Leers moet letten op verwestering Somaliërs

Bij asielaanvragen van Somaliërs moet rekening worden gehouden met hun leefstijl. Zijn de vluchtelingen uit Oost-Afrika te verwesterd, dan zouden ze sneller in aanmerking moeten komen voor een vaste verblijfsvergunning in Nederland.

Dat stelt de Raad van State, Nederlands hoogste bestuursrechter, in een uitspraak tegen het beleid van minister Leers (Immigratie, Asiel en Integratie, CDA). De zaak was aangespannen door een vrouw uit Zuid-Somalië die drie maanden leefde onder het streng-islamitische regime van de Al-Shabaabbeweging. In mei 2009 vluchtte zij naar Nederland. Haar verblijfsaanvraag werd afgewezen met het argument dat zij drie maanden de tijd had gehad om zich aan te passen aan de regels van de radicale terreurgroep.

Voor de Somalische betekent de uitspraak dat Leers opnieuw over haar aanvraag moet beslissen en de mate van haar ‘verwestering’ in zijn eindoordeel moet meewegen. Tegen het vonnis is geen hoger beroep mogelijk. Leers’ ministerie zegt de uitspraak te bestuderen.

Bij het verstrekken van een verblijfsvergunning wordt vaker rekening gehouden met de islamitische leefregels in het land van herkomst. Zo mochten de Afghaanse gymnasiaste Sahar Hbrahimgel uit Sint Annaparochie en haar familie vorig jaar in Nederland blijven omdat zij te verwesterd zouden zijn. Somalië kent sinds 1991 geen centrale regering. In grote delen van het land is de macht in handen van de strijders van Al-Shabaab, die streng toezien op naleving van de shariawetgeving. Wie zondigt, kan gestraft worden met zware lijfstraffen.

Twee weken geleden bepaalde de Raad van State al dat Somaliërs zonder verblijfsvergunning voorlopig niet mogen worden uitgezet, omdat het momenteel te gevaarlijk is in hun vaderland. Sinds maandag protesteren vijftig à zestig Somaliërs bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Den Bosch wegens hun gedwongen overplaatsing naar het asielzoekerscentrum in Ter Apel. Zij eisen een verblijfsvergunning. Vandaag voeren zij opnieuw overleg.