‘Nieuwe aanpak voorkomt een ons-kent-onssfeertje’

Het Fonds voor de Podiumkunsten moest veel instellingen die subsidie aanvroegen teleurstellen. Het experiment wil het Fonds graag belonen.

Vanochtend kregen 123 podiuminstellingen te horen dat hun aanvraag voor een meerjarige subsidie van het Fonds Podiumkunsten is afgewezen. Deze theater, muziektheater- en dansgezelschappen, muziekensembles en festivals moeten hun financiering nu op een andere manier rond zien te krijgen of zichzelf opheffen.

Bestuurders George Lawson en Henriëtte Post van het Fonds hebben een moeilijk proces geleid. Het budget is bij de cultuurbezuinigingen van staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) met bijna 40 procent ingekrompen tot 24,5 miljoen euro. 80 instellingen krijgen nog subsidie, bijna het dubbele aantal kreeg een positieve beoordeling maar zag zijn aanvraag toch niet gehonoreerd.

In de inleiding tot het besluit schrijft het Fonds dat de schade van de bezuinigingen „ongemeen groot is”, noemt het deze „wrang” en stelt het dat de „verflagen gevaarlijk dun” worden bij de podiuminstellingen.

Voelt u zich als een beul die een vonnis voltrekt waar hij niet achter staat?

Lawson: „Het is heftig voor de instellingen die getroffen worden. Dat maakt het ook heftig voor ons. We moeten van veel instellingen afscheid nemen die we vier jaar geleden een kans hebben gegeven. 60 procent, dat is fors. Al deze instellingen gaan ons nauw aan het hart.”

Heeft u met harde woorden over de bezuinigingen een signaal willen geven?

Lawson: „De schade krijgt nu echt een duidelijk gezicht. Tot vandaag was het een abstract percentage van 40 procent minder budget. Nu weten we wie het treft.”

Post: „Tegelijkertijd zeggen we erbij dat het opvalt hoeveel veerkracht en vitaliteit deze sector heeft. Er zijn grote stappen gezet op het gebied van ondernemerschap.”

De emoties zullen hoog oplopen. Veel instellingen krijgen een positief advies, maar toch geen geld

Lawson: „We vinden onze nieuwe systematiek een stap vooruit. Door met criteria als kwaliteit, pluriformiteit en ondernemerschap te werken is de wijze van beoordelen helderder. Het voorkomt de zweem van een ons-kent-onssfeertje, waarin subsidies op een ondoorzichtige manier worden verdeeld. Nu maken we inzichtelijk hoe een instelling presteert op verschillende criteria en hoe de commissie die heeft gewogen.”

Post: „We hebben ernaar gestreefd de instellingen op hun eigen merites te beoordelen, ongeacht de vraag of er voldoende geld zal zijn. Het is zuur als je geen geld krijgt, maar nog veel erger als je wel door wilt en dan met een negatieve beoordeling bij anderen geld op moet halen. Een positieve beoordeling kan helpen. Het is een hart onder de riem.”

Binnen het theater krijgen vernieuwende vormen de voorkeur boven teksttheater. Daardoor lijken grote gezelschappen als De Appel en Toneel Speelt een handicap te hebben.

Lawson: „Dat lijkt niet zo, dat is zo. Wij moeten vooral dat doen wat niet ook al door de commercie en door de grote gezelschappen in de basisinfrastructuur gebeurt. Die doen veel aan teksttheater. Maar theater in Nederland is veelzijdiger. Doordat wij pluriformiteit zwaar laten wegen zijn er nu relatief veel kleinere groepen die object- of locatietheater maken die hun aanvraag gehonoreerd zien.”

U bent minder kritisch dan de raad voor cultuur over ondernemerschap

Lawson: „Vaak worden kwaliteit en ondernemerschap als tegenstellingen gezien. Als je goed bent in ondernemerschap, dan moet de artistieke kwaliteit daaronder lijden. En omgekeerd. Wij constateerden echter dat veel instellingen die hoog scoren op artistieke kwaliteit dat ook doen op ondernemerschap.

„Je ziet een onderscheid tussen jonge aanstormende groepen en groepen die al langer meegaan. De jongeren zijn competitiever en resultaatgerichter. Daardoor blijven zij nu makkelijker overeind.”

Kunnen de afvallers dit overleven ?

Lawson: „Dat weten we niet. Instellingen zijn vaak ook bezig met subsidies van gemeenten en provincies. En ze komen nog in aanmerking voor onze projectsubsidies. Sommigen, denken we, zullen de commerciële weg inslaan en zich daarvoor omvormen. Maar er zal ook een flink aantal instellingen zijn dat zichzelf opheft.”