Naastenliefde zet Poetin klem

Rusland maakt kennis met een nieuw fenomeen: naastenliefde. Spontane hulpacties, zoals recentelijk bij de watersnood in Krimsk, zijn mooi. Maar ze zijn ook bedreigend voor de staat.

Bij de vloedgolf in Krimsk verdronken 171 mensen, duizenden inwoners raakten hun bezittingen kwijt. Foto AP

In de nacht van 6 op 7 juli gebeurde er tegelijkertijd iets vreselijks én prachtigs in Rusland. Als gevolg van zware regenval werd het stadje Krimsk (60.000 inwoners, in het zuidwesten van Rusland) rond middernacht verzwolgen door een kleine vloedgolf. Huizen kwamen tot aan hun dak onder water te staan. 171 mensen, de meesten bejaarden, werden in hun slaap verrast en verdronken (omdat het stadsbestuur had verzuimd de inwoners te waarschuwen). Duizenden andere mensen raakten hun bezittingen kwijt.

Maar vrijwel gelijktijdig kwam er een bijzondere hulpactie op gang. Op het internet sloegen honderden, met name jonge Russen diezelfde nacht nog aan het bloggen en twitteren over de rampsituatie. Ze riepen hun medeburgers op om de inwoners van Krimsk te hulp te schieten. En ze deden dat op formidabele wijze. Binnen enkele uren hadden ze een volwassen hulpoperatie op poten gezet. Op 7 juli ’s ochtends vroeg stonden er honderden jonge vrijwilligers afkomstig uit allerlei Russische windstreken in Krimsk, met eten, drinken, kleding, medicijnen.

Het was een spontane en massale uitbarsting van burgerlijke betrokkenheid en solidariteit in tijden van nood zoals je die in Poetins Rusland zelden ziet. Vrijwilligerswerk is in Rusland een tamelijk ongewoon fenomeen. In de zomer van 2010, gedurende de bosbranden rond Moskou, zag je wel burgers uit ‘de stad’ die meehielpen de branden te bestrijden. Maar ze waren met weinig en slecht georganiseerd. Er waren ook wel lokale vrijwilligers betrokken, maar die stonden met takken kleine brandjes uit te slaan. De officiële hulpwerkers voerden de regie.

Hoe anders was dat in Krimsk. Daar waren de burgervrijwilligers in sommige gevallen zelfs nog eerder aanwezig dan de officiële hulpwerkers. En ze waren ruim in de meerderheid. Een vrijwilliger zei tegen de krant die Welt dat de officiële hulpverleners wantrouwig op hem reageerden. „Ze vroegen steeds voor welke organisatie ik werkte. Ze konden niet geloven dat burgers zichzelf op deze wijze konden organiseren”.

Ruslandvolgers zien in de hulpactie een bewijs van een fundamentele psychologische verschuiving die sinds kort aan de gang is in de Russische maatschappij. „Er begint zich iets te roeren in jonge Russen”, zei Sasja Sjenderovitsj op 18 juli in een opinieartikel in de International Herald Tribune. Sjenderovitsj is hoogleraar Ruslandstudies aan de Lafayette universiteit in Amerika. „De diepgewortelde cynische houding jegens maatschappelijke betrokkenheid die heeft postgevat na de collaps van de Sovjet-Unie [...], lijkt plaats te maken voor een nieuwe ontvankelijkheid: het idee dat burgers zich kunnen organiseren, verantwoordelijk voor elkaar kunnen zijn en, uiteindelijk, ook invloed kunnen uitoefenen op hoe Rusland zichzelf bestuurt.”

Naastenliefde dus in plaats van apathie, of ongeïnteresseerdheid. Misschien is het wat vroeg om dat te concluderen. Maar in ieder geval laat de actie zien dat een andere belangrijke (en nauwverwante) ontwikkeling in de Russische maatschappij gestaag doorzet: de opkomst van de civil society, een samenleving van burgers die zich buiten de politiek om organiseren. Veel Russen willen niet langer als willoze onderdanen van de staat hun leven ‘ondergaan’, maar een rol spelen in de samenleving. En ze eisen die rol steeds actiever op.

Die ontwikkeling is in feite met de verkiezingen in december vorig jaar in gang gezet. Bij die verkiezingen werd op zo’n grote schaal gefraudeerd (Poetins partij Verenigd Rusland won voor de derde keer op rij een meerderheid in het parlement), dat de Russen Poetins bedrog niet langer pikten. Voor het eerst in de moderne Russische geschiedenis gingen er tienduizenden Russen de straat op om te protesteren. Tot op de dag van vandaag weet de protestbeweging nog met regelmaat omvangrijke demonstraties te organiseren.

Uiteraard is de vrijwilligerbeweging veel minder politiek geladen – Veel Russen waren inderdaad louter uit solidariteit in Krimsk. Maar geheel apolitiek was zij niet. Er waren ook genoeg Russen in het Oeralstadje omdat ze vonden dat het Kremlin de inwoners had laten stikken. „Als de maatschappij merkt dat ze van de Staat niets hoeft te verwachten, dan helpt de maatschappij zichzelf”, zei een andere vrijwilliger tegen die Welt. In essentie was de actie voor hen een nieuw protest tegen Poetin.

Poetin reageert vooralsnog op dezelfde manier zoals hij altijd reageert op ‘uitdagingen’. Met repressie. Vorige week meldde het Kremlin dat het werkt aan een wet die iedere vrijwilliger verplicht zich te registreren, om hun „veiligheid te garanderen”. Onder critici heeft de wet daarom al de bijnaam de ‘antivrijwilligerswet’ gekregen. In navolging van de ‘anti-demonstratiewet’ (een wet die de boetes op het organiseren van een ongeoorloofde betoging verhoogd tot een gemiddeld jaarsalaris) en de ‘anti-ngo-wet’ (een wet die non-gouvernementele organisaties die geld ontvangen uit het buitenland bombardeert tot „buitenlandse agenten” – spionnen in de Russische context).

Maar de burgervrijwilligers laten zich daardoor vooralsnog niet uit het veld slaan. In Moskou hebben een aantal van hen een callcenter opgericht waar de inwoners van Krimsk om hulp kunnen vragen. Nog altijd komen daar zo’n 500 aanvragen per dag binnen. En nog altijd vertrekken er tientallen vrijwilligers naar Krimsk, op pad gestuurd door het callcenter, om daar, onder andere, daken te reparen, waterleidingen en elektriciteit te herstellen en complete huizen opnieuw op te bouwen.