'Meer geluk en gezondheid bij gelijker inkomen'

De aanleiding

De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen, zo schrijft GroenLinks in het verkiezingsprogramma onder het kopje ‘herverdeling’. Het zwaarder belasten van hogere inkomens is volgens de partij namelijk goed voor iedereen. „Gelijke kansen betekent ook een herverdeling van inkomens. Dat is niet alleen goed voor lagere inkomensgroepen, maar ook voor de samenleving als geheel. Zo zijn in Zweden en Finland mensen gezonder en gelukkiger dan in ongelijke samenlevingen als Engeland en de Verenigde Staten.”

Vorige week werd in deze rubriek het GroenLinks-programma al gecontroleerd. Omdat deze bewering over gezondheid en geluk meer onderzoek vergde en herverdeling van inkomens zo’n fundamenteel punt is van linkse partijen komen we er nu op terug.

Interpretaties

Wij lezen de bewering van GroenLinks zo: mensen in landen met minder inkomensongelijkheid zijn gemiddeld gezonder en gelukkiger dan in landen waar meer inkomensongelijkheid voorkomt. Dat zijn twee verschillende beweringen, over gezondheid en geluk, die we hier apart onderzoeken.

„In landen met minder inkomensongelijkheid zijn mensen gemiddeld gezonder dan in landen met meer inkomensongelijkheid.”

Dat is waar, zo blijkt uit diverse onderzoeken. Het meest overtuigend werd dit in 2009 aangetoond door de Britse wetenschappers Richard Wilkinson en Kate Picket. Landen als de VS en Portugal, met een relatief grote inkomensongelijkheid, scoren slechter op een reeks aan gezondheidsindicatoren dan landen als Zweden en Japan, waar de inkomensverschillen kleiner zijn. Er blijkt zelfs sprake van een sterk verband. Over de vraag of die inkomensongelijkheid ook oorzaak is van de slechtere gezondheidsscores is het debat nog in volle gang. Wilkinson en Picket menen dat mensen van nature geneigd zijn zichzelf te vergelijken met anderen. Inkomensongelijkheid en statusverschillen zouden leiden tot stress en frustratie, wat zich uit in gezondheidsklachten. Bij de minder bedeelden, omdat die zich minderwaardig voelen. En bij de mensen die beter af zijn, omdat zij een voortdurende druk voelen om succesvol te blijven en nog succesvoller te worden. Anderen wijzen erop dat in landen met grote inkomensverschillen over het algemeen simpelweg meer arme mensen wonen. Die zijn sowieso gemiddeld ongezonder en zeker niet alleen omdat ze zichzelf vergelijken met rijkere mensen. Arme mensen hebben vaak ongezonde leefgewoonten, zijn slecht gehuisvest en hebben minder toegang tot goede gezondheidszorg. De slechte scores van de armen in deze landen zouden de gemiddelde gezondheidsscores omlaag halen.

Conclusie

Over de vraag of grote inkomensongelijkheid ook een oorzaak van een slechte gemiddelde gezondheid is, zijn wetenschappers het ook na vele onderzoeken nog niet eens. Dat neemt niet weg dat de bewering van GroenLinks, los van de oorzaak, klopt. Wij beoordelen de stelling dat mensen in landen met minder inkomensongelijkheid gemiddeld gezonder zijn dan in landen met meer inkomensongelijkheid dan ook als waar.

„In landen met minder inkomensongelijkheid, zijn mensen gemiddeld gelukkiger dan in landen met meer inkomensongelijkheid.”

Volgens GroenLinks is minder inkomensongelijkheid niet alleen beter voor de gezondheid van burgers, maar ook voor hun levensgeluk. Ook hier is veel onderzoek naar gedaan. Alle westerse landen doen in meer of mindere mate aan inkomensherverdeling door hogere inkomens zwaarder te belasten. De vraag is daarbij altijd hoeveel herverdeling gerechtvaardigd is. Als meer gelijkheid in de inkomens tot meer geluk zou leiden dan zou dit een extra argument zijn voor het zwaarder belasten van de hogere inkomens. Dit is ook wat GroenLinks voorstelt: de lage inkomens gaan minder belasting betalen en de hogere inkomens meer. Maar of dit tot meer geluk leidt is maar zeer de vraag. Uiteenlopende onderzoeken naar inkomensongelijkheid en geluk laten verschillende uitkomsten zien. De eerste landenvergelijking werd in de jaren zeventig gedaan door de Rotterdamse socioloog (ook wel ‘geluksprofessor’) Ruut Veenhoven. Hij constateerde dat meer inkomensongelijkheid inderdaad tot minder geluk leidde. Andere onderzoekers kwamen met andere uitkomsten. Die bleken ook nog eens beïnvloed door culturele verschillen. Zo bleek meer inkomensongelijkheid in Rusland juist tot meer geluk te leiden. De onderzoekers verklaarden dit doordat burgers in een onstabiele samenleving, met een grote sociale mobiliteit, denken dat een hoger inkomen later misschien ook voor henzelf is weggelegd. Om aan alle onzekerheid een einde te maken, deed Veenhoven zijn onderzoek in 2010 over. Nu gebruikte hij gegevens uit 119 landen, het hoogste aantal ooit. Zo werd de invloed beperkt van culturele en plaatselijke omstandigheden die niets te maken hebben met inkomensongelijkheid. Nu ontdekte Veenhoven een licht positieve samenhang tussen inkomensongelijkheid en geluk. Meer ongelijkheid in de inkomens lijkt dus juist een positieve invloed te hebben op het gemiddelde geluksniveau. Maar de regionale verschillen zijn groot. In westerse landen vond Veenhoven namelijk wel dat meer inkomensongelijkheid resulteert in minder geluk. In Oost-Europa was het andersom. Veenhoven acht het mogelijk dat het beperkte aantal onderzoeksgegevens per regio tot willekeurige verschillen in de uitkomsten leidde. Al met al concludeert Veenhoven „voorlopig” dat „inkomensongelijkheid een gunstig effect op geluk neigt te hebben, alhoewel variaties door uiteenlopende omstandigheden mogelijk blijven”.

Veenhoven komt met verschillende verklaringen. Zo zou inkomensongelijkheid uiteenlopende levensstijlen en subculturen voortbrengen. Daardoor zou de kans groter zijn dat iemand een plek in de samenleving vindt die hem of haar past. Een andere mogelijke verklaring is dat overheden die inkomensgelijkheid nastreven de vrijheid van het individu beperken, wat resulteert in minder geluk.

Conclusie

De onderzoeken naar de invloed van inkomensongelijkheid op geluk spreken elkaar tegen. De Rotterdamse ‘geluksprofessor’ Ruut Veenhoven concludeerde uiteindelijk dat inkomensongelijkheid een licht positief effect heeft op het gemiddelde geluk in een land. Maar zijn resultaten verschillen per regio, wat volgens Veenhoven mogelijk komt door de beperkte hoeveelheid onderzoeksgegevens. Al met al vinden wij het wetenschappelijke bewijs voor een gunstig effect van inkomensongelijkheid op geluk te mager. Maar voor de stelling van GroenLinks, dat minder inkomensongelijkheid leidt tot gemiddeld meer geluk, is ook onvoldoende bewijs. Wij beoordelen deze bewering dan ook als ongefundeerd.