur een enorm probleem te zijn. Bijvoorbeeld over vragen als ‘wanneer zet je een veiligheidsmasker op en spreekt je elkaar daar op aan’?”

Er zijn dus ook grote veiligheidsrisico’s bij andere bedrijven in de regio?

„Als we zeker wisten dat het niet zo zou zijn, hadden we het niet laten onderzoeken. Je kunt niet zeggen: het was alleen Odfjell en verder gebeurt het nergens.”